Kopie van `Goeroe - beurs lexicon`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Goeroe - beurs lexicon
Categorie: Economie en financiën > Beleggen
Datum & Land: 15/02/2007, BE
Woorden: 290


Easdaq
Ter ziele gegane tegenhanger van de Amerikaanse groeibeurs Nasdaq. European Association of Securities Dealers Automated Quotation was gevestigd te Brussel.

Econometrie
Statistische en wiskundige benadering van economische verschijnselen.

Effectenrekening
Rekening waarop effecten kunnen worden gedeponeerd.

Emerging Markets
Markten die gekenmerkt worden door een sterke groei van de economie, een stevig stijgende levensstandaard, een toenemende alfabetiseringsgraad en een groot aandeel van de industriële productie in de global export.

Emissie
Uitgifte van (nieuwe) aandelen of obligaties.

Emissiepremie
Het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de emissieprijs van een aandeel bij een aandelenemissie.

Emittent
De instantie die overgaat tot de uitgifte van aandelen of obligaties.

Emittentenrisico
Debiteurenrisico. Het risico dat de emittent (een staat, instelling of onderneming) van een obligatielening op de vervaldag het kapitaal of de verschuldigde interest niet kan terugbetalen.

Euro-Obligatie
Obligatielening die wordt uitgegeven in een vreemde munt en in verschillende landen op hetzelfde ogenblik wordt aangeboden. Deze obligaties, uitgegeven op de euromarkt, zijn niet onderworpen aan de controle van de nationale monetaire overheden. Een euro-obligatie is bijvoorbeeld een lening in USD, uitgegeven door een Japanse overheidsinstelling, en aangeboden in een aantal Europese landen.

Eurotop100-index
Een index die de koersontwikkeling van de Europese aandelenmarkt weergeeft. De index is samengesteld uit 100 Europese aandelen uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Zweden, Italië, Nederland en België.

Ex-Coupon
Term die aangeeft dat een bepaalde waarde zonder een bepaalde coupon noteert.

Ex-Warrant
Term die aangeeft dat een obligatie noteert zonder warrant die bij de uitgifte aan de obligatie was gehecht.

Expiratiedatum
De afloopdatum van een optie. Meestal de derde vrijdag van de afloopmaand. De expiratiedatum is de laatste mogelijkheid om openstaande posities te sluiten.

Exposure
Gevoeiligheid voor een bepaalde omgevingsfactor. Bv. Financiële aandelen hebben een hoge rente-exposure. Delhaize heeft een hoge USD-exposure.

Far out of the money
Een optie is `far out of the money` indien de koers van de onderliggende waarde ver verwijderd is van de uitoefenprijs. Bij een call-optie indien de koers van de onderliggende waarde een stuk hoger ligt. Bij een put-optie indien de koers een stuk lager ligt dan de uitoefenprijs. De premies zijn meestal erg laag. Alleen in extreme omstandigheden hebben deze opties nog een kans om `in the money` te raken.

FED
Federal Reserve. De Amerikaanse Central Bank. Zij zijn verantwoordelijk voor het monetaire beleid in de VS.

FET
Financieel Economische Tijd. Toonaangevende zakenkrant in België.

Fibonacci verhoudingen
In het kort zijn het verhoudingen die reeds lang geleden zijn ontdekt en die we ook verdacht vaak in de natuur tegenkomen, waarbij we soms wel een verklaring kunnen vinden en soms ook niet. Nu is er d.m.v. empirisch onderzoek gebleken dat we deze verhoudingen ook bij de mens terug kunnen vinden. Nog niet zo lang terug is gebleken dat de Fibonacci verhoudingen ook verdacht vaak voorkomen in beursdata.

Floating Rate Note (FRN)
Obligatie met vlottende rentevoet. De rentevoet varieert hier volgens de evolutie van de korttermijnrente.

Footsie
Populaire benaming voor de FTSE-100 index. Deze op de Londens beurs genoteerde index is samengesteld uit 100 Engelse aandelen. Er bestaat eveneens een FTSE-250 index.

Front Running
Praktijk waarbij een effectenhandelaar met voorkennis van een groot order voor eigen rekening positie inneemt, na plaatsing van het grote order zal de koers stijgen, waardoor de handelaar zijn positie direct met winst kan verkopen. Het betreft een strafbare handeling.

Fundamenteel analist
Beleggingsdeskundige die uitgaat van financieel-economische ontwikkelingen en grootheden (winsten, rente, valuta enz.) om de koersontwikkelingen te voorspellen.

Future
Een termijncontract waarbij de onderschrijver zich verplicht tegen een overeengekomen vervaldag in de toekomst een overeengekomen hoeveelheid goederen of valuta te leveren of op te nemen, tegen een overeengekomen prijs.

FV-aandelen
Afkorting van Fiscaal Voordeel, deze aandelen gecreeër ingevolge van de wet Cooreman-De Clercq (1982) hadden enkele fiscale voordelen, o.a. lagere roerende voorheffingen, vrijstelling van schenkings- en successierechten,... de looptijd van al deze voordelen was beperkt tot 9 jaar maar werd meermaals verlengd.

Gamma
De gamma van een optie geeft aan in welke mate de delta van een optie verandert ten gevolge van de koersverandering van de onderliggende waarde. Bij een delta (of beter; een hedge-ratio) van 0,5 en een gamma van 0,05 zal de delta bij een koersbeweging van een Euro stijgen naar 0,55 of dalen naar 0,45.

Gearing
Versnelling. Mate waarin de koers van een afgeleid produkt sneller beweegt dan de onderliggende waarde. Een warrant met een gearing van 10 stijgt of daalt tien keer zo snel als het aandeel waar het op is gebaseerd.

Gedaan en Bieden (GB)
Term gebruikt op de Nederlandse beurs. Ontstaat wanneer niet alle kooporders op de gedane koers kunnen worden uitgevoerd.

Gedaan en Laten (GL)
Term gebruikt op de Nederlandse beurs. Ontstaat wanneer niet alle verkooporders op de gedane koers kunnen worden uitgevoerd.

Gedekt schrijven
Het schrijven van een optie waarbij de opgenomen verplichting volledig is afgedekt door het bezit van de onderliggende waarde of door een gekochte optie.

Gedematerialiseerde effecten
Effecten die niet fysiek bestaan maar waarvan de eigendom geregistreerd wordt in een namenregister.

Geldhoeveelheid
Totaal bedrag aan geld in omloop. De hoeveelheid in enge zin (M1) omvat al het chartaal geld en al het giraal geld( onmiddelijk opvraagbare tegoeden zoals zichtdeposito`s). De geldhoeveelheid in ruime zin is M1 plus de het quasigeld (spaardeposito`s en deposito`s op termijn van minder dan een jaar)

Geldmarkt
Markt waar vermogenstitels (benaming voor alles wat een waarde vertegenwoordigt) worden verhandeld met een looptijd van maximaal één jaar.

Gelimiteerd order
De koper vestigt een maximum aankoopprijs. De verkoper geeft een minimum verkoopprijs door.

Giraal geld
Geld op een bankrekening dat kan overgedragen (gegireerd) worden naar andere rekeninghouders.

Goodwill
Bij overname of aankoop van een onderneming, het verschil tussen de boekwaarde van het aangekochte en het werkelijk betaalde bedrag.

Green shoe
Extra pakket aandelen dat een bankensyndicaat ter beschikking heeft om in de periode kort na een beursgang in de markt te zetten. Afkomstig van de beursintroductie van de Green Shoe Company in Londen, waar na enthousiaste aankopen de koersontwikkeling enigszins getemperd werd door de plaatsing van een extra hoeveelheid aandelen.

Greenback
Populaire benaming voor de Amerikaanse Dollar.

Groei-aandeel
Aandeel van een onderneming, waarvan een krachtige expansie wordt verwacht.

Hausse
Voortgaande stijging van de koersen van aandelen of obligaties.

Haussier
Iemand die effecten koopt in de verwachting van een koersstijging.

Head and shoulders
Koersgrafiek met drie toppen: een lage, een hoge en weer een lage. Signaleert een dalende trend na een high.

Hedge Fund
Is een fonds dat het risico van een belegging op een onderliggende markt (bvb een aandelenbeurs of valutamarkt) probeert te beperken door op een markt met afgeleide producten (optie- of futuresbeurs) een defensieve of tegengestelde positie aan te gaan. Als een fonds op dergelijke manier tewerk gaat, zijn de risico`s dus erg beperkt. Wanneer de fondsbeheerders op de afgeleide markten echter veel grotere tegengestelde posities aangaan dan de posities ingenomen op basismarkten, is het risico soms niet te overzien.

Hedging
Risicobeperking, strategie waarbij een investeerder zijn risico op de onderliggende markt beperkt door op een afgeleide markt ( future of optiemarkt) een defensieve of tegengestelde positie aan te gaan.

Hefboomeffect
Het verschijnsel dat bij een kleine procentuele stijging of daling van een aandeel, een veel grotere procentuele stijging of daling van de betreffende warrant of optie veroorzaakt.

Hoekman
Wordt momenteel specialist genoemd. Houdt zich bezig met de handel in bepaalde aandelen, neemt voor die aandelen orders aan van banken en commissionairs en maakt de officiële noteringen aan de hand van de binnengekomen orders.

Holding
Een financiële onderneming die zich hoofdzakelijk via participaties toelegt op het uitoefenen van een dominerende invloed op het beleid van andere ondernemingen.

Hoogrentend
Term gebruikt bij obligaties die een duidelijk hogere rentecoupon hebben dan het actuele gemiddelde.

Horizontale spread
Optiestrategie waarbij twee opties worden gekocht met dezelfde uitoefenprijs, maar met een verschillende looptijd. Ook: calendar spread.

Hypotheek
In het spraakgebruik een lening op onderpand van onroerend goed.

IMF
Internationaal Monetair Fonds, opgericht in 1944 om het wereldgeldstelsel te reguleren.

Index
(meervoud: indices) cijfer dat een gewogen gemiddelde uitdrukt en waaraan men kan zien hoe een grootheid (bijvoorbeeld de beurskoersen in Brussel) zich ontwikkeld heeft.

Indexoptie
Een optie op een aandelenindex. Kan bijvoorbeeld worden gebruikt om te anticiperen op een verwachte beweging van de markt als geheel of om gespreid samengestelde aandelenportefeuilles te beschermen tegen de gevolgen van koersdaling.

Indicatieve koers
Een aandeel of obligatie krijgt de vermelding IK wanneer het voor het eerst op de koerslijst is opgenomen of wanneer sedert lang geen verrichtingen meer in het betrokken effect werden uitgevoerd.

Inflatie
Het stijgen van het algemeen prijspeil, een maatstaf hiervoor is de de evolutie van de index van de consumptieprijzen.

Inschrijvingsrecht
Voorkeurrecht van bestaande aandeelhouders om in te schrijven op nieuwe aandelen van een kapitaalsverhoging.

Institutionele beleggers
Instellingen die (meestal) grote kapitalen moeten beleggen uit hoofde van hun functie, bv. pensioenfondsen, sociale fondsen en levensverzekeraars.

Interimdividend
Tussentijds dividend.

Intrinsieke waarde
Bij aandelen; Theoretische waarde van een aandeel, gebaseerd op oa de werkelijke waarde van de activa, na aftrek van de passiva. Bij opties; Het verschil tussen de koers van de onderliggende waarde en de uitoefenprijs bij een call-optie en het verschil tussen de uitoefenprijs en de koers van de onderliggende waarde bij een put-optie. De intrinsieke waarde geeft aan hoeveel de opbrengst van de optie bij uitoefening bedraagt. De intrinsieke waarde is nooit negatief.

Introductie
Vooraf aangekondigde uitgifte van aandelen of obligaties waarbij meteen beursnotering wordt aangevraagd.

Inverse rentestructuur
Situatie op de rente- en kapitaalmarkt waarbij de rentetarieven op korte termijn boven die op lange termijn liggen.

IPO
Beursintroductie. IPO is de afkorting van Initial Public Offering.

Jaarvergadering
Wettelijk verplichte jaarlijkse vergadering van aandeelhouders waarin o.a. het jaarverslag wordt behandeld.

Jaarverslag
Schriftelijk verslag van een onderneming over de gang van zaken in het afgelopen boekjaar. Meestal wordt daarin ook iets gezegd over de vooruitzichten.

Junk bond
Obligatie van een vennootschap met een lage of geen kredietrating, zo`n obligatie is meestal uitgegeven met een merkelijke hogere rente dan een gelijkaardige obligatie van een vennootschap met een hogere kredietwaardigheid, om het hogere risico te compenseren Werd in de jaren tachtig uitgevonden door investment banker Michael Milken van het huis Drexel Burnham Lambert, als financieringswijze voor overnames. Als officiële definitie geldt ook wel: een obligatie met een credit rating van BB of lager.

Kapitaalmarkt
Markt waar effecten met een looptijd van langer dan een jaar worden verhandeld.

Kapitaalsverhoging
Een vennootschap bezit een bepaald kapitaal. Wordt dit kapitaal verhoogd door de uitgifte van nieuwe aandelen, dan spreekt men van kapitaalsverhoging. De uitgifte van de nieuwe aandelen is soms gratis (bonusuitkering), soms tegen betaling (kapitaalsverhoging in geld). Een kapitaalsverhoging kan ook het gevolg zijn van een fusie (overname van een ander bedrijf).

Kapitaliseren
Gelden tot kapitaal aanleggen en laten aangroeien.

Kasbon
Vastrentend effect dat uitgegeven wordt door een financiële instelling. De uitgifte is doorlopend.

Keuzedividend
De belegger ontvangt een dividend en kan daarbij kiezen voor nieuwe aandelen.

Keynes John-M (1883-1946)
Wordt beschouwd als belangrijkste vernieuwer van het economisch denken in de 20ste eeuw. Hij stelde de macro-economische benadering of het evenwicht tussen bestedingen en besparingen weer centraal, in tegenstelling met de micro-economische benadering van de neo-klassieke economische denkers die het mechanisme van de prijsvorming via evenwicht in vraag en aanbod prioritair stelden. Hij propageerde bijvoorbeeld de deficit-spendin in de staatsbudgettering, dwz dat in een laagconjunctuur de staten moeten lenen om de economie te stimuleren om de leningen nadien af te betalen in de daarop volgende periode van hoogconjunctuur.

Koers
Prijs van een aandeel of obligatie

Koers/cashflow-verhouding
Verhouding tussen de koers en de brutowinst, voor afschrijving doch na belasting, van een aandeel. De ratio heeft een duidelijk beeld van de financiële toestand van de onderneming.

Koers/winst-verhouding
Verhouding tussen de koers en de nettowinst per aandeel. Hoe hoger de K-W verhouding, hoe duurder een aandeel is. Het is aan te bevelen om de K-W verhouding van aandelen binnen dezelfde sector te gaan vergelijken. Op die manier weet men of een aandeel al dan niet duur geprijsd is.

Koopkracht
Vermogen of mogelijkheid om op grond van de beschikking over betaalmiddelen goederen of diensten te verwerven.

Kortetermijnrente
Interestvoet voor beleggingen op korte termijn, van 1 dag tot 1 jaar.

Krach
Plotselinge zeer grote koersdaling op een aandelenmarkt. Op 19 oktober 1987 ging de Dow Jones index op één dag maar liefst 508 punten omlaag van ruim 2200 naar 1700.

Kwaliteitsaandeel
Aandelen van ondernemingen met een goede reputatie, een stevige balans (niet teveel schulden), een jarenlang stijgende winst en een goed management. Ze vertonen een degelijke, evenwichtige groei.

Laatkoers
Prijs waarvoor een aandeel wordt aangeboden maar niet is verkocht omdat er te weinig vraag is.

Langetermijnrente
Interestvoet voor beleggingen op lange termijn bv. Op 5 of 10 jaar. Wordt bepaald door vraag en aanbod.

Leading indicators
Leidende macro-economische indicatoren. Iedere deelindicator krijgt een bepaald gewicht. De verzameling van de geeft een beeld van de toestand van de gehele economie, d.w.z. van de te verwachten groei van het BNP. De deelindicatoren die gebruikt worden bij het vaststellen van de totale indicator zijn: duur van de gemiddelde werkweek, werkloosheiduitkeringen, werkloosheid in aantal, nieuwe orders bij bedrijven, orders van niet aan het leger verbonden kapitaalgoederen, nieuwe bouwvergunningen, aandelenprijzen gemeten door de S&P 500, de geldhoeveelheid, het verschil tussen korte en lange rente en tenslotte een index van consumentenvertrouwen. Door de gestandaardiseerde procentuele veranderingen bij elkaar op te tellen verkrijgt men een schatting van de leading indicator

Limietorder
Een order waarbij een bepaalde prijslimiet wordt opgegeven. De belegger wil minimaal de limietprijs ontvangen (bij een verkooporder) of maximaal de limietprijs betalen (bij een aankooporder).

Liquidatiewaarde
De waardeberekening van de onderneming rekening houdend met de verkoopkosten en de minwaarden bij eventuele vereffening van de onderneming.

Liquide middelen
Beschikbare middelen van een onderneming (alle deposito`s en vorderingen op maximum één maand bij financiële instellingen) .

Liquiditeit
Mate waarin beleggingen kunnen omgezet worden in liquide middelen. De liquiditeit van de handel in een aandeel, duidt op de mate van verhandelbaarheid.

Long positie
Ander woord voor een kooppositie. Deze positie ontstaat door een openingsaankoop van een optie of een future.

Look-back warrants
Warrants waarvan de uitoefenprijs gelijk is aan de hoogste (of laagste) koers van de onderliggende waarde in een vastgestelde periode voorafgaande aan de expiratiedatum.

Lopende rekening
Som van de handelsbalans en de transfers van een land.

Mandje
Pakket aandelen, samengesteld om het risico te spreiden, vaak gelijk aan de samenstelling van een index. Bijv. Een mandje Bel20. Wordt ook wel door Marketmakers gebruikt om de Bel20 index `te beïnvloeden`.

Mantel
Een effect bestaat uit een mantel en een blad. De mantel is het eigendoms- of schuldbewijs. Hij vermeldt of het om een obligatie of een aandeel gaat en van welke onderneming of instelling ze is. Bij een aandeel wordt soms ook de nominale waarde uitgedrukt.

Margin
Een belegger die effecten op krediet koopt, zal een percentage van de prijs op voorhand moeten betalen: de margin. Ook bij ongedekt schrijven van opties moet een margin betaald worden. Dit bedrag wordt gedeponeerd bij een `clearing member` en is een garantie voor de tegenpartij indien die beslist zijn recht uit te oefenen.

Margin call
Verzoek van een effectenmakelaar aan een klant om meer zekerheden te storten om uitstaande posities af te dekken. Bekend verschijnsel bij shortposities en in de futureshandel.

Market maker
Professionele tussenpersoon die via het continu noteren van bied en laatprijzen een markt houdt in een bepaald type van effect of contract.

Marketperformer
Is een aandeel waarvan verwacht wordt dat de koers het de komende 12 maanden ongeveer even goed zal doen dan de aandelen-index van de beurs waarop het betreffende aandeel verhandeld wordt. Wordt vaak gebruikt als rating of advies vanwege analisten.

Marx Karl (1818-1883)
In tegenstelling met de klassieke economische denkers, waardor hij nochtans geïnspireerd werd, diende de economische theorie voor Marx niet om het gebeuren te verklaren maar om het te veranderen. Hij betrok ook de socioliogie en de filosofie in zijn economisch denken. Hij ontwierp echter nooit een theorie over een socialistisch of communistisch economisch stelsel, mede omdat hij er van uitging dat zulk stelsel als vanzef uit het kapitalistisch systeem zou ontstaan. Hij hanteerde de term kapitalisme evenwel onjuist. Centraal in zijn stelsel staan immers de ondernemer en de onderneming en niet de kapitaalverschaffer (aandeelhouder), essentieel kenmerk nochtans van het kapitalistisch stelsel.

Meerwaarde
Positief verschil tussen aan- en verkoopprijs. De meerwaarde is dus de waardestijging van een goed tussen twee opeenvolgende verrichtingen. Een negatief verschil is een waardevermindering.

Midkap Index
Graadmeter voor het `middensegment` van de Nederlandse aandelenmarkt. `Kap` staat voor marktkapitalisatie ofwel beurswaarde. Opgenomen zijn de vijfentwintig fondsen die in omzet volgen op de fondsen uit de Amsterdam Exchanges-index (AEX-index). Het gewicht van de geselecteerde fondsen wordt bepaald door de marktkapitalisatie.

Mismatch
Ongelijkheid in rente en looptijd tussen financiering en uitzetting van middelen. Vaak een bron van inkomsten voor banken, behalve wanneer de rentestructuur (zie yield curve) onverwacht omslaat.

Moedermaatschappij
Vennootschap die een andere vennootschap controleert, maatschappij die aan het hoofd van een groep staat.

NBB
Nationale Bank van België.

Netto-actief
(=eigen vermogen), alle bezittingen van het bedrijf tegen de waarde zoals ze geboekt staan, plus de schuldvorderingen min de schulden.