de krokus zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ ˈkrokʏs ] Afbreekpatroon: kro·kus Verbuigingen: krokussen (meerv.) bloem die in het voorjaar bloeit Synoniemen: crocus Gevonden op https://woorden.org/woord/krokus
laag blijvende bloem met grasvormige blaadjes die slechts één, vaak gele, paarse of witte, langwerpige bloemkelk ontwikkelt uit een kleine bloembol, bij de meeste variëteiten vroeg in het voorjaar; irisachtige (voorjaars)bloems Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/krokus
'Krokus' ('Crocus') is een geslacht uit de lissenfamilie ('Iridaceae'), dat circa negentig soorten omvat. Krokussen zijn vooral afkomstig uit de bergen rond de Middellandse Zee. Gevonden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Krokus
(Genus Crocus) -Krokus- Volledige wetenschappelijke naam: Crocus L. Opm. Diverse andere soorten zijn in cultuur, o.a. in de herfst bloeiende planten. Voor het verschil met Colchicum autumnale zie daar. Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10775