de washand zelfst.naamw. (m./v.) Uitspraak: [ 'wɑshɑnt ] Afbreekpatroon: was·hand Verbuigingen: washanden (meerv.) zakje waar je je hand in kunt steken om je te wassen Voorbeeld: 'Hij hield het washandje onder de kraan en wreef het in met zeep.' Synoniem: washandje ... Gevonden op https://woorden.org/woord/washand