Kopie van `NIRAS - Glossarium radioactiviteit`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.
Categorie: Chemie, chemische- en kernindustrie > Radioactiviteit
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 139


Activiteit
Het aantal spontane desintegraties van het atoom in een hoeveelheid radioactieve stof per tijdseenheid. De activiteit wordt gemeten in becquerel, afgekort Bq. De vroeger gangbare eenheid was de curie, afgekort Ci.

Activering
Actie waardoor bepaalde nucleïden radioactief worden, in het bijzonder in materialen gebruikt voor de structuur van kernreactoren, door het bombarderen met neutronen of andere deeltjes.

Achtergrondstraling, natuurlijke
Natuurlijke ioniserende straling, met inbegrip van kosmische straling en straling van natuurlijke radioactieve materialen.

Acceptatie
Verificatie, aan de hand van administratieve en fysieke controles, van de conformiteit van een collo radioactief afval met de toepasbare acceptatiecriteria.

Afvalcollo
Geheel bestaande uit de primaire verpakking en de inhoud ervan.

Afscherming
Voorziening die wordt gebruikt voor de bescherming tegen een radioactieve bron of om de intensiteit ervan te verminderen.

Alfastraling
Straling waarbij alfadeeltjes worden uitgezonden.

Alfadeeltje
Positief geladen deeltje dat door sommige radioactieve stoffen bij de nucleaire desintegratie wordt uitgezonden. Een alfadeeltje bestaat uit twee neutronen en twee protonen en is identiek aan de kern van een heliumatoom. Alfastraling is minder doordringend dan bèta- en gammastraling. Een blaadje papier of de opperhuid volstaan al om deze te absorberen. Alfastraling is dus sterk ioniserend, dit wil zeggen dat ze gemakkelijk elektronen losrukt aan de atomen van het doordrongen materiaal, omdat de alfadeeltjes al hun energie afstaan over een klein traject.

ALARA-principe
`As Low As Reasonably Achievable`. Principe dat de blootstelling van mens en milieu aan ioniserende straling `zo laag als redelijkerwijs mogelijk` moet zijn. Daarbij wordt ook rekening gehouden met economische en sociale factoren. Een van de basisprincipes in stralingsbescherming. Beginsel van de Internationale Commissie voor Radiologische Bescherming (ICRP).

Atoomnummer
Nummer dat aan elk element wordt toegekend in het periodiek systeem der elementen. Het is gelijk aan het ladingsaantal, dit is het aantal protonen dat zich in de atoomkern bevindt (symbool Z).

Atoomkern
Zie kern.

Atoom
Het kleinste deeltje van een chemisch element dat niet verder deelbaar is langs chemische weg. Elk atoom bestaat uit een kern van positief geladen protonen en neutrale neutronen, omgeven door een `wolk` of `sluier` van negatief geladen elektronen die om de kern cirkelen op één of meer banen. Atomen gedragen zich naar buiten toe elektrisch neutraal, omdat het aantal protonen in de kern en het aantal elektronen in de wolk gelijk is. Atomen zijn zeer klein: in een waterdruppel bevinden zich ongeveer 6.000 triljoen (21 nullen na de 6) atomen.

Barrière
Elke natuurlijke of kunstmatige bescherming tegen de verspreiding van radioactieve stoffen en tegen ioniserende straling. Zie ook Multibarrièreprincipe.

Bestraling
Blootstelling van een levend organisme of van een stof aan ioniserende straling.

Besmetting (radioactieve)
Aanwezigheid van radioactieve stoffen in materiaal, aan de oppervlakte van voorwerpen of op elke plaats waar die aanwezigheid niet gewenst is of schadelijke gevolgen kan hebben. Bij de mens maakt men een onderscheid tussen uitwendige en inwendige besmetting. Bij inwendige besmetting zijn radioactieve deeltjes aanwezig in het lichaam, bijvoorbeeld door inademing of door inname van voedsel, vloeistof of gas besmet met radioactieve stoffen. Bij uitwendige besmetting komen de radioactieve stoffen in aanraking met de huid of met uitwendige delen van het organisme.

Bergingssysteem
Geheel bestaande uit de bergingsinstallatie en de gastformatie. Dit systeem bevindt zich in een omgeving die zelf gevormd wordt door de watervoerende lagen die zich boven en onder de gastformatie bevinden, en door de biosfeer.

Bergingsinstallatie
Constructie die bestemd is om radioactief afval te ontvangen in een optiek van passief beheer op lange termijn.

Berging
Zie onze rubriek "Beheer op lange termijn". Berging in diepe geologische lagen Zie onze rubriek "Beheer op lange termijn".

Belgoprocess
Onderneming-dochtermaatschappij van NIRAS die zorgt voor de verwerking, de conditionering en de tijdelijke opslag van Belgisch radioactief afval. Belgoprocess zorgt ook voor de ontmanteling van stilgelegde nucleaire installaties.

Becquerel (Bq)
Eenheid voor het meten van radioactiviteit. 1 Bq komt overeen met één desintegratie van een radionucleïde per seconde. Deze eenheid vervangt de curie.

Biosfeer
Deel van de aardkorst, van de oceanen en van de atmosfeer waar levende organismen zich ontwikkelen en leven.

Bituminering
Insluiting in bitumen (aardhars, asfalt). Deze methode wordt toegepast om bepaalde types radioactief afval in te sluiten. Dit geldt zowel voor vast als vloeibaar afval, zelfs voor slib afkomstig van de behandeling van radioactieve vloeistoffen.

Bq
Zie becquerel.

BR3
Belgian Reactor 3 : eerste Europese experimentele drukwaterreactor, in gebruik genomen door het SCK·CEN in 1962. Hij wordt thans ontmanteld.

BR2
Belgian Reactor 2 : testreactor van het SCK·CEN voor het bestralen van materialen met een hoge neutronenflux. Hij werd in gebruik genomen door het SCK·CEN in 1963.

Chemisch element
Zie element.

CILVA
Acroniem voor Centrale Infrastructuur voor Laagactief Vast Afval, een installatie voor de verwerking van vast laagactief afval op de site van Belgoprocess.

Ci
Zie Curie.

Conditionering
Geheel van verrichtingen waarbij gebruik gemaakt wordt van een conditioneringsmatrix om een vast, compact, chemisch neutraal en niet-verspreidbaar materiaal te bekomen, waardoor het afval kan worden vervoerd en opgeslagen, in afwachting van zijn berging. Conditionering omvat doorgaans het immobiliseren van het afval, door inkapseling in een matrix of door blokkering (inspuiting van een conditioneringsmateriaal in de vrijgelaten ruimtes), en het verpakken van het afval.

Compactie (of supercompactie)
Industriële techniek die erin bestaat de materialen samen te drukken door middel van een pers, teneinde het volume ervan te beperken.

Collo (radioactief afval)
Zie afvalcollo.

COGEMA
Compagnie générale des matières nucléaires: Frans bedrijf dat in La Hague onder meer een fabriek voor de opwerking van verbruikte (of bestraalde) kernbrandstof exploiteert.

Curie (Ci)
Oude eenheid voor het meten van radioactiviteit. In 1985 officieel vervangen door de becquerel (Bq). Een curie komt overeen met de activiteit van 1 g radium en is even groot als 37 miljard becquerel.

Desintegratie (nucleaire-)
Omzetting van een kern waarbij deze gesplitst wordt in verschillende kernen of waarbij deeltjes worden uitgezonden. Deze omzetting kan spontaan zijn of veroorzaakt worden door een kern of door een deeltje.

Desintegratie (radioactieve -)
Spontane nucleaire omzetting van een kern als gevolg van zijn radioactiviteit. Dit verschijnsel veroorzaakt een radioactief verval.

Demontage
Geheel van technische verrichtingen die ertoe leiden dat de exploitatie van een installatie wordt stopgezet en de installatie in een toestand wordt gebracht die veilig is voor de werknemers, de bevolking en het leefmilieu.

Declassering
Zie onze rubriek "Declassering`.

Dosisequivalent
Product van de geabsorbeerde dosis en een coëfficiënt afhankelijk van de aard van de straling. De eenheid voor het dosisequivalent is de sievert (Sv).

Dosimeter
Klein draagbaar instrument voor het meten en registreren van de totale persoonlijke geabsorbeerde dosis.

Effectieve dosis
Sommige weefsels en organen zijn gevoeliger voor straling dan andere. Om rekening te houden met dit kenmerk wordt de equivalente dosis gewogen door een specifieke risicofactor voor elk weefsel of orgaan om de effectieve dosis te bekomen. Dit is de som van de gewogen equivalente doses waaraan de verschillende weefsels of organen onderhevig zijn. De eenheid die hiervoor gebruikt wordt, is de sievert.

Element
Stof die volledig bestaat uit atomen met hetzelfde atoomnummer en die niet verder ontbonden kan worden langs chemische weg. Er zijn momenteel 112 elementen bekend, waarvan 92 natuurlijke en 20 kunstmatige. Elk element heeft een specifiek aantal protonen, het zogenaamde atoomnummer Z, in zijn kern. Enkele voorbeelden hiervan zijn waterstof (Z = 1), koolstof (Z = 6), goud (Z = 79), lood (Z = 82) en uranium (Z = 92).

Elektron
Negatief geladen elementair deeltje (behoudens tegenspecificatie) dat zich rond de positief geladen kern bevindt. De elektronen bepalen de chemische eigenschappen van het atoom.

Equivalente dosis
Zie dosisequivalent.

Erkenning
Formele beslissing waarbij NIRAS erkent dat een procédé en een installatie voor verwerking-conditionering in staat is een type collo geconditioneerd afval te produceren dat aan de toepasbare acceptatiecriteria beantwoordt.

EUROCHEMIC
Proefinstallatie voor opwerking van bestraalde kernbrandstof, op de site van Belgoprocess.

FANC
Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, Brussel.

FBFC International
Franco-belge de fabrication de combustibles International: fabrikant van kernbrandstof in Dessel.

Gammastraling
Elektromagnetische straling samengesteld uit fotonen uitgezonden tijdens een proces van nucleaire overgang of annihilatie van deeltjes. Energierijke elektromagnetische straling met zeer kleine golflengte en zonder massa, die door talrijke types kernen afgegeven wordt. Gammastraling is van dezelfde aard als licht of röntgenstralen, maar bezit veel meer energie. Gammastraling is zeer doordringend en kan enkel doeltreffend worden geabsorbeerd door dichte materialen zoals ijzer, beton of lood, of ook door een voldoende dikke laag water. De dikte die nodig is om gammastraling af te schermen, kan gaan van enkele centimeters tot enkele meters, afhankelijk van de energie en de intensiteit van de straling. Zie onze rubriek "Drie soorten straling".

Geosfeer
Zie Ver veld.

Geiger-müllerteller
Instrument voor het detecteren en meten van straling. Bestaat uit een met gas gevulde buis waarin een elektrische ontlading plaatsvindt als er ioniserende straling binnendringt. De ontladingen worden geteld en zijn een maat voor de stralingsintensiteit.

Geconditioneerd afval
Radioactief afval dat in een vorm is gebracht die op veilige en economische wijze behandeld, vervoerd, opgeslagen en geborgen kan worden.

Geabsorbeerde dosis
Hoeveelheid energie die door ioniserende straling wordt overgedragen op een stof per massa-eenheid van deze stof. De eenheid voor geabsorbeerde dosis is gray (Gy). 1 gray stemt overeen met 1 joule per kilogram.

Goedkeuring (of kwalificatie)
Formele beslissing waarbij NIRAS erkent dat een procédé en een installatie voor verwerking-conditionering in staat is een collo geconditioneerd afval te produceren dat aan de toepasbare acceptatiecriteria beantwoordt.

Gray (Gy)
Eenheid voor geabsorbeerde dosis. Drukt de hoeveelheid energie uit die door ioniserende straling wordt overgedragen op een stof per massa-eenheid van die stof. 1 gray stemt overeen met 1 joule per kilogram.

Gy
Zie gray.

Halveringstijd
In geval van een uniek proces van radioactief verval, de gemiddelde tijd die nodig is opdat de activiteit van een radioactieve bron zou dalen tot de helft van haar oorspronkelijke waarde.

HADES
"High-Activity Disposal Experimental Site". Ondergronds onderzoekslaboratorium in een diepe kleilaag, de Boomse klei, onder de site van het SCK·CEN in Mol. Het laboratorium wordt beheerd en geëxploiteerd door het ESV EURIDICE. HADES levert een bijdrage aan de uitvoerbaarheidsstudies voor de berging van radioactief afval in diepe kleilagen.

Hoogactief afval
Zie onze rubriek "Afvalclassificatie".

IAEA
International Atomic Energy Agency: Internationaal Agentschap voor Kernenergie, een agentschap van de Verenigde Naties dat zetelt in Wenen, Oostenrijk.

ICRP
International Commission on Radiological Protection: Internationale Commissie voor Radiologische Bescherming.

Insluiting
Geheel van maatregelen en middelen om mens en leefmilieu te beschermen tegen de verspreiding van radionucleïden in de biosfeer.

Ioniserende straling
Straling met voldoende energie om in materie ionisatie te veroorzaken. Voorbeelden hiervan zijn alfa-, bèta- en gammastraling en röntgenstralen.

Ionisatie
Proces dat erin bestaat één of meer elektronen toe te voegen aan atomen of aan molecules of ze eruit te verwijderen, hetgeen leidt tot het ontstaan van ionen. Hoge temperaturen, elektrische ontladingen of radioactieve straling kunnen leiden tot ionisatie. Ionisatie is tevens de vorming van ionen door de ontbinding van molecules.

Ion
Atoom, fragment van een molecule, molecule of groep van molecules die een totale elektrische lading dragen die niet gelijk is aan nul.

IRE
Nationaal Instituut voor Radio-elementen, Fleurus, België.

Isotopen
Atomen van een chemisch element met hetzelfde aantal protonen en elektronen maar met een verschillend aantal neutronen. Ze hebben dus hetzelfde atoomnummer (Z), maar een verschillende massagetal (A). Men spreekt van de isotopen van een element. Zo zijn bijvoorbeeld koolstof-12, koolstof-13 en koolstof-14 isotopen van het element koolstof. Isotopen van een zelfde element hebben dezelfde chemische eigenschappen, maar hun fysische eigenschappen kunnen verschillend zijn. Koolstof-12 en koolstof-13 bijvoorbeeld, zijn stabiel, terwijl koolstof-14 radioactief is.

Kettingreactie
Opeenvolging van kernsplijtingen tijdens dewelke de vrijgekomen neutronen nieuwe splijtingen veroorzaken, die op hun beurt nieuwe neutronen voortbrengen die weer nieuwe splijtingen veroorzaken enzovoorts.

Kernsplijting
Splitsing van een kern in ten minste twee andere kernen, waarbij een relatief belangrijke hoeveelheid energie vrijkomt. Tijdens deze omzetting komen gewoonlijk twee of drie neutronen vrij die andere splijtingsreacties kunnen voortbrengen in andere kernen, waardoor een kettingreactie ontstaat. Deze gaat eveneens gepaard met het uitzenden van gammafotonen.

Kernenergie
Energie uit kernen. De energie die in de kernen opgesloten zit, kan op twee manieren vrijkomen, volgens de beroemde formule E = mc² van Einstein: door radioactieve desintegratie of door splijting van de kern. Met kernenergie bedoelt men gewoonlijk de enorme energie die bij kernsplijting in een kernreactor vrijkomt.

Kernbrandstof
Splijtstof, dit wil zeggen een stof die energie produceert door kernsplijting in een kernreactor via een gecontroleerde kettingreactie. De energie die ingesloten is in de kernen komt vrij in de vorm van warmte. Voorbeelden van splijtstoffen zijn uranium-235 en plutonium-239.

Kerncentrale
Installatie voor het opwekken van elektriciteit waarbij de warmte geproduceerd wordt door kernsplijting in een kernreactor.

Kern
Positief geladen centraal gebied van een atoom. Behalve bij de kern van gewone waterstof, die één enkel proton bezit, bevatten alle atoomkernen zowel positief geladen protonen als neutrale neutronen.

Klei
Zacht of licht gehard gesteente dat hoofdzakelijk bestaat uit zeer kleine deeltjes (kleiner dan 2 micron) van aluminium-silicaten. Klei bezit het vermogen om de verplaatsing van radionucleïden te vertragen en is zeer weinig waterdoorlatend. Bovendien is klei een gesteente dat min of meer plastisch is met een bijzonder helend vermogen: openingen die in de klei ontstaan (scheuren, breuken), hebben de neiging spontaan weer dicht te gaan.

Kosmische straling
Ioniserende straling uit de kosmos, die primaire deeltjes met zeer hoge energie (van buitenaardse oorsprong) bevat en secundaire deeltjes ontstaan door de wisselwerking van de primaire deeltjes met de hoge atmosfeerlagen.

Kortlevend afval
Zie onze rubriek "Afvalclassificatie".

Kwalificatie
Zie Erkenning.

Langlevend afval
Zie onze rubriek "Afvalclassificatie".

Laagactief afval
Zie onze rubriek "Afvalclassificatie".

Massagetal
Totaal aantal protonen en neutronen in de atoomkern van een nucleïde (symbool A).

Middelactief afval
Zie onze rubriek "Afvalclassificatie".

Molecule
Groep van twee of meer atomen waarvan de cohesie wordt gewaarborgd door sterke (bijvoorbeeld elektrische) verbindingen. Een molecule is de kleinste eenheid van een autonoom geheel dat al zijn chemische eigenschappen behoudt. Zo bestaat water uit moleculen van twee waterstofatomen en één zuurstofatoom.

Natuurlijke ioniserende straling
In de natuur aanwezige ioniserende straling, bij afwezigheid van een nucleaire installatie of een kunstmatige radioactieve bron. Deze straling is te wijten aan de kosmische straling en aan de radio-isotopen die van nature aanwezig zijn in de aardkorst en in de lucht.

Nabije veld
Geheel bestaande uit de componenten van de bergingsinstallatie, inclusief het radioactieve afval, en het gedeelte van de door de uitgraving verstoorde gastformatie.

Neutron
Elektrisch neutraal kerndeeltje dat, samen met de protonen, deel uitmaakt van de atoomkern. Het is de neutron die de splitsing van de splijtbare kernen veroorzaakt, waarvan de energie gebruikt wordt in kernreactoren.

NEA
Nuclear Energy Agency: het Agentschap voor Kernenergie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), Parijs, Frankrijk.

Niet-geconditioneerd afval
Radioactief afval dat niet geconditioneerd werd.

Nucleaire transformatie
Transformatie van een radionucleïde in een andere nucleïde, bijvoorbeeld alfadesintegratie of bètadesintegratie.

Nucleaire installatie
Geheel van voorwerpen, apparaten, voorzieningen of gebouwen die binnen een inrichting een technische eenheid vormen waar beroepsactiviteiten of -praktijken worden uitgeoefend waarbij gebruik gemaakt wordt van ioniserende straling of van radioactieve stoffen.

Nucleaire desintegratie
Zie desintegratie (nucleaire-).

Nucleïde
Algemene term voor een willekeurige isotoop X, zowel stabiel (279) als onstabiel (circa 5.000), van de chemische elementen, die gekenmerkt wordt door massagetal A en atoomnummer Z.

Ontsmetting
Verwijdering of vermindering van de radioactieve besmetting in of op het oppervlak van gebouwen, terreinen, objecten of levende organismen. Ontsmetting kan geschieden door procédés van mechanische, chemische of elektrochemische aard.

Ontmanteling
Zie onze rubriek "Declassering`.

Opslag
Insluiting van verbruikte kernbrandstof of van radioactief afval in een installatie met de bedoeling het later te recupereren (in afwachting van oplossingen voor het langetermijnbeheer). Opslag is per definitie een tijdelijke maatregel.

Oppervlakteberging
Zie onze rubriek "Beheer op lange termijn".

Opwerking
Verwerking van bestraalde kernbrandstof uit een reactor, om het splijtbare of vruchtbare materiaal te herstellen en de splijtingsproducten te scheiden. Het splijtbare product wordt verder verwerkt tot nieuwe kernbrandstof, de splijtingsproducten zijn afval.

Oxidatie
Reactie waarbij een atoom of een ion elektronen verliest.

PAMELA
Proefinstallatie (op de site van Belgoprocess) voor verglazing van bestraalde kernbrandstof opgewerkt door EUROCHEMIC.

Plutonium (Pu)
Zwaar, radioactief, door de mens gemaakt metaalelement. Zijn belangrijkste isotoop is splijtbaar plutonium-239, dat ontstaat door de bestraling van uranium-238 door neutronen in een kernreactor.

Positron (of positon)
Kerndeeltje, antideeltje van de elektron, met dezelfde massa en tegengestelde lading.

Primaire verpakking
Eerste omhulsel van het afval, inclusief de eventuele interne afscherming.