de slaper zelfst.naamw. (m.) Verbuigingen: slapers Verbuigingen: slapertje 1) iemand die slaapt of komt slapen 2) extra binnendijk achter de eerste dijk (de waker), een slaperdijk Synoniemen: binnendijk dromer gast landloper logé overnachter slaapgast waker (antoniem) Gevonden op https://woorden.org/woord/slaper
algemeen overheid: Werknemer die zijn deelname aan een pensioenregeling v??r de datum van pensionering be?indigt, anders ... Gevonden op https://economischwoordenboek.nl?zoek=slaper
(gewicht) Slapers zijn standaardgewichten die voor het ijken van de waaggewichten meestal slechts tweemaal per jaar werden gebruikt. De standaardgewichten werden zorgvuldig opgeborgen en met rust gelaten en om die reden slapers genoemd. (Het waagstuk. Wegen en waaggebouwen in Nederland, div. auteurs, Amsterdam 1990) Gevonden op https://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/concept/cht:a37a04db-78b9-4d59-9d0e-a
[Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] de balk waarop het span van het dak rust. ook een schepenbrief die niet tijdig vertoond is en dus zijn kracht grotendeels verloren heeft ook betaalmiddel, zilveren munt ca 1500 Gevonden op https://www.encyclo.nl/Media/11698-Dumont-André.doc
Een deelnemer die niet langer pensioen opbouwt bij een pensioenuitvoerder en nog niet de pensioenleeftijd bereikt heeft is een slaper, ook wel gewezen deelnemer genoemd. Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/11447