Kopie van `Goeroe - beurs lexicon`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Goeroe - beurs lexicon
Categorie: Economie en financiën > Beleggen
Datum & Land: 15/02/2007, BE
Woorden: 290


Nettowinst
Winstcijfer na aftrek van afschrijvingen en belastingen.

Nominale waarde
Bij een obligatie; de grootte van de schuldvordering. Bij een aandeel; het bedrag der kapitaaldeelneming, dat ook op het aandeel staat afgedrukt. Het is dus niet de koerswaarde.

Notering
Koers van een effect.

NTS
New Trading System: Computersysteem waarlangs de financiële bemiddelaars die tevens lid zijn van de effectenbeurs van Brussel effecten verhandelen op de markt.

Obligatie
Schuldbrief, die recht geeft op een doorgaans vaste rente en na aflosbaarstelling, op de terugbetaling van de hoofdsom.

OLO
Lineaire obligatie. Staatsfondsen. De uitgifteprijs en bijgevolg het rendement wordt bepaald door toewijzing. OLO’s zijn enkel bestemd voor institutionele beleggers en grote ondernemingen. Ze worden enkel uitgegeven in gedematerialiseerde vorm. Het rendement op de Belgische 10jarige OLO is dé indicator voor wat betreft de evolutie van de lange termijnrente in België.

Onderliggende waarde
De onderliggende waarde van een optiecontract is datgene waarop de transactie betrekking heeft (bv. aandelen, obligaties, goud, zilver, valuta).

Ongedekt schrijven
De schrijver van een call-optie werkt ongedekt als hij de onderliggende waarde niet bezit. Put-opties zijn ongedekt, als de schrijver niet beschikt over de liquiditeiten om de titels eventueel op te nemen. Bij ongedekt schrijven is de schrijver verplicht een margin te deponeren bij een clearing member, als garantie voor de koper.

Open buy
Een openingstransactie waarbij een optie wordt gekocht. Een openingsaankoop wordt teniet gedaan door een sluitingsverkoop (closing sell).

Open sell
Een openingstransactie waarbij een optie wordt geschreven. Een openingsverkoop wordt teniet gedaan door een sluitingsaankoop (closing buy).

Open-end fund
Beleggingsfonds dat zelf dagelijks aandelen kan inkopen en verkopen, al naar gelang de vraag en het aanbod.

Optie
Verhandelbaar recht om van de onderliggende waarde (bijv. Aandelen of obligaties) een standaardhoeveelheid te kopen (Call) of te verkopen (Put) tegen een vooraf overeengekomen prijs en gedurende de looptijd van de optie.

Out of the money
Een optie is out-of-the-money wanneer zij geen intrinsieke waarde heeft. Een call-optie is ‘out of the money’ wanneer de uitoefenprijs hoger is dan de koers van de onderliggende waarde. Een put-optie is ‘out of the money’ als de uitoefenprijs lager is dan de koers van de onderliggende waarde. De premie van een ‘out of the money’ optie bestaat enkel uit tijd- of verwachtingswaarde.

Outperformer
Is een aandeel waarvan verwacht wordt dat de koers het de komende 12 maanden beter zal doen dan de aandelen-index van de beurs waarop het betreffende aandeel verhandeld wordt. `Market outperformer` wordt veel gebruikt door analisten om een bepaald aandeel een advies of rating te geven.

Pari-koers
Koers van 100% van de nominale waarde.

Passiva
De schulden van een onderneming.

Pay-out ratio
De verhouding tussen het deel van de winst dat wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders en het deel dat opnieuw wordt geïnvesteerd in de onderneming.

PE
PE is de afkorting voor price-earning (koers-winst). Het is een eenvoudige waardemeter bij de beoordeling van een aandeel. Hoe lager de verhouding PE, hoe goedkoper het aandeel.

PEG
PEG is de afkorting voor price earning growth. Het koppelt de traditionele`koers-winst`-indicator aan de groei van een onderneming. De koerswinstverhouding is de relatie tussen de koers van een aandeel en de winst per aandeel van het onderliggende bedrijf. Het drukt uit hoeveel keer de winst per aandeel betaald wordt voor de aankoop van één deelbewijs.De PEG-indicator gaat er echter van uit dat een onderneming die jaarlijks sterk groeit een hogere koerswinstverhouding mag hebben dan een bedrijf dat tegen een trager tempo uitbreidt. Zo is voor de PEG-indicator een koerswinstverhouding van 30 niet overdreven duur indien de onderliggende onderneming een jaarlijks groeiritme aanhoudt van 35 of 40% (hetgeen betekent dat de winst jaarlijks met 35 of 40% stijgt). Bij het berekenen van de PEG gaat men de K-W delen door de verwachte groei. Een cijfer lager dan 1 duidt op een goedkope waardering. Een cijfer hoger dan 1 (sommigen nemen 1,2 of 1,5) duidt op een overwaardering. Vergelijk de PEG van aandelen binnen dezelfde sector.

Perpetual loan
Eeuwige lening. Obligatielening die nooit hoeft te worden afgelost. De uitgever ervan betaalt alleen rente.

Pink sheet
Dagelijks gepubliceerde lijst van minder bekende over-the-counter aandelen.

Preferent aandeel
Aandeel, dat voorrang geniet boven een gewoon aandeel. Bijv. Bij winstverdeling of benoeming van bestuursleden.

Premie
De prijs van een optie.

Primaire markt
Is voor obligaties de handel die plaats vindt in de periode tussen de aankondiging van de nieuwe emissie en de datum waarop die moet betaald worden. Na die datum spreekt men van secundaire markt.

Primary dealer
Financiële instellingen die actief deelnemen aan de aanbestedingen op de markt in OLO`s of schatkistcertificaten en die inspanningen levert om deze soorten overheidspapier in binnenland en buitenland te plaatsen.

Privak
Beleggingsvennootschap die belegt in groeibedrijven en niet-genoteerde effecten.

Producer Price Index (PPI)
De producenten prijzen index is een vast gewogen prijsindex dat de gemiddelde verandering van binnenlandse prijzen, gecorrigeerd voor kortingen. De PPI wordt berekend aan de hand van de inkopen van de groothandels. Geïmporteerde goederenprijzen worden niet direct opgenomen, maar dat is al automatisch verwerkt in de prijzen van goederen als er in het produktie proces gebruik wordt gemaakt van buitenlandese goederen. De PPI is direct gerelateerd aan de inflatie. Een stijging van de PPI duidt op inflatie De PPI heeft een hoge marktimportantie en wordt maandeijks uitgebracht door het BLS.

Program trading
Computerondersteunde handelstechnieken waarbij met futures of opties op aandelenindexen en met de onderliggende waarde hetzij waardeverschillen tussen markten worden uitgebuit hetzij portefeuilleverzekeringsstrategieën worden op- of afgebouwd.. De beurskrach van 1987 werd door sommigen geweten aan program traders, die zouden hebben gezorgd voor een desastreus sneeuwbaleffect door hun computer niet bijtijds af te zetten.

Prolongeren
In termijntransacties bestaat de onvoorwaardelijke verplichting ten laatste op liquidatiedag af te sluiten. Maar in sommige gevallen zijn op het einde van de liquidatietermijn de verwachtingen van de speculant nog niet ingelost: de koersen bevinden zich niet op het verhoopte niveau. Indien hij verwacht dat de koers alsnog in gunstige richting zal evolueren, tracht hij de verrekening van de transactie te verdagen tot een volgende liquidatie: prolongeren. De prolongatie is niet kosteloos. De speculant zal hiervoor een bepaalde prijs moeten betalen: report (bij een aankoop) en deport (bij een verkoop). Het is mogelijk de prolongaties te herhalen.

Prospectus
Brochure waarin voornamelijk financiële informatie wordt gegeven over een onderneming die aandelen of obligaties wil uitgeven.

Put-optie
Een optie die de koper het recht geeft de onderliggende waarde gedurende de looptijd of op het einde van de looptijd van de optie te verkopen tegen de uitoefenprijs van de put.

Quinzaine
Veertiendaagse verhandelingsperiode op de Brusselse doorlopende markt die reeds enige tijd werd afgeschaft waardoor nu alles contant wordt afgerekend.

Rating
Beoordeling van de financiële gezondheid van een vennootschap of een staat die een publieke lening uitgeeft. Een minder goede rating betekent dat het voor de kredietnemer een probleem zou kunnen zijn om het geleende kapitaal terug te betalen of de verschuldigde interest te betalen. De ratings worden opgesteld door gespecialiseerde bureaus (Moody, Standard & Poors).

Recessie
Neergaande conjunctuurbeweging, economen spreken van een recessie na twee elkaar opeenvolgende kwartalen van negatieve economische groei.

Relative Strength Index (RSI)
De formule voor de Relative Strength Index, oftewel RSI is: RSI = 100 – ( 100 - ( 1 + RS ) )

Rendement
Opbrengst, meestal uitgedrukt in procenten van de oorspronkelijke investering.

Reporteren
Verrichting waarbij een belegger op de Termijnmarkt een haussepositie doorschuift naar de volgende quinzaine, speculerend op een verdere koersstijging, zo wat een uitstel van betaling tot aan de vereffening van de volgende quinzaine.

Return
Onder de term return wordt normaliter verstaan de koerswinst plus het dividendrendement.

Roerende voorheffing
Belasting op de inkomsten uit roerende goederen (intresten, dividenden) die de bank moet inhouden vóór de storting van de inkomsten. Deze inhouding is gelijk aan het verschil tussen de bruto-interest (wat het roerende goed opbrengt volgens de nominale rentevoet) en de netto-interest (wat de belegger of spaarder werkelijk ontvangt). De roerende voorheffing is bevrijdend.

Rotatie
Aan de conjunctuurbewegingen nemen niet alle sectoren tegelijk deel. Om beurt nemen bepaalde bedrijfssectoren de leiding van de beweging over. Dat verschijnsel noemt men rotatie.

Schatkistcertificaat
Effect op korte termijn (een maand tot een jaar) dat uitgegeven wordt door de staat en alleen verhandelbaar is binnen de financiële wereld.

Schrijven
De schrijver van ee optie neemt daarmee een verplichting op zich de onderliggende waarde te leveren (bij een call-optie) of te kopen (bij een put-optie) tegen de uitoefenprijs. Schrijvers moeten voldoen aan de marginverplichting.

Scrips
Op de beurs verhandelbare inschrijvingsrechten op aandelen, die niet zijn uitgeoefend.

Secundaire markt
De activiteit op de beurs die de verhandeling van reeds bestaande effecten aanduidt, dit in tegenstelling met de nieuwe uitgiften, wat in feite de primaire activiteit is van een effectenbeurs.

Short gaan
Effecten verkopen zonder ze te bezitten, in de hoop ze later goedkoper te kunnen kopen.

Short positie
Een short positie in opties ontstaat door het schrijven van opties.

SICAV
Société d`Investissement à CApital Variable - BEVEK BEleggingsvennootschap met VEranderlijk kapitaal. Een SICAV is een vennootschap naar Luxemburgs recht en een BEVEK is een vennootschap naar Belgisch recht. Naamloze vennootschap naar Belgisch of Luxemburgs recht met een gunstig fiscaal statuut die de ingezamelde kapitalen in aandelen, obligaties, kortetermijnbeleggingen of andere financiële instrumenten belegt.

Small cap
Aandelen van kleinere vennootschappen met een beperkte beurskapitalisatie. Dit in tegenstelling tot de Blue Chips die een grotere beurskapitalisatie hebben.

Smith Adam (1723 - 1790)
Grondlegger van de Engelse klassieke school van het economisch denken. Wegens zijn grote invloed wordt hij ook de vader van de economie genoemd. Stelde dat `een onzichtbare hand` ervoor zorgt dat het algemeen belang er bij gediend is als ieder economisch subject zijn eigen voordeel nastreeft.

Spilkoers
Vastgestelde wisselkoers binnen het Europees Monetair Stelsel (EMS) waaromheen een kleine speling mogelijk is naar boven en beneden.

Splitsing
Het verkleinen van de nominale waarde van een aandeel meestal om de verhandelbaarheid te vergroten. Wordt bijgevolg veelal uitgevoerd bij duurdere aandelen.

Spread
Het verschil tussen de bied- en laatprijs.

Staatsbon
Obligatie uitgegeven door de Staat voor het grote publiek om de werkingskosten te financieren en de intrest van de Staatsschuld te betalen. De aan de mantel aangehechte coupons dienen om de interest op de vastgestelde vervaldagen te innen. Is eigenlijk een kasbon uitgegeven door de staat.

Standaarddeviatie
Waarde die aangeeft in welke mate de periodieke return van een belegging mag afwijken van de gemiddelde return over een bepaalde periode. Deze statistische formule wordt gebruikt om het risiconiveau van een ICB te bepalen. Een geringe standaarddeviatie (bijvoorbeeld van 0 tot 2,5%) wijst op maandelijkse returns met weinig schommelingen.

Stockdividend
Dividend dat wordt uitgekeerd in de vorm van aandelen of delen van aandelen.

Stoploss order
Een stoploss order stopt het verlies. De essentie is een aandeel in portefeuille te behouden zolang de koers stijgt, maar het te verkopen zodra de koers onder een bepaald niveau daalt. Dit niveau wordt veelal op basis van technische analyse bepaald.

Straddle
Constructie waarbij een belegger een call en een put-optie koopt op dezelfde onderliggende waarde, met dezelfde uitoefenprijs en dezelfde looptijd.

Strafbankje
Bij geconstateerde onregelmatigheden kunnen aandelen hangende het onderzoek (tijdelijk) uit de officiële notering worden genomen. Men belandt dan op het strafbankje.

Strangle
Het gelijktijdig schrijven van een call en een put-optie in dezelfde onderliggende waarde, maar tegen een verschillende uitoefenprijs. Zolang de prijs binnen een bepaalde bandbreedte blijft, levert de constructie winst op.

Strip
Is een blad met genummerde dividendstrookjes die enkel en alleen waarde krijgen als ze samen met het uitbetaalbare dividendstrookje van het aandeel ter incasso worden aangeboden. In België heeft een stripcoupon recht op verminderde roerende voorheffing (15% ipv 25%).

Strippen
Het scheiden van de mantel en de coupon van een obligatie - door een bank of een effectenhuis - om ze apart te kunnen verhandelen.

Swappen
Het aangaan van een soort ruiltransactie waarbij men vreemde valuta’s op termijn verkoopt om ze later weer terug te kopen.

Syndicaat
Tijdelijke combinatie van banken bij emissies van aandelen of obligaties.

Technische analyse
Analysetechniek waarbij men op grafieken keerpunten in een bepaalde cyclus probeert te vinden. Door het feit dat iedereen op dezelfde grafiek zit te kijken, wordt de voorspelling vaak werkelijkheid.

Tegen pari
Tegen 100% van de nominale waarde ook a pari.

Termijnmarkt
Markt waar vraag en aanbod worden samengebracht op het gebied van goederen en financiële waarden. In België wordt op de termijnmarkt via Quinzaines gewerkt (afgeschaft op 1 november 2000).

Ticker symbool
Dit is het letterwoord waarmee op de Amerikaanse beurs de beursgenoteerde aandelen worden aangeduid. Vb. Microsoft = MSFT

Tijdwaarde
Het deel van de optiepremie dat overblijft wanneer op de totale premie de intrinsieke waarde in mindering wordt gebracht. De hoogte van de tijd en verwachtingswaarde wordt onder meer bepaald door de resterende looptijd en de beweeglijkheid van de onderliggende waarde.

Tijger
Aziatische markt in opkomst. Afkomstig van de Asean Tigers: Singapore, Hongkong, Zuid-Korea en Taiwan.

Track record
De prestaties uit het verleden van een persoon of bedrijf op een bepaald gebied.

Trend
Wordt weergegeven door het 200daags gemiddelde, een doorbreken van de trendlijn van onder naar boven toe is een koopsignaal indien de trend stijgend is, en vice versa. Globale richting van een koers of index, ongeacht fluctuaties op korte termijn. Een trend kan opwaarts, neerwaarts of zijwaarts (neutraal) zijn.

Triple Witching Day
Op Triple witching day expireren opties op aandelen, opties op indexen en futures. De markt is dan extreem volatiel en zorgt voor een nerveuze handel. Triple witching day komt voor de derde vrijdag van maart, juni, september en december.

Uitbodemen
Het stabiliseren van een koers na een periode van daling.

Uitbreken
Het plotseling omhoogschieten van een lange tijd stagnerende koers.

Uitoefening
Als de koper van een optie beslist zijn recht uit te oefenen, spreekt men van exercise of uitoefening. De koper van een call-optie ontvangt de onderliggende waarde. De houder van een put-optie levert deze waarde.

Underperformer
Is een aandeel waarvan verwacht wordt dat de koers het de komende 12 maanden minder goed zal doen dan de aandelen-index van de beurs waarop het betreffende aandeel verhandeld wordt.

Vast recht
Vast bedrag dat bij uitvoering van elk beursorder bovenop het makelaarsloon wordt aangerekend en dat nog eens extra kan verhoogd worden wanneer de belegger de effecten zelf fysiek levert of fysiek opvraagt.

Vastgoedcertificaat
Effect dat een deel vertegenwoordigt van een onroerend goed en waarmee de belegger de nadelen vermijdt van een rechtstreekse vastgoedbelegging (vlotte aan- en verkoop, geen notariskosten, beperkte financiële inbreng,...). De coupon van deze belegging omvat meestal een deel huurinkomsten en een deel terugbetaling kapitaal.

Verdisconteren
Iets doorberekenen voordat het gebeurt. Wordt vaak gebruikt om het uitblijven van een koersreactie te verklaren.

Verlopen intrest
Bedrag dat een koper van een obligatie bovenop de marktprijs moet betalen, om de verkoper te vergoeden voor het deel van de coupon dat die misloopt.

Vervroegde afsluiting
Bij de lancering kan een beleggingsproduct tijdens een zogenaamde `intekenings`periode worden aangeboden. Het gebeurt evenwel dat het product zo veel succes kent dat de inschrijving wordt afgesloten vóór de oorspronkelijk geplande datum: we spreken dan van een vervroegde afsluiting.

Volatiliteit
Maatstaf die de mate van beweeglijkheid van een belegging weergeeft.

Vork
De hoogste en laagste prijs van een effect op de beurs over een gegeven periode. Wordt vaak gebruikt bij de uitgifte van nieuwe aandelen.

VV-aandelen
Staat voor aandeel met verminderde voorheffing, momenteel 15% ipv 25%. Het betreft meestal FV-aandelen die ingevolge een statutenwijziging omgevormd werden tot VV-aandelen, of sommige aandelen die na 1-1-94 gecreeërd werden.

Wall Street
Straat in New York, waar de New York Stock Exchange is gevestigd.

Warrant
Het verhandelbare recht om tegen een vastgestelde koers gedurende een bepaalde periode nieuwe aandelen te kopen, rechtstreeks van de vennootschap.

Window dressing
Zodanig schuiven in de beleggingsportefeuille dat de kwartaal- of eindejaarsrapportage een zo gunstig mogelijk beeld laat zien. Men kan bv. Tijdens de laatste beursweek van het jaar de sterkst gestegen aandelen van dat jaar kopen en daar dan mee `uitpakken`.

Wisselrisico (of muntrisico)
Risico dat de koers van een vreemde munt daalt ten opzichte van de euro als u een belegging doet in obligatie of aandelen die uitgegeven zijn in andere munten dan de euromunten. Voorbeeld : u koopt een obligatie van 10.000 Australische dollars voor 240.000 BEF (tegen een koers van 24 BEF). Als de koers van de Australische dollar zakt tot 22 BEF zal de waarde van uw obligatie volgen en zullen uw 10.000 Australische dollar nog slechts 220.000 BEF meer waard zijn.

Yield
Engels financieel jargon voor rentecurve (rentekromme).

Zero-bond
Een obligatie waarop kan worden ingschreven aan de geactualiseerde koers, in functie van de actuele rente en looptijd. Geeft dus geen jaarlijkse coupon, maar kapitaliseert die gedurende de hele looptijd aan het renteniveau bij uitgifte. De uitgifteprijs is meestal beneden pari. De terugbetalingsprijs meestal a pari.