Nokribben zijn topribben die de sluitsteen van een kruisgewelf met de top van twee gordelbogen verbinden. Bij een laatgotisch (net- of waaier)gewelf is dat de overeenkomstige doorlopende rib in de lengteas van de overwelfde traveeën. Bij waaiergewelven kan deze rib (in het horizontale vlak) slingerend zijn. (Haslinghuis) Gevonden op https://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/concept/cht:732ab127-5a16-4168-afd0-9