oscilleren werkw. Uitspraak: [ ɔsi'lerə(n) ] Afbreekpatroon: os·cil·le·ren Vervoegingen: oscilleerde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft geoscilleerd (volt.deelw.) rond een vast punt heen en weer bewegen Voorbeeld: 'een ventilator die oscilleert' Gevonden op https://woorden.org/woord/oscilleren
(Eng: to oscillate) 1. Opslingeren. 2. Het ontstaan van een sinusvormige signaal (bijv. door het aanleggen van een wisselspanning of het gebruik van een toongenerator). Gevonden op https://www.angelfire.com/ca/vlietstra/CADCAM.pdf
(Eng: oscillate (to)) 1. De amplitude op een uniforme wijze doen of laten fluctueren. 2. Met een constante snelheid boven en onder een gespecificeerde waarde variëren. 3. Opslingeren. 4. Het doen ontstaan van een sinusvormige signaal, bijvoorbeeld door het aanleggen van een wisselspanning of het gebruik van een toongenerator). Gevonden op https://www.angelfire.com/ca/vlietstra/ELECTRON.pdf