rijgen werkw. Uitspraak: [ ˈrɛixə(n) ] Afbreekpatroon: rij·gen Vervoegingen: reeg (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft geregen (volt.deelw.) 1) (kralen) verbinden met een draad of snoer Voorbeeld: 'pinda's aan een snoer rijgen voor de vogeltjes' 2) aan elkaar naaien met grote steken Voorbeeld: 'rijgen voor je... Gevonden op https://woorden.org/woord/rijgen
Het tijdelijk aan elkaar bevestigen van twee of meer stukken materiaal door middel van lange, losse steken om ze op hun plaats te houden tot ze uiteindelijk worden vastgenaaid. Gebruik `losjes bevestigen` voor een lichte of tijdelijke bevestiging met behulp van een ander middel. Categorie: Procédés en Technieken > naaien. Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10491