steggelen werkw. Uitspraak: [ 'stɛxələ(n) ] Afbreekpatroon: steg·ge·len Vervoegingen: steggelde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gesteggeld (volt.deelw.) een beetje ruzie maken informeel Voorbeeld: 'De kinderen zitten de hele middag al te steggelen.' Synoniem: kibbelen Gevonden op https://woorden.org/woord/steggelen