pissig bijv.naamw. Uitspraak: [ 'pɪsəx ] Afbreekpatroon: pis·sig flink kwaad informeel Voorbeeld: 'Waarom ben je nou zo pissig? Was het zo erg dat we niet op je hebben gewacht?' Synoniem: nijdig Synoniemen: aangebrand geërgerd geïrriteerd geprikkeld prikkelbaar Gevonden op https://woorden.org/woord/pissig