Zoek op

stiefbroer

de stiefbroer zelfst.naamw. (m.) Uitspraak:   ['stifbrur] Verbuigingen:   stiefbroer|s (meerv.) zoon van je stiefvader of stiefmoeder uit een eerdere relatie dan die met je eigen ouder Voorbeeld:   `Mijn vader is hertrouwd met een vrouw die twee zoons had, w...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/stiefbroer

STIEFBROER

1) Famillielid 2) Familielid 3) Halfbroer
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/STIEFBROER/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.