I overlopen werkw. Uitspraak: [ ˈovərlopə(n) ] Afbreekpatroon: over·lo·pen Vervoegingen: liep over (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: is overgelopen (volt.deelw.) 1) (van een vat dat vloeistof bevat) zo vol zijn dat de inhoud eruit stroomt Voorbeeld: 'Het bad was zo vol dat het overliep toen ik erin stapte.' 2) (van... Gevonden op https://woorden.org/woord/overlopen
Def.: voor een ander schip langs varen. Toelichting: Als beide schepen over dezelfde boeg liggen, moet de overloper uitwijken voor de langzamere boot.
Gevonden op https://aquo.nl/index.php/Categorie:Geldige_begrippen
•tot boven de rand van een vat of dijk gevuld raken. •in de strijd van zijde wisselen. •tweede betekenisomschrijving. •enz. Gevonden op https://nl.wiktionary.org/wiki/overlopen
Het over de waterkering heen stromen van water, als de waterstand hoger is dan de waterkering. Het over de waterkering heen stromen van water, als de waterstand hoger is dan de waterkering. Het over de waterkering heen stromen van water, als de waterstand hoger is dan de waterkering. Het over de waterkering heen stromen van water, als de waterstand... Gevonden op https://tl.iplo.nl/begrippen-technische/?pager_page=32
Voor een ander schip langs varen. Als beide schepen over dezelfde boeg liggen, moet de overloper uitwijken voor de langzamere boot. Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10827