vervloekt (VD) - Voorbeeld: ‘Moeder, wat doet ge? Laat mij, ge zult ene plaag opdoen. - Ge zijt een sakkerse trunte, goed om te janken gij! gheu, gheu! en al stenend liep het wijvele voort’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0021.php