uitspreken, zeggen - Voorbeeld: ‘Als ze los naar huis keerden, legde hij de lange arm over deezel zijn rug, ze leunden tegeneen en Jan koutte halfluide zijn gedachten uit’ (Langs Wegen 197) Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0023.php