Kopie van `Goeroe - beurs lexicon`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Goeroe - beurs lexicon
Categorie: Economie en financiën > Beleggen
Datum & Land: 15/02/2007, BE
Woorden: 290


Aandeel
Effect dat een deel van het kapitaal van een onderneming vertegenwoordigt. De eigenaar ervan, de aandeelhouder, is dus mede-eigenaar van de onderneming. Een gewoon aandeel geeft hem recht op een dividend en stemrecht in de algemene vergadering.

Aandeelhouder
Bezitter van een eigendomsbewijs van een deel van de onderneming.

Aandelenemissie met voorkeurrecht
Uitgifte van nieuwe aandelen waarbij de bestaande aandeelhouders een recht van voorkeur hebben.

Aankooplimiet
De maximumprijs die een belegger wil betalen bij de aankoop van een effect.

Achtergestelde lening
Een lening die pas terugbetaald wordt indien alle schuldeisers (aandeelhouders zijn daar niet bij) hun geld hebben gekregen.

Activa
Gezamelijke baten van een vermogen, zowel in roerende als in onroerende goederen, waardepapieren, contanten en uitstaande vorderingen. Tegengesteld aan passief of schulden.

Actuarieel rendement
Rendement dat niet enkel rekening houdt met de coupon maar ook met de andere modaliteiten zoals eindvervaldag, uitgifteprijs, terugbetalingsprijs, couponfrequentie en coupondata.

AEX-index
De belangrijkste graadmeter van de Nederlandse aandelenmarkt. De Amsterdam Exchanges-index is het gewogen gemiddelde van de vijfentwintig meest verhandelde aandelen op de AEX-Effectenbeurs. De index wordt doorlopend berekend en werd in 1994 geïntroduceerd.

Afloopdatum (expiratiedatum)
De laatste datum waarop een optie kan uitgeoefend worden. Op die datum vervalt de optie. De data verschillen per markt.

Afstempelen
Verlaging van de nominale waarde van een aandeel om dit in overeenstemming te brengen met het werkelijke vermorgen van de vennootschap.

Agio
Meerwaarde ten opzichte van de uitgiftekoers of de nominale waarde van een effect.

Agioreserve
Reserve, ontstaan door de uitgifte van aandelen of obligaties boven de koers van 100%.

Alpha
Een statistische meeting van de beweeglijkheid van een aandeel, veroorzaakt door andere factoren dan de markt.

Amerikaanse stijl-opties
Opties die op elk moment gedurende de looptijd kunnen worden uitgeoefend. Dit in tegenstelling tot Europese stijl-opties. De naamgeving is historisch en heeft niets te maken met de plaats van verhandeling. De op de AEX-optiebeurs verhandelbare aandelenopties zijn Amerikaanse stijl-opties.

Arbitrage
Het snel kopen en verkopen van effecten of munten op verschillende markten om winst te maken. Vaak wordt gebruik gemaakt van prijsverschillen op diverse markten.

As if and when issued
Koersvorming en-of handel in een effect voordat de emmissie heeft plaatsgevonden. Hierbij is nog niet vastgesteld of het effect zal worden uitgegeven, onder welke voorwaarden van uitgifte en wanneer de uitgifte zal plaatsvinden. Afgesloten transacties geschieden voorwaardelijk en worden geacht niet tot stand te zijn gekomen als de uitgifte niet doorgaat. De levering uit hoofde van verkooptransacties vindt pas plaats na de feitelijke uitgifte van de stukken.

Asset Mix
Samenstelling van de portefeuille, bijv. Aandelen, obligaties en onroerend goed.

Assignment
Term van de optiebeurs: aanwijzing om de verplichting na te komen door iemand met een shortpositie. Men is dan verplicht de onderliggende waarde te leveren (call ) dan wel af te nemen ( put ) tegen de uitoefenprijs.

At the money
Een optieserie wordt `at the money` genoemd wanneer de uitoefenprijs ongeveer gelijk is aan de koers van de onderliggende waarde.

AVA
Algemene Vergadering

Averaging
Het gedurende een bepaalde periode tegen een vast bedrag kopen van effecten ongeacht het koersverloop of het kopen van een vast aantal effecten ongeacht het koersverloop.

Babybond
Een Amerikaanse obligatie met een waarde die kleiner is dan 1000 USD.

Baisse-markt (of Bear-market)
Een dalende markt

Baissier
Een persoon die effecten verkoopt zonder dat hij deze bezit, met de verwachting deze later tegen een lagere koers te kunnen kopen (= Shorten).

Balans
Staat van bezittingen en vorderingen enerzijds en van schulden anderzijds aan het eind van een bepaalde periode, opgemaakt om de vermogenstoestand vast te stellen.

Basispunt
Honderdste van een procent. Wordt meestal gebruikt bij het uitdrukken van renteverschillen. Bv. Het rendement op de 10-Jarige OLO steeg met 12 basispunten (=stijging van 0,12%).

Basket (of Mandje)
Verzameling van aandelen of obligaties, bij elkaar gevoegd om een index na te bootsen of om het risico te spreiden.

Bear Rally
Een langere periode waarin de koers van een aandeel blijft dalen (tegengestelde is bull rally)

Bear Trap
Verradelijke situatie waarin een aandeel na een lange periode van daling even opveert. Men koopt met het idee dat de daling voorbij is, maar deze zet zich vervolgens toch door. Wordt ook schijnbeweging genoemd.

Bear-Market
Baissemarkt. De beer (bear) trekt bij een aanval de tegenstrever naar beneden, naar de grond dus. Een stier (bull) doet het omgekeerde en gooit de tegenstrever naar boven.

Bedrijfskapitaal
Kapitaal van een onderneming dat wordt aangewend voor de lopende bedrijfsvoering, in tegenstelling met het kapitaal dat wordt aangewend voor investeringen.

Begrotingstekort
Negatief verschil tussen de jaarlijkse inkomsten en uitgaven van de overheid.

Bel20-index
Verzameling van de twintig belangrijkste Belgische aandelen. De index wordt samengesteld door de Brusselse Beurscommissie aan de hand van een aantal parameters.

Beschermingsconstructie
Een juridische constructie waarmee ongewenste invloeden kunnen worden tegengehouden. Via bepalingen in de statuten kan de zeggenschap van aandeelhouders worden beperkt.

Bestensorder
Order waarbij de opdrachtgever geen beperkende bepalingen aangeeft ten aanzien van de koers. Het order wordt uitgevoerd tegen de eerstvolgende tot stand gekomen koers.

Bèta
De bèta van een beleggin is een maatstaf voor de mate waarin die belegging ten opzichte van de markt als geheel beweegt. Een beta van bijvoorbeeld 0,75 geeft aan dat een stijging van de markt met 1% in een bepaalde periode gepaard ging met een stijging de belegging met 0,75%. Beta`s kunnen ook voor een aantal aandelen - ten opzichte van de markt - worden berekend.

Beurs
Een erkende, geregelmenteerde markt waarop aandelen, obligaties, opties, munten of grondstoffen verhandeld worden.

Bevak
Een BEleggingsvennootschap met VAst Kapitaal. Belgische versie van closed end fund.

Bevek
Een BEleggingsvennootschap met VEranderlijk Kapitaal naar Belgisch recht. (Sicav is naar Luxemburgs recht).

Bewaarloon
Wie effecten in bewaring geeft bij zijn financiële tussenpersoon, betaalt meestal een bewaarloon. De tussenpersoon volgt in dat geval de effecten op en zal de coupon- en dividendbetalingen, uitlotingen, inschrijvingen,… opvolgen. De vergoeding die men daarvoor betaald is het bewaarloon. De waardepapieren krijgt men niet in handen.

Bibor
Belgian interbank offered rate. Het de rente die een bank op de interbankenmarkt kan krijgen voor deposito`s in Belgische frank.

Biedkoers
Een koers die `kunstmatig` gevormd wordt wanneer de vraag naar een bepaald aandeel het aanbod in die mate overtreft, dat er geen `normale` koers gevormd kan worden. De evenwichtskoers wijkt in die gevallen te sterk af van de maximum toegelaten afwijking. In dergelijke gevallen wordt een Biedkoers geafficheerd. Een koers waartegen geen handel plaats vond en die de maximum toegelaten koers niet overschrijd.

Big Board
Benaming voor de New York Stock Exchange.

Black & Scholes Model
Een in 1973 door Fischer Blach en Myron Scholes ontwikkeld wiskundig model om de waarde te bepalen van opties.

Blow-off
Een korte, felle stijging vlak voor een crash.

Blowout (of Hot Issue)
Een beursintroductie of emissie waarbij de uitgegeven aandelen heel vlug een inschrijver vinden.

Blue chip
Een kwaliteitsvol aandeel. Vb. De aandelen binnen de Dow Jones index.

BNP
Bruto Nationaal Product. Het totaal van het geproduceerde binnen een bepaald land in één jaar, gerekend tegen marktprijzen.

Boekwaarde
Totaal van het Eigen Vermogen gedeeld door het aantal aandelen.

Bond
Engelstalige term voor obligatie

Bonus (of Bonusaandeel)
Aandeel of een deel van een aandeel dat gratis uit de reserves van een onderneming wordt gegeven bij wijze van dividend. Het eigen vermogen van de onderneming wijzigt niet. De operatie is louter boekhoudkundig. Een extra dividend in contanten krijgt vaak dezelfde benaming.

Bookbuilding
Een manier waarop een aandelen- of obligatie-emissie plaats vindt. Op voorhand wordt gepeild naar de vraag (hoeveelheid en prijs). Op die manier kan men beoordelen of de vraag groot genoeg is om de operatie verder te zetten.

Boomen
Spectaculair stijgen

Brady Bonds
Staatsobligaties van Latijns-Amerikaanse landen, uitgegeven in het kader van de door de VS ondersteunde schuldsanering. Vernoemd naar de architect van het plan, Nicholas Brady, in de jaren tachtig onderminister van financiën in de VS.

Broker
Een effectenmakelaar

Brutowinst
Winst voor aftrek van belastingen en afschrijvingen

Buba
Bundesbank. Duitse centrale bank

Buitengewoon dividend
Een deel van de winst dat wordt uitgekeerd na de betaling van een eerste dividend.

Bull Run
Een periode van snelle stijging van een aandeel of een beurs.

Bull-Market
Optimistische stemming over de toekomstige ontwikkeling van de markt. Tegengestelde van Bear-market. De stier (Bull) werpt bij een aanval de tegenstrever in de lucht, omhoog dus.

Bulletlening
Lening die op het einde van de looptijd in één maal wordt terugbetaald.

Butterfly spread
Optiestrategie waarbij twee calls worden gekocht en twee calls geschreven, met verschillende looptijden, op dezelfde of verschillende markten. Een van de opties heeft een hogere uitoefenprijs en een ander een lagere uitoefenprijs dan de resterende twee opties. De optieconstructie wordt winstgevend als de koers van de onderliggende waarden niet bijzonder fluctueert.

Call-Optie
Een recht om een bepaalde hoeveelheid onderliggende waarde (aandeel, valuta, index, goud) te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs, gedurende een bepaalde periode.

CAPM-Model
Een mathematisch model gebruikt voor de analyse van aandelen. Het model vergelijkt het verwachte rendement met het vereiste rendement (risicoloze intrestvoet + risicopremie voor het beleggen in aandelen). Op die manier kan men besluiten of een aandeel correct gewaardeerd is.

Cash-flow
Het bruto exploitatieverschil tussen ontvangsten en uitgaven van een onderneming. De cash fluw is dus wat effectief in de kas vloeit, zonder rekening te houden met afschrijvingen en belastingen.

Centrale Bank
Instelling die in het bank- en monetair systeem van een land een centrale positie inneemt, omdat ze o.m. het monopolie bezit van het uitgeven van bankbiljetten, bepaalt hoeveel geld er in omloop mag zijn, en het disconto vastlegd. Meestal gebeurt dit in overleg met de politieke overheid.

Certificaat
Effect dat een aandeel in een bepaalde onderneming vertegenwoordigt welke in beheer is bij een administratiekantoor. In tegenstelling tot normale aandelen heeft men op certificaten geen stemrecht.

CIK
De Caisse Interprofessionelle-Interprofessionele Kas, of interprofessioneel Effectendeposito en Girokas, een openbare instellingen met als doel het bevorderen van giraal verkeer van effecten. Als u de aangekochte effecten zelf niet bewaart dan worden ze dikwijls door uw bank of beursvennootschap bij deze instelling in bewaring gelaten.

Clearing
Afhandeling van effectentransacties.

Close End Fund
Een beleggingsfonds met een vast kapitaal dat haar eigen aandelen ook niet terugkoopt, zodat deze via de secundaire markt moeten worden verhandeld.

Collectieve Belegging
Beleggingsvorm waarbij het geld van verschillende beleggers wordt belegd om tot een betere risicospreiding te komen. Wordt professioneel beheerd.

Conjunctuur
Samentreffende invloedrijke omstandigheden die tot substantiële bewegingen leiden in de economische activiteit.

Consortium
Een combinatie van banken of financiële instellingen die instaan voor de emissie van aandelen en obligaties.

Contantmarkt
Deelmarkt van de Eerste Markt waarop de minder liquide effecten worden verhandeld. Op basis van deze verhandelbaarheid wordt de Contantmarkt opgedeeld in twee segmenten : enkele fixing of één koers per dag en dubbele fixing (2 koersen per dag). De naam `contant` verwijst naar de quasi onmiddellijke afwikkeling van een gedane transactie : de koper en de verkoper hebben in werkelijkheid drie dagen de tijd om te betalen en te leveren.

Contractgrootte
De hoeveelheid onderliggende waarde bij een optiepositie.

Converteerbare obligatie
Obligatie die onder bepaalde voorwaarden tegen een bepaalde koers tegen één of meer aandelen kan worden omgewisseld.

Correctie
Wordt gebruikt om een kleine (vaak verwachte) koersdaling aan te gven. Na een langere periode van koersstijgingen ziet men vaak door o.a. winstnemingen zo’n correctie optreden.

Coupon
Coupon van een aandeel of een obligatie. Tegen afgifte van de coupon wordt het dividend van het aandeel of de interest van de obligatie uitgekeerd. De coupons zijn gehecht aan de mantel, die het kapitaal vertegenwoordigd.

Couponrendement
Het rendement op jaarbasis, behaald uit de inkomsten van coupons.

Courante Winst
De winst uit gewone bedrijfsuitoefening van een onderneming. De courante winst houdt geen rekening met het uitzonderlijk resultaat en is daarom belangrijk bij de beoordeling van de resultaten van een bedrijf.

Courtage
Ereloon van een beursvennootschap.

CPI-index (Consumer Price Index)
De index der consumentenprijzen heeft de verandering van prijzen van een vast pakket producten en diensten weer. De CPI is een goeie indicator voor de inflatie en geeft een indicatie van de toekomstige rente-evolutie.

Cum Warrant
Warrant is aangehecht.

Cyclisch aandeel
Een aandeel van een bedrijf dat conjunctuurgevoelig is.

Deelbewijs
Een bewijs van deelname in een beleggingsfonds.

Deep in the money
Een optieserie die ver ‘in the money’ is. De optie heeft een hoge intrinsieke waarde en reageert sterk op koersveranderingen van de onderliggende waarde. Dit in tegenstelling tot ‘at the money’ of ‘out of the money’ opties.

Deflatie
Daling van het gemiddelde prijspeil.

Dekking
Beleggers die opties schrijven moeten voldoen aan de minimum dekkingseisen van de betreffende optiebeurs. Het bedrag, of de tegenwaarde van dat bedrag in effecten, vormt een buffer tegen de risico’s die men op grond van de geschreven opties neemt. Dekking geven wordt ook gebruikt bij het inkopen van effecten die men eerder verkocht zonder dat men ze in bezit had.

Delta
Maat voor de gevoeligheid van een optie voor een verandering van de onderliggende waarde. Een optie heeft een hogere delta naarmate zij verder ‘in the money’ is. Delta’s zijn dus niet constant.

Dematerialisering
In tegenstelling tot papieren effecten zijn er ook veel effecten die niet materieel geleverd kunnen worden. De lineaire obligaties van de overheid zijn gedematerialiseerde effecten.

Devaluatie
Officiële waardevermindering van een valuta. Als de waardedaling niet officieel is, hanteert men de term depreciatie.

Disagio
Een nadelig koersverschil tov de nominale waarde of de uitgiftekoers van een aandeel of obligatie.

Disconto
Officiële rentevoet op de geldmarkt. In België vastgesteld door de Nationale Bank.

Dividend
Deel van de winst dat door de onderneming aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd.

Dividend Rollover
Beleggingstactiek waarbij een belegger kort voor de dag waarop het dividend wordt uitgekeerd aandelen koopt. Na uitkering daalt de koers met de waarde van het dividend, om in de daaropvolgende periode naar het oude niveau terug te klimmen. Door even boven de aankoopprijs te verkopen kan de belegger een klein winstje maken.

Dividendrendement
Het rendement op jaarbasis, behaald uit de inkomsten van dividenden.

Doorrollen
Een aflopende optiepositie verlengen. Wordt veelal gebruikt bij verliesgevende geschreven optieposities die de eindvervaldag naderen.

Dow Jones Index
Index van een dertigtal op de New Yorkse effectenbeurs genoteerde grote aandelen.

Duration
Komt overeen met de gemiddelde looptijd van obligatie in een bepaalde portefeuille. Hoe hoger de duration hoe meer de portefeuille zal schommelen bij een wijziging van de rentevoeten.

Dutch Top5 Index
Een aandelenindex die is samengesteld uit de vijf `internationals`; Akzo Nobel, KLM, Koninklijke Olie, Philips en Unilever.