de schansspringer zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'sxɑnsprɪŋər ] Afbreekpatroon: schans·sprin·ger Verbuigingen: schansspringers (meerv.) sporter die met ski's van een schans afspringt Voorbeeld: 'De Oostenrijkse schansspringer verloor een ski en kwam zwaar ten val.' ... Gevonden op https://woorden.org/woord/schansspringer