[Let op: Spelling en uitleg uit 1890] in de taal van het dagelijksch leven goospenning; oorspronklijk: geld, geldstuk, dat men bij het aangaan van koop of huur aan de armen ‘om Godswil’ gaf; later handgeld tot bevestiging van een koopovereenkomst (art. 1500 Burg. Wetb.), of een huurovereenkomst (art. 1604 Burg. ... Gevonden op https://dbnl.org/tekst/beer004woor01_01/beer004woor01_01_0011.php
Steunpenning. Werd rond 1960 aan de deur verkocht voor 1 gulden om geld in te zamelen voor ’Oostpriesterhulp’. Deze organisatie wilde de miljoenen Volksduitsers helpen die na de tweede wereldoorlog uit de Oostbloklanden waren verdreven en in het platgebombardeerdeDuitsland zonder enig perspectief huisden in noodbarakken, bunkers en krotwoningen... Gevonden op https://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/concept/cht:481bfe38-4a6b-4cd1-821e-8