Zoek op

lijs

lijs zelfst.naamw. suf, traag, sloom persoon lange, buigzame pop    Voorbeeld: `elke avond had het kind een paar lange lijzen in zijn bed geplaatst ebank|lijs2 ` Bron: WikiWoordenboek. SpellingCorrect gespeld: 'lijs' komt voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie ...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/lijs

lijs

[Vergeten woorden] (bn. lijzer, lijst) 1) zacht, kalm
2) zacht, zwak hoorbaar, niet luid
3) zacht, langzaam, traag, niet snel [~ lijzig, leis]
Gevonden op http://taaldacht.nl/vergeten-woorden

Lijs

Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 houten schot naast de voordeur in huizen, waar de voordeur in de kamer opengaat.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0009.php

lijs

suf persoon
Jaar van herkomst: 1580 (WNT )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

lijs

zacht en zelfstandig gebruikt suf persoon (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/lijs1
Geen exacte overeenkomst gevonden.