Kopie van `Reed Business Information - Logistiek.Woordenlijst`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Reed Business Information - Logistiek.Woordenlijst
Categorie: Handel en distributie > Logistiek
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 122


Agnosticus
Iemand die niet weet, of denkt dat het onmogelijk is te weten, dat er een God is.

Antagonist
Iemand die een tegenovergesteld standpunt inneemt, syn. tegenstander, tegenwerker; tegenspeler van de protagonist in de klassieke tragedie (Van Dale)

Anti-filosofie
Vele vormen van de moderne filosofie, waarin de hoop is opgegeven om een rationele eenheid te vinden in het geheel van leven en denken.

Antinomianisme
Opvatting dat, wanneer men het evangelie aanvaardt, de morele wet niet langer van toe- passing is. . Het misbruiken dus van de christelijke vrijheid in het nieuwe ver- bond.

Antithese
Tegenstelling tussen twee dingen (b.v. vreugde is de antithese van verdriet). Zie verder onder monisme.

Antropologie
De wetenschap die zich met de mens bezighoudt, met de relatie van de mens tot zichzelf en met zijn medemens, zoals de psychologie en de sociologie dit doen.

Apologetiek
Dat deel van de theologie dat zich bezighoudt met de verdediging en verbreiding van het christendom.

Archetype
De psycholoog Jung interpreteerde droomsymbolen die de gehele geschiedenis van de mensheid door voorgekomen zijn en noemde deze archetypes.

Arianisme
Arianisme, de van de 4 ter Arius (gest. 336), die Christus’ godheid ontkende en in hem een schepsel zag, zij het ook het allerhoogste schepsel, nl. de vóór de tijd door God voortgebrachte Logos. Zijn opvattingen werden door het concilie van Nicea (325) veroordeeld, maar begunstigd door o.a. keizer Constantius bleef het arianisme binnen het Romeinse Rijk een machtige stro- ming, totdat het op het concilie van Constantinopel (381) opnieuw veroordeeld werd. Buiten het Rijk hield het daarna nog lange tijd stand onder de pas gekerstende Germaan- se volken, totdat het definitieve einde kwam met de bekering van de Franken tot het Ro- meinse christendom (Encarta 2002).

Arminianisme
Het Arminianisme leert dat ons eeuwig behoud afhangt van onszelf, dat wil zeggen, wij zijn zelf verantwoordelijk of we voor eeuwig behouden willen worden. Maar we moeten wandelen naar Gods wil, anders zullen we alsnog verloren gaan.

Asana
Benaming voor de lichaamshoudingen bij yogaoefeningen (Van Dale)

Atheïst
Iemand die gelooft dat er geen God is.

Aura
(Lat., = luchtstroom, ook: schijn, glans), een soort kleurenspel dat bepaalde occultisten (de sensitieven) om of nabij personen met wie zij in aanraking komen, beweren te ‘zien’ en dat een afspiegeling zou vormen van de karaktereigenschappen, de gemoeds- en ge- zondheidstoestand van deze personen. Van theosofische zijde is beweerd dat de aura in verband zou staan met het astraallichaam (Encarta 2002).

Avatar
Oudindisch avatarah (afdaling, afstamming). Afdaling, d.i. vleeswording van een god- heid, m.n. van Visjnoe. (Van Dale)

A-millennialisme
Amillennialisten interpreteren Christus duizendjarige rijk (millennium) in een geestelijke betekenis. Zij geloven wel in de Tweede Komst, maar verwerpen het idee van een letter- lijke duizendjarige regering op aarde.

Bahaï
Uit Iran stammende religie, genoemd naar de stichter Bahá’ulláh (Van Dale). “Het Ba- hái-geloof is de jongste onafhankelijke wereldreligie. De Stichter, Bahá’ulláh (1817- 1892), wordt door de bahái’s als tot nu toe de laatste in de reeks Boodschappers van God beschouwd, een reeks die teruggaat tot voor het begin van de geschiedschrijving en waartoe ook Abraham, Mozes, Boeddha, Zoroaster, Christus en Mohammed behoren. Het centrale thema in de Boodschap van Bahá’ulláh luidt dat de mensheid één ras vormt en dat de dag gekomen is dat zij zich moet verenigen tot één wereldgemeenschap. Ba- há’ulláh stelde dat God historische krachten in werking heeft gezet die de traditionele grenzen van ras, klasse, geloofsovertuiging en natie afbreken en die op den duur tot een universele beschaving zullen leiden. De belangrijkste uitdaging waar de volkeren der aarde zich voor geplaatst zien is dat ze het feit van hun eenheid moeten accepteren en het proces van eenwording moeten steunen. Een van de doelstellingen van het Bahái-geloof is te helpen een antwoord op deze uitdaging mogelijk te maken. Een wereldomvattende gemeenschap van ongeveer zes miljoen Bahái’s, waarin de meeste landen, rassen en culturen op aarde vertegenwoordigd zijn, is bezig om de leringen van Bahá’ulláh in praktijk te brengen. Hun ervaring zal een stimulans zijn voor allen die de visie delen dat de mensheid één familie en de aarde één vaderland is”. (http://users.pandora.be-Baháihasselt).

Bijbelkritiek
Ook wel ‘hogere bijbelkritiek’ of ‘historisch-kritische methode’ genoemd: de weten- schap die zich bezighoudt met de inhoud van de tekst op grond van: 1. de aard, de vorm en het onderwerp van de verschillende bijbelboeken, 2. de aard en de samenhang van de context en verschillende bijbelgedeelten en 3. de gegevens over de omstandigheden van de schrijvers en de geadresseerden van de bijbelboeken. De moderne bijbelkritiek tracht echter de Bijbel aan te vallen en te bewijzen dat hij niet het Woord van God is, maar slaagt daar niet in. Ze vertoont ernstige leemten en gebreken. Jezus Christus, het Woord, is het ultieme struikelblok in de hogere kritiek, zoals trouwens bij alle vrijdenkers en modernisten.

Bovenverdieping
Term die aangeeft waar de moderne filosofie zich bezighoudt met betekenis of zinvol- heid, maar niet openstaat voor verificatie door de wereld der feiten die de onderverdie- ping vormt.

Calvinisme - Arminianisme
Het Calvinisme leert dat ons eeuwig behoud niet geïnitieerd door onszelf, maar dat wij hiertoe voorbestemd en uitverkoren waren voor de grondlegging van de wereld (Ef. 1:4,5). Deze voorstemming is eeuwig en onveranderlijk. Daarom zullen zij die voor eeuwig zijn behouden, nooit verloren gaan. Het Arminianisme leert dat ons eeuwig behoud afhangt van onszelf, dat wil zeggen, wij zijn zelf verantwoordelijk of we voor eeuwig behouden willen worden. Maar we moeten wandelen naar Gods wil, anders zullen we alsnog verloren gaan. Het Arminianisme benadrukt de menselijke verantwoordelijkheid en het Calvinisme be- nadrukt het werk van God. Vanuit Bijbels perspectief geven beide theologische scholen een verwrongen beeld. Calvijn had gelijk dat ons eeuwig heil wordt geïnitieerd door God. Het proces om tot nieuw leven te komen begint daarom bij God (Gen. 1:1-2), waarbij de directe interactie van de mens echter een belangrijke rol speelt. De reactie van de mens is daarbij mede bepalend of hij tot geloof komt. Het Arminianisme faalt doordat het naambelijders verwart met ware Christenen. Een waar Christen kan zijn of haar eeuwig leven niet verliezen, ook al struikelt hij vele ma- len. Wat uit God geboren is gaat niet verloren.

Ch’i of Chi
Qi of ch’i (trad. Chin.; Japans: ; ki Koreaans: gi), ook vaak gespeld als chi, is een fun- damenteel concept uit de Chinese cultuur, doorgaans gedefinieerd als adem, levens- kracht, vitale energie, spirituele energie die deel uitmaakt van alles wat bestaat. Verwij- zingen naar qi of soortgelijke filosofische concepten als een soort van metafysische ener- gie die levende wezens in stand houdt, vormen onderdeel van veel religies, vooral in Azië. http://nl.wikipedia.org-wiki-Ch%27i

Chakra
Van het Oudindische cakrah (wiel). In vele Oosterse culturen beschreven als een ener- giecentrum dat een verbindingspunt is tussen het fysieke en het fijnstoffelijke lichaam: men kan zeven belangrijke chakra’s onderscheiden. (Van Dale).

Chiliasme
Chiliasme (v. Gr. chilias = duizendtal) of millenarisme, naam voor de verwachting van het in de Openbaring van Johannes (hoofdstuk 20) beschreven Duizendjarig Rijk.

Christian Science
De ideeën van de Christian Science kunnen als volgt worden samengevat: God en de geest zijn het goede, terwijl de materie en het kwade geen reële werkelijkheid zijn. Ziekten worden veroorzaakt door het gebrek aan inzicht, nl. dat ze niet werkelijk zijn, behorend tot het gebied van de materie. Door tot inzicht te komen en in overeenstem- ming te leven met de goddelijke geest kan een mens genezen worden. De wonderen van Jezus, die in de bijbel beschreven worden, hebben te maken met het geestelijke inzicht van Jezus, waardoor de illusie van de ziekte overwonnen kon worden (Encarta 2002).

Communicatie
Het overbrengen van ideeën en informatie.

Connotatie
Zaken die voor de luisteraar mede begrepen worden bij het beluisteren van een woord, buiten hetgeen het volgens de definitie betekent.

Contemplatieve spiritualiteit
Beschouwende, bespiegelende spiritualiteit. Zo is het opnieuw populair geworden “con- templatief gebed” het leegmaken van de geest (door het herhalen van een mantra, een woord of korte frase) waardoor men geestelijk in contact komt met naar wat men foutief meent God te zijn. Men riskeert hierdoor in contact met de demonenwereld te komen. Het is een strik van de duivel.

Cosmologie
De wetenschap van de aard en de principes van het heelal.

Dada
De naam van een stroming in de kunst die ontstond in 1916 te Zürich. De naam, die ge- vonden werd door lukraak in een Frans woordenboek te prikken, betekent ‘hobbelpaard’.

Deïsme
Het stelsel dat Gods bestaan erkent als van de wereld onderscheiden, maar ook geschei- den, in die zin dat God, na de wereld geschapen te hebben, op de gang van de dingen geen invloed meer uitoefent (als zodanig het tegenovergestelde van theïsme). (Encarta 2002). Geloof aan één God berustend op de rede, niet op openbaring (Van Dale).

Determinisme
De leer dat de mens in zijn handelen niet vrij is maar bepaald wordt door psychologische en fysiologische oorzaken, waardoor de vrije wil een illusie wordt.

Dharma
Dharma (Sanskriet: “de drager, de ondersteuner”) duidt in het oude India de gang der natuur, de orde in de kosmos, maar ook de orde in het maatschappelijke leven aan. Het leven dient volgens het hindoeïsme in overeenstemming met de dharma: de kosmische en sacrale orde te zijn. De regels hiervoor zijn neergelegd in leerboeken (dharmas tras en dharmash stras)… (Van Goor’s Encyclopedisch Woordenboek der Godsdiensten, 1970).

Dialectiek
Het principe van verandering volgens de lijnen van een driehoek. Een stelling heeft een tegengestelde. De twee tegengestelden versmelten in een synthese die op haar beurt weer these wordt, enz.

Dichotomie
Scheiding in twee volledig afzonderlijke delen. In dit boek wordt de term gebruikt voor de volledige scheiding van het rationele en logische in de mens, van zinvolheid en bete- kenis van het leven.

Dispensationalisme
De leer dat Gods handelen met de mens verschillend is in verschillende dispensaties in de tijd. Deze dispensaties worden ook ‘bedelingen’ genoemd. Dit is het tegenovergestel- de van de Verbondstheologie.

Docetisme
Opvatting dat Christus slechts in schijn de menselijke natuur heeft aangenomen. (Encarta 2002).

Dualisme
Het aannemen van twee tegenover of onafhankelijk naast elkaar staande beginselen ter verklaring van de werkelijkheid (Van Dale)

Entropie
Entropie is een maat van wanorde, of de afname van bruikbare energie. De entropie neemt toe tot een maximum. Met het verloop van de tijd vallen alle fysische systemen uit elkaar; alles neigt tot wanorde.

Epistemologie of kennistheorie
Een belangrijk onderdeel van de filosofie is de kennistheorie of de epistemologie. Het gaat in de kennistheorie om de vraag hoe de mens tot kennis komt en ook om de vraag hoe be- trouwbaar die kennis dan is. Het gaat om de vragen: “How we know and how we know we know”. In het Verlichtingsdenken erkent men wel dat de mens kennis verwerft door waar- neming en door redenering-nadenken. De derde mogelijkheid dat de mens kennis verkrijgt door openbaring werd a-priori afgewezen. De bovengenoemde drie wegen om tot kennis te komen zitten b.v. in de volgende bijbel- tekst: “Maar gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord (kennis door waarneming) en wat in geen hart is opgekomen (kennis door redenering en intuïtie), al wat God heeft bereid voor degenen die Hem liefhebben. Want ons heeft God het geopenbaard (kennis door openbaring)” - 1 Kor 2:9,10. (A.P. Geelhoed)

Eschatologie
De leer van de eschata (= laatste dingen), de toekomstige dingen die gebeuren moeten.

Esoterie
Het geheimzinnige, al wat slechts door ingewijden doorgrond kan worden. Esoterisch: (Gr. esoterikos), bestemd voor de ingewijden, de deskundigen, syn. geheim. (Van Dale)

ESP
Extra-sensory perception, buitenzintuiglijke waarneming, zoals telepathie, helderziendheid en proscopie (Het domein van de slang, W.J. Ouweneel).

Exegese
Verklaring van een geschrift, in het bijzonder van de bijbel, syn. bijbelverklaring, uitlegkun- de. (Van Dale)

Existentialisme
Een theorie over de mensen, die zegt dat de ervaring van de mens niet te beschrijven is in wetenschappelijke of rationele begrippen. Het existentialisme legt de nadruk op de keu- ze, gebruik makend van de vrijheid van de mens in een onbepaalde en klaarblijkelijk zinloze wereld.

Existentieel
Verband houdend met het menselijk bestaan, gezien als een aaneenschakeling van mo- menten. Empirische werkelijkheid, in tegenstelling tot louter theorie.

Final experience
Grenservaring. Karl Jaspers gebruikt deze term om een ervaring aan te geven die over- weldigend genoeg is om hoop en betekenis aan het leven te geven.

Gemeente
Gemeente, Gr. ekklesia, betekent ‘uitgeroepenen’ (uit de wereld) - vandaar het woord Kerk. Ekkle- sia (Gemeente, Kerk) slaat op alle ware gelovigen in Christus: Zijn ‘lichaam’ (Rm 12:5; 1Ko 12:27; Ef 1:22, 23; Ko 1:18). De Gemeente is goed te onderscheiden van ‘de gehele christenheid als verantwoordelijk getuigenis op aarde’. Deze laatste is de ‘zichtbare Kerk’, met daarin ware christenen én naamchristenen, terwijl de Gemeente de ‘onzichtbare Kerk’ is van ware gelovigen die bij de Heer ‘gekend’ zijn (Mt 7:22, 23).

Generisch
Eigen naar het geslacht of de soort (Van Dale)

Glossolalie
Tongenspreken of glossolalie is de onbijbelse namaak van het spreken in vreemde, niet aangeleerde talen.

Gnosis
De diepere kennis aangaande godsdienstige waarheden (Van Dale).

Gnostici
Theosofen uit de 2 oosterse myten een diepere verklaring van de godsdienstige waarheden en het wezen van de dingen probeerden te geven. (Van Dale).

Gnostiek of gnosticisme
(v. Gr. gnosis = inzicht, kennis), verzamelnaam voor een pluriforme godsdienstig-wijsgerige stroming, die vooral in de eerste eeuwen n.C. grote betekenis had, maar ook later momenten van herleving kende. De aanhangers streefden naar het heil door geheime, alleen voor inge- wijden gereserveerde kennis (gnosis). Deze kennis heeft betrekking op het goddelijke en bovenaardse machten, maar is ook inzicht in het wezen van de mens. Het ontvangen van de gnosis is iemands geestelijke opstanding uit de doden. De geest moet zich van de gebonden- heid aan het lichaam bevrijden (Encarta 2002).

Hermeneutiek
Leer van de regels en hulpmiddelen die bij de uitlegkunde gebruikt worden, de theorie van de exegese, met name van de bijbeluitlegging. (Van Dale)

Holisme
Opvatting dat er een samenhang bestaat in de werkelijkheid die enkel uit een beschou- wing van het geheel blijkt en niet terug te vinden is in de onderdelen (Van Dale). Holisme (v. Gr. holos = geheel), een leer ter verklaring van het leven, die in tegenstelling tot het mechanicisme en het vitalisme [filosofie] de nadruk legt op de totaliteit van het organisme, dat als geheel meer is dan de som van de delen en waarvan de delen vervang- baar zijn zonder het geheel te schaden. De onderlinge samenhang en samenwerking van de delen en de processen staat op het eerste plan. De term is afkomstig van Jan Chistiaan Smuts. (Encarta 2002).

Humanisme
Iedere filosofie of filosofisch systeem waarin de mens tot uitgangspunt wordt genomen om te trachten een eenheid te vinden in de zinvolheid van het leven. “De term humanisme dateert pas van de 19 nista (docent in de Latijnse taal, welsprekendheid, dichtkunst en literatuur, vakken die studia humaniora werden genoemd). De term heeft dus niets te maken met ‘het centraal stellen van de mens’, ‘de ontdekking van het individu’ en dergelijke. In het christelijk humanisme stond wel degelijk God centraal, en over het individu heeft geen humanist zich het hoofd gebroken” (www.kun.nl). “Wereldbeschouwing die voor alles de menselijke waardigheid, de vrijheid en de waarde van de persoonlijkheid wil hooghouden en bevorderen en die het geloof aan een per- soonlijke god niet als premisse stelt” (Van Dale). “Humanisme is een democratische en ethische levenshouding die bevestigt dat mensen het recht en de verantwoordlijkheid hebben om betekenis en vorm te geven aan hun eigen leven. Het staat voor het opbouwen van een meer humane samenleving via een moraal gebaseerd op menselijke en andere natuurlijke waarden, in een geest van rede en vrij onderzoek, door menselijke vaardighe- den. Het is niet deïstisch, en aanvaardt geen bovennatuurlijke realiteitsperceptie”. (www.huma.be-info-hva.htm).

Immanent
1. In zichzelf besloten, syniem: inwonend, aanklevend, tegenover: transcendent. 2. niet bovenzinnelijk. (Van Dale).

Imminent
Boven het hoofd hangend, synoniem: naderend, dreigend. (Van Dale)

Impressionisme
Stroming in de Franse schilderkunst uit de tweede helft van de 19 gin was van de moderne kunst. Haar doel was door middel van de kleur, het effect van licht op voorwerpen weer te geven.

Incarneren
Sommigen spreken nogal eens van ‘incarneren’ als het om de duivel of de demonen gaat. Dit is een onjuiste uitdrukking. Incarnatie komt van het kerklatijn incarnatio (van caro, gen. carnis = vlees). In de christelijke terminologie is dit de aanduiding voor de mens- wording van Gods Zoon. Letterlijk betekent deze term ‘vleeswording’. Van de duivel (of de demonen) kan men niet zeggen dat zij ‘vlees worden’ - zij bezetten andermans li- chaam of vlees.

Judaïsten
Christen-joden die vast bleven houden aan de besnijdenis als voorwaarde om gered te worden.

Kundalini
Krachtige energie die voorgebracht wordt door meditatie, geassocieerd met de chakra’s.

Legalisme
De leer van de rechtvaardiging door goede werken.

Linguïstische analyse
Filosofische stroming die ervoor wil zorgen dat de filosofie niet verward raakt in allerlei ideeën. Zij doet dit door deze ideeën in de context van hun eigen taal te zetten. Deze tak van de filosofie ziet de taak van de filosofie niet zozeer in het geven van verklaringen, maar meer in het verhelderen van wat aan de oppervlakte ligt.

Logica
De wetenschap die zich met het redeneren bezighoudt. De voorspelbare en onvermijde- lijke consequentie van een rationele analyse. In de klassieke Logica gold dat ‘A is onge- lijk aan niet-A’.

Logisch positivisme
Een analytische stroming in de moderne filosofie die verklaart dat alle metafysische the- orieën eigenlijk zonder waarde zijn omdat ze niet gecontroleerd te kunnen worden aan de hand van empirische gegevens.

Manicheïsme
Wereldgodsdienst, gesticht door Mani, was van de derde tot de veertiende eeuw in het Oosten en van de vierde tot de zesde eeuw in het Westen belangrijk. Het is een gnosti- sche religie van syncretische signatuur, waarvan het leersysteem vooral ontleend is aan de christelijke en de Iraanse godsdienst, terwijl de organisatievormen en missionerings- methoden voornamelijk uit het boeddhisme zijn overgenomen. Het manicheïsme gaat uit van een dualistisch wereldbeeld en kosmologie. Tegenover de heerser van het rijk van het licht (de Vader) staat de heerser van het rijk van de duisternis (de duivel of Ahriman). De strijd tussen licht en duisternis moet ook door de mens worden gevoerd, die door een voorbeeldige levenswandel het licht kan laten overwinnen. Voor historische personen als Boeddha, Jezus en Paulus was een grote en belangrijke plaats ingeruimd in het maniche- isme. (Encarta 2002).

Materialisme
gesloten wereldbeeld. Onder invloed van de successen van de natuurkunde gaat men de wereld zien als een machi- ne. (Het materialisme komt op, men ziet alles wat er gebeurt als het resultaat van “natuurlij- ke” factoren alles is gedetermineerd). Het wereldbeeld wordt gemechaniseerd, alles wordt bepaald door natuurlijke factoren. Nederlandse Protestanten die de hand van God zagen in de vernietiging van de Spaanse Armada worden als belachelijk en zeer naïef voorgesteld. Dat die Armada verslagen is komt alleen door natuurlijke oorzaken. Dat heeft niets met in- grijpen of besturing van God te maken. Wonderen kunnen niet plaatshebben. Voor openba- ring, wonderen, etc is geen plaats. (A.P. Geelhoed)

Menselijkheid van de mens, de
Die aspecten van de mens, zoals zinvolheid, liefde, rationaliteit en de vrees niet te zijn, welke hem van het dier en de machine onderscheiden en die bewijzen dat hij geschapen is naar het beeld van een persoonlijke God.

Metafysica
Uit het Grieks: ta meta ta phusika → wat na, achter de fysieke zaken ligt. Deel van de wijsbegeerte dat zich bezighoudt met de laatste, bovenzinnelijke gronden van de dingen en werkingen. (Van Dale).

Methodologie
Studie van methodes en principes volgens welke de vraag naar waarheid en kennis bena- derd wordt.

Modernisme
In de zeventiende eeuw is de filosofische beweging van de Verlichting ontstaan. Over het algemeen wordt dit gezien als de start van het modernisme. De mens verklaart zichzelf auto- noom. Startend met zichzelf gaat hij nu zelf, al waarnemend en redenerend, uitzoeken hoe de wereld en het bestaan in elkaar zit. Alles wat de mens, uitgaande van zijn eigen waarne- ming en redenering, niet redelijk (en overtuigend) vindt wordt afgewezen. Uit het christen- dom houdt men alleen over wat men, vanuit het eigen gesloten wereldbeeld gezien, voor mogelijk houdt. Al het bovennatuurlijke wordt verworpen. Een mechanisch wereldbeeld. (A.P. Geelhoed)

Monisme
Monisme [filosofie], een eenheidsleer, dwz. elk wijsgerig systeem dat in tegenstelling tot dualisme en pluralisme uiteindelijk één samenhang verlenend principe aanneemt ter ver- klaring van het geheel van de werkelijkheid. Soms worden wijsgerige onderzoeken naar één zinverlenend principe ook monistisch genoemd (Encarta 2002) Deze misleide aanhangers houden ermee op tegenstellend te denken, volgens these - an- tithese, door geen onderscheid meer te maken en verzoening te brengen (synthese) tussen tegenovergestelde categorieën van dingen, zoals het koninkrijk van God versus het ko- ninkrijk van Satan, waarheid versus leugen, enz. Zij geloven zonder voorbehoud aan ‘eenheid’ en bezien alles als onderdeel van een groter kosmisch geheel. Satans wereldre- gering en zijn alliantie van wereldgodsdiensten zullen voor deze mensen volkomen aan- vaardbaar zijn (J.S. Malan in ‘Zeven oorlogen’)

Monolithisch
Een ongedifferentieerd. In verband met de moderne cultuur: het geven van een geünifi- ceerde boodschap. In de grond zijn allen het eens.

Montanisme
Vroeg-christelijke religieuze beweging, veroorzaakt door Montanus, die ca. 156 in Klein-Azië in gezelschap van twee profetische vrouwen, Priscilla en Maximilla, optrad met een extatische en rigoristische prediking. Hij verkondigde dat weldra het nieuwe Jeruzalem en het duizendjarige rijk zouden aanbreken. Montanus meende dat in hem de H. Geest, de ‘Paracleet’, was gekomen. Het montanisme verbreidde zich tot in Rome en heeft zich, vnl. in Klein-Azië, weten te handhaven tot in de 6de eeuw. De invloedrijkste aanhanger ervan was Tertullianus (Encarta 2000).

Mystiek
Er zijn twee betekenissen: 1) Het streven om een rechtstreekse eenheid te vinden met de uiterste werkelijkheid van ‘het goddelijke’. Dit geschiedt door middel van een onmiddellijk aanvoelen, inzicht of een ogenblikkelijke verlichting. 2) Een vage speculatie zonder basis.

Naturalisme
In de filosofie: de leer dat er niets kenbaar is of bestaat boven de natuur of het zijnde; leer waarin het bestaan van God wordt ontkend en al het bestaande uit natuurlijke oorza- ken wordt verklaard. (Van Dale)

Neo-orthodoxie
Moderne theologie die de dialectiek van Hegel en Kierkegaards sprong in het christelijk geloof heeft toegepast.

New Age
Het volgens een aantal holistisch georiënteerde groepen onlangs aangebroken tijdperk van Aquarius, waarin het begrip heelheid centraal staat (Van Dale). “New Age is de naam die wordt gegeven aan een scala van moderne vormen van spiritualiteit, religie en magie, die zich richten op de ontplooiing van een gesacraliseerd zelf”. (www.pscw.uva.nl/gm-courses)

Nicolaïeten (Openb. 2)
De naam betekent “overwinnaars van het volk (of de leken)” en we kunnen dit daarom verstaan als mensen die wilden heersen over het volk van God, alsof zij apostelen waren (zie 2:2). Als de hoogste liefde tot de Heer ontbreekt, kan men niet voorkomen dat het kwaad van de menselijke hiërarchie ingang vindt (vgl. Hand 20:29; 3Jh 9; 1Pt 5:3). Meer algemeen denkt men dat de Nicolaïten een sekte vormden, een soort vrijzinnigen, die Bileam volgden (Op 2:14v) en die in strijd met het apostelconvent (Hd 15) leerden dat christenen vrij waren afgodenoffers te eten. Vooral in Thyatira stond hun leer in het mid- delpunt (2:20v). Evenals het Bileam gelukte de Israëlieten te verleiden tot het eten van offervlees en tot ontucht (Nm 31:16; 25:1-5) gaven de Nicolaïten klaarblijkelijk dezelfde raad om daarin de christelijke vrijheid te nemen. Het is merkwaardig dat in Thyatira later het Montanisme (2de eeuw) zich verbreid heeft. (Zie o.a. Enc. v.h. O. en N.T., Bosch & Keuning n.v. Baarn).

Nihilisme
Een ontkenning van elke bestaansgrond van een objectieve waarheid. Een geloof dat het leven eigenlijk zonder zin of doel is. Dit leidt bij deze mensen vaak tot een vernieti- gingsdrang t.o.v. zichzelf of van de maatschappij.

Occultisme
(v. Lat. occultus = verborgen, geheim), verzamelnaam voor de leerstellingen en praktij- ken van bepaalde personen of groepen die beweren over een geheime, hun adepten of ingewijden alleen toegankelijke leer of wetenschap te kunnen beschikken. Dit occultisme vertoonde zich in de oudheid bijv. in de mysteriën met hun inwijdingen en geheime leer. In de middeleeuwen maakten de kabbalisten en alchemisten aanspraak op het bezit van een dergelijke geheime wetenschap, waarvan de praktische toepassing tot bijzondere prestaties in staat zou stellen. Modernere vormen van occultisme vindt men in de theoso- fie, de antroposofie, de astrologie, het spiritisme en bij de Rozekruisers. (Encarta 2002).

Panentheïsme
Van het Gr. pan (geheel) + Gr. en (in) + Gr. theos (god). De filosofische opvatting dat God de eenheid is van al wat is, zonder dat God ondergaat in het Al, of het Al opgaat in God. (Van Dale).

Pantheïsme
De leer dat God en de natuur één zijn. Het heelal is eerder een uitbreiding van Gods es- sentie dan een zelfstandige schepping. Wijsgerige leer dat de wereld (de stof) en God identiek zijn, dat God het leven van het heelal zelf is. (Van Dale).

Pluralisme
Samenwerking van verschillende beginselen naast elkaar

Postmodernisme
Postmodernisme wil zeggen: datgene wat na het modernisme komt. Zowel het vertrou- wen in de objectieve waarneming als in de algemeen geldigheid van het menselijk oor- deels - redeneervermogen heeft de postmoderne mens verloren. Alle waarneming is “the- oriebeladen”. Daar wordt mee bedoeld dat ieder naar de werkelijkheid kijkt vanuit de eigen levenservaring en levensbeschouwing. De waarneming is niet objectief maar theo- riebeladen. Er is dan geen objectieve kennis mogelijk. Niemand kan meer zeggen “zo is het, zo moet het”. Het modernisme wordt verachtelijk als “funderingsdenken” van de hand gewezen. De Bijbel zegt echter: “Dit vooral moet gij weten dat geen profetie der Schrift eigenmachtige uitlegging toelaat” - 2 Petrus 2:20. (A.P. Geelhoed)

Pragmatisme
Een vorm van denken waarbij de praktische consequenties de enige toetssteen vormen van een theorie.

Pre-Millennialisme
Het geloof in de nog toekomstige 1000-jarige regering van Christus, genoemd in Open- baring 20, en dat deze volgt op Christus’ wederkomst, en dat de kerk dan in de hemel en Israël het middelpunt op aarde zal zijn. Dit verschilt van A-millennialisme of Post- Millennialisme.

Pre-Tribulationalisme
Het geloof dat de opname zal plaatsvinden vóór het begin van de 7-jarige verdrukking. Dit verschilt van Mid-Tribulationisme en Post-Tribulationisme.

Rationalisme
Zie humanisme. De menselijke rede is het centrum van alle werkelijkheid en de oor- sprong der waarheid.

Rationeel
Alles wat verband houdt met of gebaseerd is op de gave van de mens om consequent te kunnen redeneren.

Reiki
Spirituele energie die gekanaliseerd wordt door iemand die afgestemd is op Reikikracht. letterlijk vertaald: God-energie.

Réveil
De godsdienstige opwekking, herleving in de 19 Naam van een opwekkingsbeweging binnen het protestantisme in de eerste helft van de 19de eeuw, die ca. 1810 te Genève ontstond. De beweging stelde zich dogmatisch op orthodox-reformatorisch standpunt, maar legde de nadruk op persoonlijke vroomheid en broederlijke liefde (Encarta 2002).

Romantiek
Een levensvisie die geen basis in de werkelijkheid heeft en die een voortbrengsel is van een overdreven optimisme. De term wordt hier niet zozeer gebruikt voor een historische stroming, maar meer voor een levenshouding die ongefundeerd optimistisch is.

Scholastiek
Combinatie van wijsbegeerte en godsgeleerdheid die aan de hogescholen van de middel- eeuwen onderwezen werd (vooral aansluitend bij Aristoteles). (Van Dale). Scholastiek is het vermengen van bijbelse gegevens met allerlei buitenbijbelse filosofische gedachten. (A.P. Geelhoed). De scholastiek is een aanduiding voor de inhoud en de methode van het middeleeuwse den- ken. In de scholastiek wordt een poging gedaan de geloofswaarheden uit de theologie, die in het middeleeuwse denken een belangrijke rol vervulden, te verzoenen met de filosofische waarheden die de middeleeuwse denkers ontleenden aan de filosofen uit de Griekse oudheid (m.n. Plato en Aristoteles). Hierbij ging het om een verzoening van geloof en rede. De scholastiek heeft een bepaalde methode om met gezaghebbende teksten om te gaan. Deze bestaat uit drie fasen: lectio (lezing), quaestio (vraagstelling) en disputatio (discussie). (En- carta 2002)

Sciëntisme
De Verlichting wordt gekenmerkt door sciëntisme. In het algemeen wordt onder sciëntisme verstaan de wijsgerige visie die van de beoefening der (positivistisch opgevatte) wetenschap de oplossing van alle problemen en alle mysteries verwacht. Het is de overtuiging dat de wetenschap, met haar gebruik van de wetenschappelijk methode, een verklaring voor al wat is kan geven. En de overtuiging dat de opinies-bevindingen van de wetenschap beslissend zijn. De wetenschap als hoogste autoriteit. (A.P. Geelhoed)

Semantiek
1) Wetenschap die de ontwikkeling van de betekenis en het gebruik van woorden en taal bestudeert. 2) Het gebruik maken van de connotaties en dubbelzinnigheden van een woord. Leer van de betekenis van de woorden en woordgroepen (Van Dale).

Sjamaan
Toverpriester bij Siberische volksstammen (Van Dale). “Sjamanen komen oorpronkelijk uit Siberie; het woord in de Toengoezen-taal, staat voor iemand die een toestand van spi- riruele opwinding gebruikt om binnen te treden in gewoonlijk niet-waarneembare reali- teiten van de spirituele wereld en daar hulp te vragen voor hem-haar of derden ... Een sjamaan is een man of vrouw die bewust een nieuw bewijstzijnsniveau of parallelle we- reld kan betreden. In deze “werelden” worden ze bijgestaan door natuurgeesten en per- soonlijk helpers of krachtdieren. Deze reizen naar de wereld ‘naast, boven, onder en tus- sen’ ons hebben steeds een doel. Meestal werkt men ‘s nachts of in het donker met de ogen gesloten en daalt af naar dat niveau onder constant gedrum. Ritme en herhaling zorgen ervoor dat men in een soort trance komt. Het drummen, ratelen en dansen zijn sjamanistische technieken die men onder de knie moet hebben. De drum slaat zo’n 220 tellen per minuut, daarom vergelijkt men deze sacrale muziek met house en techno; de sjamanen van vandaag ...” (http://skriebels.tripod.com/spiritualiteit).

Sjamanisme
De aanduiding voor een complex van geloofsopvattingen en handelingen rond een sja- maan: een man (soms een vrouw) die in staat is in contact te treden met geesten en die zulks meestal doet om zieken te genezen (de tovenaar of medicijnman van een stam). Sjamanen komen bij zeer veel volken voor, bijv. in Afrika, Oceanië en Indonesië, maar het verschijnsel is het best bekend van de Eskimo’s en Lappen. (Encarta 2002).

Sofisme
Spitsvondige, maar geen steekhoudende redenering, syn. drogreden.

Sofist
Sofisten zijn oorspronkelijk de in Griekenland in de 5e eeuw-optredende filosofen die tegen betaling lessen gaven; later krijgt het woord de betekenis van ‘spitsvondige bet- weter’ (‘Lof der Zotheid’-Noten)

Surrealisme
Een kunstvorm die onmogelijke en fantastische dingen uitbeeldt door middel van onna- tuurlijke juxtaposities en combinaties van feiten en gegevens vanuit het onderbewustzijn.