Zoek op

Luipen

Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik luipte, heb geluipt), gluipen, loeren.
*...PERD, m. (-s), bespieder, gluiperd; kwaadspreker; [iemand] die niet veel spreekt; huichelaar; [zeker, zekere] vijl (gereedschap). -ACHTIG, [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), als een luipaard; huichelachtig.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0015.htm

luipen

loeren (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/luipen
Geen exacte overeenkomst gevonden.