Kopie van `E-klas begrippen uit de spraakkunst`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


E-klas begrippen uit de spraakkunst
Categorie: Taal en literatuur
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 23


antecedent
datgene waarnaar wordt verwezen door een voornaamwoord of een voornaamwoordelijk bijwoord
het pad dat naar het huis leidt - het boek waarover we spraken

antoniem
woord dat een tegengestelde betekenis heeft t.o.v. een ander
dood / levend - groot / klein

imperatief
-> wijs

klinker
een spraakklank die in de mond wordt gevormd en waarbij de lucht niet wordt gestuit of onderbroken
  • gedekte klinker: wordt afgebroken door een medeklinker die erop volgt; stekker
  • lange klinker: geeft de indruk langer te duren dan andere; beer


overtreffende trap
-> trappen van vergelijking

substantief
-> zelfstandig naamwoord

suffix
-> achtervoegsel

superlatief
-> overtreffende trap

syntaxis
de zinsleer, de theorie die zegt hoe een correcte zin moet worden gevormd; belangrijk zijn o.m. de volgorde waarin de zinsdelen staan en hun vorm (verbuiging, vervoeging)

vocaal
-> klinker

voegwoord
een woord dat woorden, woordgroepen of zinnen verbindt
  • nevenschikkend voegwoord: verbindt gelijkwaardige woorden of zinnen
  • onderschikkend voegwoord: verbindt een hoofdzin met een bijzin


voornaamwoord


voorvoegsel
prefix; een morfeem dat voor een bestaand woord wordt geplaatst om een ander woord te vormen
bekijken - onmogelijk - intolerant

voorwerp
een zinsdeel dat personen of zaken aanduidt die nauw betrokken zijn bij de handeling die het werkwoord uitdrukt

voorzetsel
een woord dat samen met een zelfstandig naamwoord, of met een zelfstandig voornaamwoord of telwoord een bepaling vormt
de auto van de vertegenwoordiger (bijvoeglijke bepaling)
hij ging met de auto (bijwoordelijke bepaling)
hij kocht een auto voor haar (meewerkend voorwerp)
zij is trots op haar nieuwe auto (voorzetselvoorwerp)


voorzetselvoorwerp
een voorwerp dat wordt voorafgegaan door een voorzetsel dat vast verbonden is met een bepaald werkwoord
Hij stond niet stil bij die mogelijkheid

vragend voornaamwoord
een voornaamwoord dat vraagt om een nadere bepaling van een persoon of zaak
welke, wat, wie ...

wederkerend voornaamwoord
een voornaamwoord waarmee een (lijdend of meewerkend) voorwerp wordt aangeduid dat hetzelfde is als het onderwerp
Hij heeft zich gesneden - Ik heb mezelf geholpen

wederkerig voornaamwoord
een voornaamwoord dat aangeeft dat de relatie wederkerig is
Ze hebben elkaar nooit gezien

werkwoord
een woordsoort die een "doen", "zijn" of "worden" uitdrukt (vaak aangeduid als "handeling")

zelfstandig naamwoord
nomen; substantief;

zin
een geheel van woorden dat qua syntaxis een afgrond geheel vormt, d.w.z. in principe met een onderwerp en een persoonsvorm; de zinsdelen moeten in een bepaalde volgorde staan en eventueel in een bepaalde vorm (verbuiging, vervoeging)zie ook -> bijzin, hoofzin
  • enkelvoudige zin: een zin met slechts één onderwerp en persoonsvorm
    Bert koopt een fiets
  • samengestelde zin: een zin die bestaat uit meer zinnen die verbonden zijn


zinsdeel
een woord of woordgroep die een syntactische functie heeft; we kennen volgende functies:
onderwerp, gezegde, voorwerpen en bepalingen