Kopie van `Dansmaar - dansbegrippen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Dansmaar - dansbegrippen
Categorie: Kunst, muziek & cultuur > Dans en ballet
Datum & Land: 27/01/2014, NL
Woorden: 56


Abstracte balletten
Balletten zonder verhaal of thema. Dansen om het dansen zelf. Ook wel absolute dans genoemd.

Abstrahering
Zonder voorstelling die aan de werkelijkheid ontleend kan worden, niet figuratief of realistisch.

Analogie
Overeenkomst die je vaststelt en die je tot uitgangspunt neemt voor een redenering of vaststelling.

Anorexia
Door psychische en/of sociale factoren veroorzaakte ernstige vorm van anorexie: gebrek aan of verlies van eetlust.

Aspirant
Rang in een balletgezelschap:vers van de balletacademie krijg je, na auditie te hebben gedaan een contract voor twee jaar. Aspirant ben je het eerste jaar, je doet ervaring op in kleine rollen en je mag af en toe meedoen, achterin het corps de ballet.

Aspirant
Vers van de balletacademie krijg je, na auditie te hebben gedaan een contract voor twee jaar. Aspirant ben je het eerste jaar, je doet ervaring op in kleine rollen en je mag af en toe meedoen, achterin het corps de ballet .

Associatie
Verbinding van voorstellingen: je ziet iets en je moet daarbij meteen aan wat anders denken.

Asymmetrisch
Van een zodanige vorm dat de delen ter weerszijden van een verticale middellijn niet gelijk (resp. niet elkaars spiegelbeeld) zijn.

Attitude
Lijkt op een arabesque, maar het opgetilde been is gebogen bij de knie

Butoh-dans
Dans van de duisternis en de sombere ziel, de hedendaagse Japanse tegenhanger van de expressionistische dans.

Circeldans
Rituele dans uit de middeleeuwen, voorstellend de dans der engelen in de hemel. Tijdens de dans werden hymnen en psalmen gezongen, men stampte op de grond en klapte daarbij in de handen.

Climax
Opvoeren van spanning tot een hoogtepunt door opeenvolging van steeds sterkere uitdrukkingen.

Dynamisch
Vol beweging.

Eerste solist
Rang in een balletgezelschap: je vertolkt dragende hoofdrollen.

Ëlève
Rang in een balletgezelschap: tijdens het tweede jaar doe je hetzelfde als toen je aspirant was, maar je krijgt wat meer rollen en doet vaker mee met het corps de ballet.

Emotie
Vaak hevige gemoedsbeweging die vaak neerkomt op ontroering.

Empiremode
Modestijl uit de eerste helft van de 19e eeuw. De jurken van de dames kenmerkten zich door een losse plissé-achtige plooival, een hoge taille en een laag decolleté.

Escapisme
De neiging om de zorgen van het alledaagse leven te vergeten, bijvoorbeeld door het bezoeken van een balletvoorstelling, waarbij men zich in een andere wereld kan wanen.

Foette
Een draai waarbij het speelbeen rondzwiept weg van het standbeen, zoals een lepel in een kom met beslag. Odile voert een serie van 32 fouettes uit in de derde akte van Het Zwanenmeer .

Folkloredans
Dans gebaseerd op of geinspireerd door op een wereld van oude gebruiken, verhalen en muziek van een bepaald volk.

Fysiek
Lichamelijk

Fysiotherapeut
Behandelt blessures van dansers. Hij of zij weet alles van sport en balletblessures.

Illusie
Zinsbegoocheling, kunstmatige voorstelling van of omtrent iets.

Improvisatie
Het onvoorbereid uitwerken van een dansidee of dansmotief in dans vertalen De danser zet een dansidee om in dans. Dansideeën kunnen voortkomen uit alles wat zichtbaar, hoorbaar, voelbaar of denkbaar is. De vertaling van zo`n idee in dans zal altijd een persoonlijke lading hebben. Het dansidee wordt vanuit diverse invalshoeken geanalyseerd. Vanuit de analogieën en associaties , ontstaat het dansmateriaal. Met deze gegevens kan men het dansidee vormgeven

Improviseren
Zie improvisatie.



Isolatie
Het afzonderlijk bewegen van lichaamsdelen in de dans.

Kinesfeer
De persoonlijke beweegruimte. Deze kan groot, middelgroot of klein zijn. Je kunt iemands kinesfeer begrenzen, binnenvallen, opvullen of doorsteken.

Klassiek
Uit vroeger tijden stammend en desondanks toch niet verouderd,een voorbeeldrol waardig.

Klassiek ballet
Dansstijl gebaseerd op regels die door de eeuwen heen zijn vastgelegd door Franse, Russische, Deense en Italiaanse balletmeesters, en die zijn hoogtepunt bereikte in de balletten van Petipa en Ivanov.

Klassieke balletten
Meestal Russische balletten met een sprookjesachtig verhaal uit het eind van de l9de eeuw, die een bepaald patroon volgen, zoals Het Zwanenmeer en De Schone Slaapster .

Klassieken
Kunstenaars uit de Griekse of Romeinse oudheid,in dit verband balletten (b.v. uit de 19e eeuw),die nog volgens de eerste originele, nog steeds geldende regels opgezet zijn.

Orkestra
Of orchestra. Ronde open plaats voor het podium in een klassiek Grieks theater waar het koor met zang en das haar optreden verzorgt tussen de diverse bedrijven door.

Skene
Klein gebouw in de klassieke Griekse openluchttheaters ter afsluiting van het toneel. Ons woord scène komt hier vandaan.

Speciale effecten
Effecten om een speciale sfeer te scheppen met bijvoorbeeld donder, mist of sneeuw. Men gebruikt daarbij lasers, dia- en videoprojecties en nepsneeuw.

Spitzen
Speciale, harde schoenen waarmee en pointe wordt gedanst, op de tenen. Ze worden door de vrouwelijke dansers gebruikt, en soms voor een speciaal effect bij een demi-caractère . De leren ondersteuning en de met lijm stijf gemaakte neus van de spitz is vergelijkbaar met een ondersteunend corset wat er voor zorgt dat de holte van de voet wordt ondersteund en dat de tenen worden samengebonden en aldus één massief ledemaat vormen, sterk genoeg om het lichaam van de danser te dragen.

Spitzenvariaties
Verschillende manieren van dansen op de tenen waarvan men in een voorstelling een aantal voorbeelden laat zien.

Spotten
Techniek die dansers gebruiken om te voorkomen dat ze duizelig worden tijdens het draaien. Je richt je ogen op een vast punt, en probeert dat punt na de draai zo snel mogelijk weer te vinden.

Sprookjesballet
Verhalend ballet uit de 19e eeuw met een (vaak bekend) sprookje als uitgangspunt.

Suite
Cyclisch muziekstuk dat is samengesteld uit een aantal korte danswijzen, die in dezelfde toonsoorten vaak in liedvorm geschreven zijn.

Symbolisch
Met de zintuigen waarneembaar teken of voorwerp dat iets geestelijks of abstracts uitbeeldt.

Symmetrisch
In overeenstemming met de symmetrie, zodanig verdeeld of te verdelen dat linker- en rechterzijde elkaars spiegelbeeld of gelijkvormig zijn.

Synchroon
Gelijktijdig.

Systeem
Verschillende methoden voor opleiding van balletdansers. In Nederland wordt meestal gewerkt volgens het systeem van Vagànova.

Theaterdans
Dans,speciaal ontworpen voor opvoering voor publiek in een theater of schouwburg.

Theatrale middelen
Toneelbeeld, kostuums, decor , licht, attributen, geluid.

Thema
Onderwerp waarover men denkt, spreekt of schrijft, waaraan een kunstenaar vorm geeft, punt van behandeling.

Thema-balleten
Balletten zonder echt verhaal, die wel duidelijk over iets gaan, zoals Gloria van MacMillan, over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog.

Uitdraaien
De manier waarop de benen van de danser worden uitgedraaid vanuit de heup. Is erg belangrijk bij het ballet.

Vocabulaire
Lijst of verzameling van begrippen of kenmerken, in dit geval van b.v.een bepaalde danssoort.

Voetposities
In alle posities worden de benen gestrekt gehouden. De voeten draaien zo ver uit als je knieën. Het gewicht rust op de voorvoet en je hielen raken de grond, maarhoeven er niet doorheen!
Er zijn vijf verschillende wijzen van staan waarbij je gewicht dus op beide voeten rust, hoe je je lijf verder ook houdt.
Eerste positie (en première): Hielen tegen elkaar, knieën en voeten uitdraaien vanuit de heupen.
Tweede positie (en seconde): Voeten uit elkaar plaatsen met ongeveer anderhalf keer je voetlengte er tussen.
Derde positie (en troisième): De hiel van je ene voet halverwege de andere zetten en uitdraaien.
Vierde positie open (en quatrième ouvert): Schuif vanuit de eerste positie je voet dertig cm.naar voren.
Vierde positie gekruist (en quatrième croisé): Vanuit de vijfde positie een voet naar voren schuiven.
Vijfde positie (en cinquième): Zet de ene hiel tegen de grote teen van de andere voet en andersom.

Volksdans
Elk volk over de hele wereld heeft zijn eigen dansen, die van generatie op generatie worden doorgegeven. Volksdans heeft geen ingewikkelde choreografie.

Voordoek
Het doek dat het podium van de zaal scheidt. Soms wordt het voordoek, bij wijze van voorproefje, beschilderd met thema’s uit de voorstelling.

Voorstellingsleider
Persoon die de voorstelling technisch begeleidt.

Vorm van het lichaam
Bijvoorbeeld hoekig, rond, open, groot, klein.

Vormgevingsprincipes
Structurering en ordening.Structurering: herhalen, omkeren, opeenstapelen, spiegelen, leiden en volgen; thema en variaties; rondo, canon. Ordening naar persoon, beweging, geluid, ruimte, theatrale middelen.

Zeggingskracht
Overtuigingskracht