het schaakstuk zelfst.naamw. Uitspraak: [ 'sxakstʏk ] Afbreekpatroon: schaak·stuk Verbuigingen: schaakstukken (meerv.) wit of zwart figuurtje in een schaakspel Voorbeeld: 'Er zijn zes verschillende schaakstukken: de koning, de dame, de toren, de loper, het paard en de pion.' Gevonden op https://woorden.org/woord/schaakstuk
'Schaakstukken' zijn de figuren waarmee het schaakspel wordt gespeeld. De bovenstaande volgorde is gebruikelijk in de notatie van stellingen (spelposities). Gevonden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Schaakstuk