ongelovig bijv.naamw. Uitspraak: [ ɔnxə'lovəx ] Afbreekpatroon: on·ge·lo·vig als je niet in een opperwezen gelooft (2) Voorbeeld: 'Wie een kritische vraag stelde, werd al gauw uitgemaakt voor een ongelovige hond.' Antoniem: gelovig Synoniemen: heidens ongelovige ongodsdienstig onkerkelijk Gevonden op https://woorden.org/woord/ongelovig
wie niet in god gelooft vb: hij is geen moslim, hij is ongelovig Tegenstellingen: religieus gelovig met een gevoel dat je het niet vertrouwt vb: met een ongelovige blik keek hij me aan Synoniemen: achterdochtig argwanend wantrouwig wantrouwend Gevonden op https://mowb.muiswerken.nl/