sauteren werkw. Uitspraak: [ so'terə(n) ] Afbreekpatroon: sau·te·ren Vervoegingen: sauteerde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gesauteerd (volt.deelw.) snel (bruin) bakken in een grote pan of op een groot vuur Voorbeeld: 'kipfilet sauteren' Gevonden op https://woorden.org/woord/sauteren
1) Bereidingswijze 2) Snel bruin braden 3) Snel bakken 4) Bakken 5) Braden en gaar maken 6) Keukenterm 7) Keukenterminologie 8) In een zeer hete pan aanbakken Gevonden op https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Sauteren/1
Een kooktechniek die veel weg heeft van roerbakken. In weinig olie worden de ingrediënten (typisch rood vlees en groenten) onder hoge temperatuur verhit.
Gevonden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Voedselbereiding
Aanbraden of aangaren van vlees in een open pan met een klein beetje heet vet, onder voortdurend omscheppen of omschudden. In tegenstelling tot bakken in een lage (koeken)pan wordt voor het sauteren een hogere pan gebruikt. Gevonden op https://sjeef.nl/Recepten/ABC/abcs.phpl