Zoek op

rijgen

rijgen werkw.Uitspraak:   [ˈrɛixə(n)] Verbuigingen:   reeg (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft geregen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen 1) (kralen) verbinden met een draad of snoer Voorbeeld:   `pinda's aan een snoer rijgen voor...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/rijgen

rijgen

• [ov] met een naald een draad ergens doorvoeren.
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/rijgen

Rijgen

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik reeg, heb geregen), voorwerpen die doorboord zijn nevens elkander aan een snoer hechten; met een snoer of een veter digt- of vastmaken; met wijde steken naaien; [figuurlijk] [iemand] aan den degen -, hem den degen door het lijf steken.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0021.htm

rijgen

aan een snoer hechten
Jaar van herkomst: 1330 (MNW )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

rijgen

aan een snoer hechten (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/rijgen

rijgen

er een draad doorheen halen vb: Linette rijgt kralen aan een ketting
losjes vastnaaien vb: mevrouw Pilkes rijgt het embleem op de jas
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=rijgen

rijgen

[Nederlands] vastmaken
Gevonden op https://quizlet.com/21220528/nederlands-flash-cards/
Geen exacte overeenkomst gevonden.