de oetlul zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'utlʏl ] Afbreekpatroon: oet·lul Verbuigingen: oetlullen (meerv.) <dit zeg je als je iemand die je stom vindt uitscheldt> Synoniemen: : eikel, droplul Gevonden op https://woorden.org/woord/oetlul
stommeling; klootzak; lul; met de nadruk op onhandigheid in enigszins milder gebruik ook: sufferd; eikel; droplul; kluns; lulhannes Vooral gebruikt als scheldwoord. kwalificerende frase met zinsvalentie, vaak in een uitroep, die volgt nadat in de context iemands gebreken of gebrekkige handelingen aan de orde zijn gesteld Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/oetlul