Zoek op

nachtschuit

Spreekwoorden: (1914) Met (of uit) de nachtschuit komen
d.w.z. laat komen; ook: iets nieuws vertellen, dat iedereen reeds weet. Vgl. W. Leevend II, 153: Wat zegt Mama? Dat weet jy wel, wat Mama zegt; kom maar zo niet uit de nagtschuit (doe maar niet alsof je er niets van weet), jou olyke Vos; Harreb. II, 115; Ndl. Wdb. IX...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1650.htm

nachtschuit

(nachtschuit, nachtboot) beurt- of veerschip dat in de late avond vertrekt. De term nachtboot is een landrotten term, daar deze vaartuigen minstens schuiten en veelal schepen waren. (uitleg)
Gevonden op http://www.debinnenvaart.nl/binnenvaarttaal/woord.php?woord=n
Geen exacte overeenkomst gevonden.