Kopie van `Bio-ABChemie`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Bio-ABChemie
Categorie: Chemie, chemische- en kernindustrie > Biochemie
Datum & Land: 07/10/2007, NL
Woorden: 22


aminozuur
Aminozuren, in de regel witte vaste stoffen, zijn verbindingen met een aminogroep (-NH2) en een carbonzuurgroep (O=C-OH / -COOH). Bij deze aminozuren zit de aminogroep altijd aan het koolstofatoom naast de carbonzuurgroep (alfa-aminozuren). Aminozuren worden gevormd bij de volledige hydrolyse van eiwitten. Je kunt deze aminozuren (20 in getal) dus als de bouwstenen van eiwitten beschouwen. Bij het vermelden van een reeks aminozuren gebruik je vaak de afgekorte naam, bijvoorbeeld Gly voor glycine (amino-ethaanzuur). Soms is er zelfs een één lettersymbool. Zie ook Binas 67C

amylose
zie zetmeel

amylum
zie zetmeel

cellulose
Cellulose (ook wel: celstof) is een witte vaste stof. Het is een polysacharide (zie koolhydraat) met de formule (C6H10O5)n. Hierbij is n een heel groot getal. Cellulose is de bouwstof van de celwanden van planten en van materialen van plantaardige oorsprong. Cellulose wordt daarom ook wel celstof genoemd. Watten zijn opgebouwd uit zuivere cellulose. Papier, natuurlijk textiel en hout zijn voor een groot deel opgebouwd uit cellulose. De hydrolysevan cellulose levert, evenals de hydrolyse van zetmeel, uiteindelijk glucoseop. Cellulose verschilt van zetmeel in de manier waarop de glucosegroepen gekoppeld zijn.

celstof
zie cellulose

DNA
DNA (de(s)oxyribosenucleïnezuur) is een stof die essentieel is voor het leven. DNA is opgebouwd uit twee strengen. Elke streng bestaat uit desoxyribose-ringen die door fosfaatgroepen aan elkaar gekoppeld zijn. Aan een desoxyribosering is een nucleïnebase (een ringvormige stikstofverbinding) gebonden. Men geeft deze stikstofbasen voor het gemak met een hoofdletter aan, zoals A(denine), G(uanine), C(ytosine) en T(hymine). Een base van een DNA-streng combineert met slechts één base van een tegenoverliggende streng. Zo bindt G uitsluitend met C en A met T. Het geheel neemt een spiraalvorm aan, de zogenaamde DNA dubbelhelix.

essentiële aminozuren
Essentiële aminozuren zijn de acht aminozuren die niet door de mens gemaakt kunnen worden. Zij moeten dus in de voeding aanwezig zijn.

ester
Een ester is een verbinding die bij koppeling van qeen alcohol en een zuur ontstaat. Puur organische Esters zijn verbindingen met de karakteristieke groepfotosynthese De fotosynthese (ook wel: koolstofassimilatie) is één van de belangrijkste reacties op aarde. Bij de fotosynthese wordt in de groene plant glucose gemaakt uit de eenvoudige stoffen koolstofdioxide en water. Dit proces vindt plaats onder invloed zonlicht en chlorofyl. De reactievergelijking van de fotosynthese luidt: 6 CO2 + 6 H2O ---> C6H12O6 + 6 O2 De gevormde glucose wordt door de plant in een ander koolhydraat omgezet en opgeslagen. Merk op dat de omgekeerde reactie van de fotosynthese de verbranding van glucose is. Zie ook Binas 69.

gist
C6H12O6 ----> 2 C2H6O + 2 CO2 De vergisting speelt een hoofdrol in de alcoholische drankenindustrie, zoals bij de bier- en wijnbereiding.

hydrolyse
Als een stof door een reactie met water gesplitst wordt in één of meer andere stoffen spreek je van hydrolyse. De ontstane stoffen bestaan dus opgebouwd uit kleinere moleculen. Belangrijk is de hydrolyse van eiwitten, van di- en polysachariden (zie koolhydraten) en van vetten. Hydrolyse van eiwitten geeft uiteindelijk aminozuren. Hydrolyse van di- en polysachariden geeft uiteindelijk monosachariden. Hydrolyse van vetten geeft glycerol en vetzuren. In levende organismen vindt hydrolyse in de regel onder invloed van enzymen plaats.

joodwater
Reagens op zetmeel, waarbij de geelbruine kleur van het joodwater verandert in blauwzwart.

nucleïnebase
zie DNA

nucleïnezuur
zie DNA en RNA

nucleotide
Bouwsteen in DNA en RNA. Elk nucleotide is opgebouwd uit suikergroep, fosfaatgroep en een van vier stikstofbasen.

olie
Oliën, althans de eetbare oliën, zijn esters die bij hydrolyse het alcohol glycerol en vetzuur geven. Bij oliën is dit vetzuur een onverzadigde verbinding. In het algemeen zijn oliën gezonder dan vetten. Door katalytische additie van waterstof (hydrering) aan oliën ontstaan vetten. Men noemt dit proces vetharding, in de regel is een olie namelijk vloeibaar en een vet vast.

RNA
De opbouw van RNA (ribonucleïnezuur), is te vergelijken met die van DNA. Er zijn enige verschillen tussen de structuren van DNA en RNA. In RNA is de suikergroep ribose en niet desoxyribose. Verder bevat RNA de stikstofbase uracil in plaats van thymine. Tenslotte bestaat RNA slechts uit één enkele streng. Zie verder eiwitsynthese. Zie ook Binas 70F.

secundaire structuur
zie eiwit

substraat
Stof die tijdens een enzymatische reactie wordt omgezet. Zie verder sleutel-slot-hypothese.

sucrose
zie sacharose

suiker
zie koolhydraat

voedsel, verteren van
het verteren van voedsel in het lichaam is een ingewikkeld proces dat hier niet uitgebreid behandeld kan worden. Hydrolyse in zuur milieu van eiwit, koolhydraat en vet speelt daarbij een belangrijke rol.

zetmeel
Zetmeel (ook wel: amylose of amylum) is een witte vaste stof. Voedingsmiddelen als aardappelen, rijst en pasta bestaan voor een groot deel uit zetmeel. Het is een polysacharide (zie koolhydraten) met de formule (C6H10O5)n. Hierbij is n een heel groot getal. De hydrolyse van zetmeel levert, evenals de hydrolyse van cellulose, uiteindelijk glucose op. Zetmeel verschilt van cellulose in de manier waarop de glucosegroepen gekoppeld zijn. Zeer kleine hoeveelheden zetmeel kun je al aantonen met joodwater. Joodwater bij zetmeel geeft een donkere verkleuring, variërend van donkerbruin, donkerblauw tot zwart. Zie ook Binas 67A3.