Kopie van `Dansmaar - dansbegrippen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Dansmaar - dansbegrippen
Categorie: Kunst, muziek & cultuur > Dans en ballet
Datum & Land: 27/01/2014, NL
Woorden: 247


Abstracte balletten
Balletten zonder verhaal of thema. Dansen om het dansen zelf. Ook wel absolute dans genoemd.

Abstrahering
Zonder voorstelling die aan de werkelijkheid ontleend kan worden, niet figuratief of realistisch.

Academisch ballet
Theaterdans op basis van de academische danstechniek.

Academische danstechniek
De danstechniek waarvan de belangrijkste regels en voorschriften, zoals de klassieke basisposities voor de voeten, voor het eerst werden vastgelegd in de Academie voor Dans, gesticht in 1661 door Lodewijk XIV .

Achterdoek
Beschilderd doek dat achter het toneel hangt en bij het decor hoort.

Adagio
Langzame, ondersteunde passen en bewegingen die vloeiend in elkaar overgaan.

Afrikaanse dans
Diverse dansvormen uit Afrika met bepaalde algemene kenmerken zoals gebruik van platte voeten, laag gewicht, bekkenbewegingen, enz.

Allegorie
Dans-, proza-, dicht- of toneelstuk waarin abstracte begrippen als personen worden opgevoerd

Allegro
Snelle, levendige passen, eventueel ook sprongen. Er is een grand allegro (groot) en een petit allegro (klein).

Analogie
Overeenkomst die je vaststelt en die je tot uitgangspunt neemt voor een redenering of vaststelling.

Anorexia
Door psychische en-of sociale factoren veroorzaakte ernstige vorm van anorexie: gebrek aan of verlies van eetlust.

Arabesque
De danser balanceert op één been, met het andere been omhoog en naar achteren gestrekt

Armposities
Eerste positie (en première) : de armen gebogen, de vingertoppen ongeveer vijf cm. uit elkaar op navelhoogte.
Tweede positie (en seconde): handpalmen en binnenkant ellebogen naar het front gekeerd.
Derde positie (en troisième) : De ene arm (rechts) in de tweede, de andere in derde positie.
Vierde positie (en quatrième): De linkse arm in de tweede, de andere arm in de vijfde positie.
Vijfde positie ( en cinquième): Beide armen gebogen omhoog, iets voor het lichaam,ongeveer vijf centimeter uit elkaar.
Demi-bras: Deze positie ligt tussen de eerste en bras bras in.
Demi-seconde: Deze ligt tussen de tweede en bras bras in.
Bras bras: Als de eerste positie,maar dan lager en ongeveer vijf centimeter voor het lichaam.

Aspirant
Rang in een balletgezelschap:vers van de balletacademie krijg je, na auditie te hebben gedaan een contract voor twee jaar. Aspirant ben je het eerste jaar, je doet ervaring op in kleine rollen en je mag af en toe meedoen, achterin het corps de ballet.

Aspirant
Vers van de balletacademie krijg je, na auditie te hebben gedaan een contract voor twee jaar. Aspirant ben je het eerste jaar, je doet ervaring op in kleine rollen en je mag af en toe meedoen, achterin het corps de ballet .

Associatie
Verbinding van voorstellingen: je ziet iets en je moet daarbij meteen aan wat anders denken.

Asymmetrisch
Van een zodanige vorm dat de delen ter weerszijden van een verticale middellijn niet gelijk (resp. niet elkaars spiegelbeeld) zijn.

Attitude
Lijkt op een arabesque, maar het opgetilde been is gebogen bij de knie

Auditorium
Deel van het theater waar het publiek zit, de zaal.

Ausdrucktanz
Dans waarbij het gaat om de expressie van de allerdiepste beleving van de danser zelf. Mary Wigman en Kurt Jooss zijn belangrijke vertegenwoordigers van deze dansvorm uit de twintiger jaren van de vorige eeuw, waarvan de bakermat in Duitsland lag.

Ballerina
Term ontleend aan het Italiaans: de eerste danseres. De term wordt gebruikt voor een danseres die op een voortreffelijke wijze (ballerina) zowel technisch als artistiek de zuiver academische dansstijl beheerst.

Ballet
Dansvoorstelling op muziek, voorkomend als zelfstandige kunstvorm, als onderdeel van een opera of als deel van een musical. In het algemeen: dansstuk, gemaakt uitgaand van de academische danstechnieken.

Ballet blanc
Letterlijk wit ballet , wat wil zeggen dat de dansers geheel in witte of wit doorschijnende tutu ’s gekleed, de indruk wekken te kunnen zweven of vliegen. Vooral ingezet bij het weergeven van gevoels- en stemmingsbeelden, met name in de tijd van de Romantiek.

Ballet d`action
Handelingsballet, een balletgenre dat als opvolger van de balletopera en voorloper van het romantische ballet opkwam in de 18e eeuw. De totale handeling werd uitgebeeld met behulp van dans en pantomime. Er was geen voordracht of zang bij betrokken.

Ballet de Cour
Hofballet uit de l7de eeuw met prachtige kostuums, muziek, dans, mime en optochten,met mythologische verhalen als inhoud, die meestal verwijzen naar het goede bewind van de koning of.keizer die dan aan de macht is. De dans wordt instrumentaal en-of vocaal voorzien van muziek en vormde destijds een belangrijke bron bij het ontstaan van de Franse opera.

Balletmeester
Leidt repetities, stelt soms ook het oefenrooster op.

Balletmeester
Danspedagoog, dansleraar.

Balletopera
In deze theatervorm worden opera en ballet gecombineerd en hebben zang en dans een gelijkwaardige rol, voor het eerst te zien aan het hof van Lodewijk XIV .

Ballettechnieken
Theorieën en technieken op basis waarvan balletlessen gegeven worden, zoals die van de Royal Academy of Dancing (RAD) en die van Vaganova . De basisprincipes zijn hetzelfde,maar de combinaties van passen kunnen verschillen en er is een variatie in de armposities.

Ballon
Het zweefvermogen van een danser.

Barre
Houten stok langs de muur van de balletstudio. Wordt door dansers gebruikt om hun evenwicht te bewaren tijdens hun oefeningen.

Bassa-dans
Aan de hoven gebruikelijke statige en voorname dans, waarbij de voeten over de grond schuiven. Populair als hofdans in de 14e en 15e eeuw.

Baton
Dun stokje waarmee de dirigent het orkest leidt.

Battements frappès
Een oefening aan de barre , waarbij de voet eerst gebogen wordt en dan tegen de vloer slaat, zoals een lucifer wordt afgestreken.

Battements tendus
Een oefening aan de barre waarbij de voet gestrekt in een punt over de vloer glijdt.

Batterie
Passen waarbij de benen tegen elkaar slaan, zoals de entrechat. Er is een petite batterie (klein) en een grande batterie (groot).

Benesh-notatie
Systeem om danspassen te noteren, uitgevonden door Joan en Rudolf Benesh in 1955.

Bewegingsideeën
Alle dagelijkse en functionele bewegingen kunnen in dans vertaald worden.

Bewegingsstroom
Kwantitatief aspect: spanning, onder te verdelen naar gespannen, ontspannen of tegenspanning. Kwalitatief aspect: gecontroleerd - vrij-uit bewegen

Boulimia
Psychische stoornis met als voornaamste kenmerk een gestoord eetpatroon waarbij de patiënt extreem vasten afwisselt met extreme eetbuien, gevolgd door braken

Butoh-dans
Dans van de duisternis en de sombere ziel, de hedendaagse Japanse tegenhanger van de expressionistische dans.

Caractère
Traditionele volksdansen die gestileerd worden naar de balletstijl, zoals de Poolse mazurka in Coppélia .

Changement
Een kleine sprong vanuit de vijfde positie met de ene voet voor, die eindigt in dezelfde positie met de andere voet voor. Wordt gebruikt om de entrechat te leren. Ook:het verwisselen van decors tussen de diverse bedrijven.

Choreograaf
Heeft een idee voor een ballet en voegt de passen en de muziek samen tot een kunstwerk.

Choreografie
De volgorde en combinaties van passen waaruit een dans is opgebouwd.

Circeldans
Rituele dans uit de middeleeuwen, voorstellend de dans der engelen in de hemel. Tijdens de dans werden hymnen en psalmen gezongen, men stampte op de grond en klapte daarbij in de handen.

Climax
Opvoeren van spanning tot een hoogtepunt door opeenvolging van steeds sterkere uitdrukkingen.

Commedia dell’arte
Theatervorm uit de 16e en 17e eeuw, oorspronkelijk afkomstig uit Italië, met vaste karakters als Harlecino, Colombine en nog vele anderen. Deze personages werden als tussenspel opgevoerd in o.a. de masques en zodoende is deze vorm van theater een voorloper van het ballet .

Compositie
Het ordenen en structureren van dans tot een geheel dat reproduceerbaar is, aan de hand van vormgevingsprincipes.

Concreet
Als vorm voorstelbaar, aan een vorm of voorwerp gebonden

Corps de ballet
Dansers die als groep samen dansen en geen solo`s of hoofdrollen dansen.

Coryphée
Rang in een balletgezelschap: je bent aanvoerder van het corps de ballet. Je staat vooraan en danst soms (kleinere) solistische rollen.

Coulissen
Beschilderde decorstukken die rechtop staan naast het toneel.

Dans vertolken
Een reproduceerbare dans of danscombinatie uitvoeren. Het kan gaan om leerstofelementen, bestaande dansen of door de docent of leerlingen ontworpen dansfragmenten. De sfeer van de dans, de danstechniek en de vormgeving worden tot een geheel. De relatie tussen de dansuitvoering en de daarbij behorende intentie moet tot uitdrukking komen.

Dans vormgeven
Dit is een manier om dans te ontwerpen. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van improvisatie, exploratie en compositie.

Dansactie
Een dansactie is een handeling die omgezet kan worden in beweging zoals: lopen, rennen, springen, rennen, glijden, en kruipen.

Dansanalyse
In de dans voorkomende aspecten benoemen ten aanzien van lichaam, tijd, kracht en ruimte.

Dansant
Betrekking hebbend op dans.

Dansaspect
De verschillende muzische kanten die van dans beschouwd kunnen worden of van waaruit dans beschouwd kan worden: muzikaal, beeldend, dramatisch.

Dansbeschouwen
Analytische, op kennis gerichte, reflectieve en waarderende activiteiten die eigen en-of andermans dans betreffen.

Danse-haute
Hofdansvorm uit de middeleeuwen, voortgekomen uit de bassa dans (of danses basses), maar met snellere ritmes en sprongetjes.

Danselementen
Danselementen zijn `tijd`, `kracht` en `ruimte`. Deze elementen worden vormgegeven met `het lichaam`. Iedere dansbeweging kent aspecten van tijd, kracht, ruimte en bewegingsstroom.

Danseur noble
De mannelijke tegenhanger van de ballerina. In Italië ook wel ballerino genoemd.

Dansfrase
Een bepaalde reeks van opeenvolgende dansbewegingen, dans(onder)deel dat in een doorgaande beweging (stroom) wordt gedanst.

Dansproduct duiden
Aan de hand van geobserveerde gegevens de betekenis en de bedoeling van het dansproduct verklaren.

Danssoorten
Dansexpressie, folkloredans, jazzdans, klassieke dans, moderne dans, musicaldans, enz.

Dansstijl
Wijze van uitdrukken in dans.

Danstechniek
De verrichtingen die nodig zijn om in de danskunst iets tot stand te brengen.

Danstermen
Begrippen die gebruikt worden om dansgegevens te benoemen.

Dansvaardigheden
Het expressieve vermogen, het dansfysieke vermogen, het samen dansen, het uitvoeren van dans en het creatieve vermogen.

Danszin
Een danszin is een afgerond reproduceerbaar geheel van dansbewegingen, zoals een zin in taal. In een dans onderscheiden we onderwerp, dansacties, tijd, kracht en ruimteontwikkeling.

Decadent
In verval geraakt door te ver doordrijven van verfijning waardoor de innerlijke kracht verdwenen is

Decor
Datgene waarmee het toneel- de dansvloer is aangekleed ten behoeve van het dansstuk om sfeer te bepalen en-of de plaats van handeling duidelijk te maken.

Demi-caractère
Een folkloristische dansstijl, soms wat komisch getint, vaak technisch heel moeilijk. Zoals de rol van Puck in De Droom en van Alain in La Fille mal Gardée .

Diagonaal
Oefeningen van de rechter achterhoek naar de linker voorhoek van de zaal en vice versa. Op de diagonaal worden aaneenschakelingen van oefeningen grand pas uitgevoerd.

Diversiteit
Verscheidenheid, variatie

Divertissement
Puur vertoon van dansen, waarbij de handeling van het ballet even geheel stopt. Voorbeelden zijn de solo`s `De dageraad` en `Het gebed` in de tweede akte van Coppélia en `De Gelaarsde Kat` en de andere bruiloftsdansen in de derde akte van De Schone Slaapster .

Dodendans
Of Danse Macabre. Middeleeuwse dans vol extase waarbij de mensen vaak buiten zinnen raakten: men danste op het kerkhof bij begrafenissen tot man soms in trance geraakte, om vervolgens in de kerk weer tot rust te komen. De kerk zag in dit alles de hand van de duivel en verbood later deze rituelen.

Dynamisch
Vol beweging.

Eerste solist
Rang in een balletgezelschap: je vertolkt dragende hoofdrollen.

Ëlève
Rang in een balletgezelschap: tijdens het tweede jaar doe je hetzelfde als toen je aspirant was, maar je krijgt wat meer rollen en doet vaker mee met het corps de ballet.

Emotie
Vaak hevige gemoedsbeweging die vaak neerkomt op ontroering.

Empiremode
Modestijl uit de eerste helft van de 19e eeuw. De jurken van de dames kenmerkten zich door een losse plissé-achtige plooival, een hoge taille en een laag decolleté.

En avant
Voorwaarts, zoals in vijfde en avant, waarbij de armen naar voren worden gehouden.

En croix
Kruisvormig. Aan de barre worden de oefeningen eerst naar voren gedaan, dan opzij, dan naar achteren, dan weer opzij.

En dehors
Het naar buiten draaien. Zie uitdraai.

En derriere
Achterwaarts, tegenovergestelde van en avant.

En diagonale
Diagonaalgewijs door de zaal, van de ene hoek naar de andere.

En pointe
Op de punten van je tenen dansen met verstevigde schoeneen die spitzen of pointes worden genoemd.

Enchainement
Serie aan elkaar verbonden passen die samen een fragment vormen.

Ensemble
Toneel-, ballet-, muziekgezelschap, in deze context ook corps de ballet .

Entrechat six
Een sprong vanuit de vijfde positie, waarbij de benen driemaal gekruist worden.

Escapisme
De neiging om de zorgen van het alledaagse leven te vergeten, bijvoorbeeld door het bezoeken van een balletvoorstelling, waarbij men zich in een andere wereld kan wanen.

Exploratie
Het onderzoeken en het verder ontwikkelen van het dansidee of dansmotief

Expressie
Gevoelsuitdrukking, de eigen artistieke uiting.

Expressionisme
Gevoel in de kunsten, ook in de dans, dat bij uitstek de bedoeling had het persoonlijk gevoel van de kunstenaar tot uiting te brengen, zonder de nadruk te willen leggen op de objectieve, voor iedereen herkenbare werkelijkheid. Begin- en bloeiperiode van deze stroming lagen aan het begin van de 20e eeuw.

Finale
Het slot van een ballet, of in een galaprogramma, het hoogtepunt van een serie divertissementen.

Foette
Een draai waarbij het speelbeen rondzwiept weg van het standbeen, zoals een lepel in een kom met beslag. Odile voert een serie van 32 fouettes uit in de derde akte van Het Zwanenmeer .

Folkloredans
Dans gebaseerd op of geinspireerd door op een wereld van oude gebruiken, verhalen en muziek van een bepaald volk.

Frasering
De frasering van een dans duidt aan dat er gewerkt wordt met danszinnen, waardoor het begin, het verloop en het eind van een dans zichtbaar wordt.