de opleider zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'ɔplɛidər ] Afbreekpatroon: op·lei·der Verbuigingen: opleiders (meerv.) de opleid - ster zelfst.naamw. Uitspraak: [ 'ɔplɛit - stər ] Afbreekpatroon: op·lei·der Verbuigingen: opleidsters (meerv.) man of vrouw die één of meerdere personen een opleiding geeft over een bepaald onderwerp V... Gevonden op https://woorden.org/woord/opleider
(geul) Oplopende geul waarin bij een (zie) poldermolen het water wordt opgemalen naar het buitenwater. Bij molens met een (zie) scheprad gemetseld. Bij molens met een (zie) vijzel halfcirkelvormig van doorsnede en gemaakt van hout, baksteen, beton of staal. (Haslinghuis) Gevonden op https://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/concept/cht:6cb5d625-2eed-40ab-af99-8