de imker zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'ɪmkər ] Afbreekpatroon: im·ker Verbuigingen: imkers (meerv.) iemand die bijen houdt om planten te bestuiven en om honing en bijenwas te krijgen Voorbeeld: 'een imker met beschermende kleding bij zijn bijenkorven' Synoniemen: bijenhouder imme houder Gevonden op https://woorden.org/woord/imker
iemand die vroeger als beroep en tegenwoordig meestal uit liefhebberij in bijenkasten een bijenvolk verzorgt en hun honing wint; bijenhouder Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/imker
Een 'imker' (in Noord-Nederland ook 'bijker') is iemand die zich bezighoudt met de 'bijenteelt' (of apicultuur): de domesticatie en exploitatie van honingbijen of 'immen' ten behoeve van de bestuiving van planten of de winning van honing, propolis en bijenwas. Lang voordat bijen door mensen werden gehouden, werd honing van in het wild levende bijen... Gevonden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Imker
Een imker is iemand die bijen verzorgt. Het kan een man of een vrouw zijn. Imkers dragen vaak een speciaal pak om niet gestoken te worden. [basiswoordenlijst groep 4] Gevonden op https://wikikids.nl/Imker