Kopie van `Onderdelen van de fiets`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Onderdelen van de fiets
Categorie: Transport en verkeer > de fiets
Datum & Land: 06/01/2011, NL
Woorden: 173


Achterderailleur
[Onderdelen van een fiets] Heeft twee functies, het gecontroleerd over de kransjes schakelen van de ketting, en het opnemen van het lengteverschil dat daarbij ontstaat. Voor een randonneurverzet komen vanwege dat laatste aspect alleen derailleurs in aanmerking met een lange kooi.

Achternaaf
[Onderdelen van een fiets] Practisch alle naven tegenwoordig zijn laagflens cassettenaven, maar op randonneurs kom je nog wel (hoogflens) naven voor een schroefkrans tegen (bv Maxicar). De meeste klassieke naven voor een afschroefbaar freewheel zijn te zwak voor toergebruik. Zeker met de brede 7v en 8v pignons buigen de assen door. Bij de meeste cassettenaven wordt de as beter gesteund, waardoor de betrouwbaarheid drastisch is toegenomen. Asbreedte bij racefietsen is 130 mm, atb's zijn 135, en tandems gaan nog verder.

Ahead set
[Onderdelen van een fiets] Balhoofdstelconstructie waarbij de schroefdraad op de binnenbalhoofdbuis is vervallen. De lagerspeling wordt afgesteld door de stuurvoorbouw (die op de bbhb zit geklemd) iets te verschuiven. Voordeel is een snelle montage en afstellen met alleen een inbussleuteltje, maar het nadeel is dat de stuurpen niet eenvoudig hoger of lager kan worden gesteld.

Alloy
[Onderdelen van een fiets] Alliage, ie legering, bijvoorbeeld op basis van staal! Technische metalen worden practisch altijd als legering toegepast, de legeringselementen (zoals koolstof, chroom, vanadium etc) verbeteren namelijk de sterkte-eigenschappen

Aluminium (Surinaams eiken)
[Onderdelen van een fiets] In vergelijking met het zelfde volume staal is aluminium 3x lichter en 3x elastischer. Stijve aluminium frames deuken vaak makkelijk omdat de wanddikte-buisdiameterverhouding klein is (vergelijk een bierblikje) Om voldoende treksterkte te krijgen, krijgen aluminium frames na het lassen vaak een warmtebehandeling of wordt er koud gelijmd ipv gelast. Onderweg lassen is er dus niet meer bij, en de levensduur van hoogbelaste aluminium onderdelen is in principe begrensd. Voor wilde tochten is een stalen frame daarom verstandiger.

Aluminium Alloy
[Onderdelen van een fiets] Legering op basis van aluminium.

Antidive
[Onderdelen van een fiets] Constructie waardoor het duiken in de voorvering bij het remmen -vaak gedeeltelijk- wordt tegengegaan. Bij telescopen nauwelijks toe te passen, bij geschoven swingarmen vrij algemeen. (zie ook lock-out)

Antisquat
[Onderdelen van een fiets] Constructie waardoor het inveren van de fiets bij accelereren wordt tegengewerkt. Kan worden gebruikt om de fiets vlak te houden bij het rijden uit het zadel. Bij achtervering het eenvoudigst te bereiken door een swingarm met een hoogliggend (boven de kettinglijn) draaipunt.

Auto ventiel
[Onderdelen van een fiets] Ook Schraederventiel. Kom je veel tegen bij ATB's. Handig oppompen bij de benzinepomp, niet zo handig met een fietspomp, en het gat door de velg is groter dan bij het alternatief (frans ventiel)

Bakfiets
[Onderdelen van een fiets] Fiets met een bak voor het stuur.

Balhoofdstel
[Onderdelen van een fiets] Lagering van de voorvork in het frame. Zeker bij kleine frames heeft deze lagering het fors te verduren. Bij grote frames staan de lagers verder uit elkaar, maar dan nog vormen vuil, de beperkte draaiing en de vele klappen een probleem. Veel balhoofdstellen zijn tegenwoordig uitgerust met naaldlagers. Deze draaien minder soepel dan een nieuw-, maar wel veel beter dan een ingeslagen balhoofdstel met kogellagers. Er is een trend naar balhoofdstellen met dure dunring hoekcontact kogellagers met afdichting (cartridge).

Bandenmaat
[Onderdelen van een fiets] Er zijn nog steeds een aantal maataanduidingen in gebruik. De oudste systemen baseren zich op de buitendiameter van de originele band. Op de daarbij horende velg passen echter ook banden met een kleinere diameter zodat we nu de zotte situatie hebben dat een 27" velg groter is dan een 28". Uit Frankrijk komt nog een andere klassificatie, die we hier voornamelijk als 700 C kennen. Er zijn nu ook mountainbikes met een 622-28"-700c velg: die heet opeens 29"! Zie ETRTO voor een wel handige indeling.

Bar-end commandeur
[Onderdelen van een fiets] Zie crosscommandeur.

Bar-ends
[Onderdelen van een fiets] Verstelbare hoorntjes voor aan het uiteinde van het ATB stuur. Geven meer mogelijkheden om je zit te varieren. Er zijn heel veel verschillende typen, en de keuze is dan ook heel persoonlijk.

Belastingplaatje
[Onderdelen van een fiets] Van 1895 tot 1941 moest men in Nederland om te mogen fietsen belasting betalen. Daarvoor moest men vanaf 1924 een belastingplaatje kopen.

Bidon
[Onderdelen van een fiets] Plastic drinkbus, passend in de bidonhouder. normale maat is 0,5 of 0,75 liter, maar er zijn ook thermobidons, bidonhouders voor 1.5 liter flessen en aluminium varianten. Schimmelculturen kun je te lijf gaan met een Steradent tablet, maar een grote deksel en goed en vaak omspoelen is handiger. ATB bidons zijn voorzien van een deksel over de tuit, zodat je niet voor iedere slok eerst een hap modder hoeft te nemen.

Bidonnok
[Onderdelen van een fiets] Twee M5 schoefdraadbussen in het frame waarmee je van alles aan je frame kunt schroeven, varierend van batterijverlichting, gereedschap, fietspompjes tot -inderdaad- bidonhouders. Het derde paar bidonnokken onder aan de onderbuis is traditioneel gereserveerd voor de benzinefles. Een drinkbidon wordt daar gauw vies, terwijl een stinkende benzinefles in de tas ....

Binnenbalhoofdbuis
[Onderdelen van een fiets] De diameter van de binnenbalhoofdbuis bepaalt de maat van het balhoofdstel en de stuurpen. Standaard is 1" uitwendig, maar 1 1-8" en 1 1-4" komen ook voor. In een standaard binnenbalhoofdbuis past een stuurpen met een dia van 7-8", in de volgende oversize een stuurpen van 1": dit is dus een bron van verwarring! Normaal heeft een binnenbalhoofdbuis over ca 5 cm schroefdraad, de stuurpen moet dan zo diep in de buis worden gestoken dat de expander nog onder de verzwakking van het draadgedeelte zit.

Binnenband
[Onderdelen van een fiets] Belangrijk bij een binnenband is de goede maat en het type ventiel. Let er op dat de breedtemaat overeenkomt met die van de buitenband. Als op de band maximaal 25 mm staat, wordt die in een 32 mm buitenband te ver opgerekt en vraag je om lekke banden. Binnenbanden worden gemaakt uit zwart rubber (die lopen het langzaamst leeg), latex (dagelijks oppompen) en wildgekleurde high-tech mengsel. In sommige streken zie je extra dikke varianten (Thornproof, Downhill), op de gewone weg voldoet een lichte dunne ook prima.

Binnenkabel
[Onderdelen van een fiets] Flexibel gevlochten staalkabel vervaardigd uit gegalvaniseerd of duurder en beter roestvast staal. Aan een einde zit een verdikking, voor derailleurkabels is dat altijd een klein cilindertje, bij remkabels maken we onderscheid tussen peertje (race) en tonnetje (ATB) Het andere uiteinde is bij nieuwe kabels vaak aangepunt, knip dit pas op lengte af als je alles naar tevredenheid hebt gemonteerd. Bescherm het uiteinde tegen rafelen met een kabelloodje, of desnoods een spaaknippel die je op de kabel klemt.

Blad
[Onderdelen van een fiets] Voorblad, kettingwiel. De meeste derailleur-vakantiefietsen hebben er drie. Op de betere crankstellen zijn deze bladen vervangbaar, maar pas op want er zijn veel verschillende boutcirkels. Een klein binnenblad (22-28 tands) is op een vakantiefiets nuttiger dan een groot buitenblad.

Bloccage
[Onderdelen van een fiets] Andere naam voor de snelspanner voor de uitvalas.

Bovenbuis
[Onderdelen van een fiets] De -ongeveer- horizontaal lopende buis in de hoofdframedriehoek. Loopt ook wel eens niet horizontaal om esthetische redenen, of om een lager frame te kunnen realiseren. In sommige niet aan te raden frames wordt de remkabel door de bovenbuis geleid. Als de remkabel niet vastroest, loop je nog altijd de kans dat de buis op deze verzwakking (gaten!) gaat scheuren. Ben je gewend om dwars op de bovenbuis te zitten, dan is een niet-horizontale bovenbuis niet fijn.

Bowdenkabel
[Onderdelen van een fiets] Een dicht gewonden schroefveer met een flexible trekkabel door het midden. De buitenmantel is buigzaam, maar de lengte van de kabel verandert bij het in een bocht leggen maar weinig. Wordt gebruikt als remkabel, of bij derailleurs als de lengteverandering niet kritisch is. (zie ook indexkabel)

Bracket
[Onderdelen van een fiets] Hart van de fiets. Het knooppunt van onder-, zitbuis en achtervorken, met daarin de bracketas

Bracketas
[Onderdelen van een fiets] Trap-as, lagering van het crankstel. Conventionele trapassen met losse cups kunnen uit elkaar, cartridgeassen zijn doorgaans niet te repareren, maar gaan ook niet plotseling kapot. Standaard is een as met taps toelopende, vierkante uiteinden. Er is een Japanse (JIS) en een Europese norm voor het vierkant, hoewel de verschillen klein zijn. Aslengte varieert, afhankelijk van het frame en de cranks. Nieuw zijn assen met splines, Shimano heeft al twee soorten, en nu is er ook nog de niet gepatenteerde ISIS voor de rest.

BSC
[Onderdelen van een fiets] British standaard cycle schroefdraad, in de wandeling ook wel BSA draad genoemd. Een van de meest voorkomende standaarden voor oa de schroefdraad van bracketcups.

Buitenbalhoofdbuis
[Onderdelen van een fiets] De framebuis met het merkschildje. De uiteinden worden vlak, in lijn en op maat gefreesd zodat de balhoofdcups met een klempassing gemonteerd kunnen worden. Standaard is een buitendiameter van ca 32mm ( de binnenmaat is dan ongeveer 30) maar er zijn ook een paar oversize maten, voornamelijk bedoeld voor ATB's en tandems. Daar hoort dan ook een oversize balhoofdstel, binnenbalhoofdbuis en oversize stuurpen bij. Tegenwoordig in opkomst: balhoofdbuizen waar de balhoofdlagers direkt inpassen (hiddenset)

Buitenband
[Onderdelen van een fiets] Zie draadband.

Buitenkabel
[Onderdelen van een fiets] Zie bowdenkabel, indexkabel.

Butted Verdikt.
[Onderdelen van een fiets] Term om aan te geven dat een onderdeel (spaak, buis) een aan de belasting aangepast (wand)dikteverloop heeft. Zie ook dubbel- en triplebutted

Cantilever rem
[Onderdelen van een fiets] Velgrem, waarbij de remarmen zijn gemonteerd op draaipunten die op het frame zijn gesoldeerd. De draaipunten liggen onder de velg (25 mm lager) en de remhelften zijn doorgaans met een V-kabel verbonden. Door aan de V-kabel te trekken worden beide remhelften gelijkmatig naar de velg gedraaid. Er zijn veel uitvoeringsvormen, varierend van conventioneel tot low-profile tot V-brake. Dit is ook de volgorde van aflopende geschiktheid als je deze remmen met racegrepen wilt combineren

Carbon
[Onderdelen van een fiets] Aanduiding voor een koolstofvezel-epoxy matrix. Leuk voor lichtgewicht constructies, maar het in de constructie inleiden van puntlasten is moeilijk, en het bezwijkgedrag is nogal plotseling. Niet aan te bevelen voor vakantiefietsen.

Cardan-aandrijving
[Onderdelen van een fiets] Gesloten systeem zonder ketting, veilig en vrijwel onderhoudsvrij.

Cartridge
[Onderdelen van een fiets] Modulaire samenstelling. Zo zijn er cartridge remblokken (vervangbare rubbers in een vaste houder) en cartridge lagers (samenstelling van lagerschalen en kogels)

Cassette
[Onderdelen van een fiets] Samenstelling van 6 tot 10 kransjes die op een cassettenaaf kunnen worden geschoven.

Cassettenaaf
[Onderdelen van een fiets] Achternaaf met een geintegreerd freewheel. De cassettekransjes zijn redelijk simpel te verwijderen, zeker als je het vergelijkt met de moeite die het kost om een gewoon pignon los te schroeven. Dit is handig bij spaakbreuk onderweg. De achterassen zijn doorgaans beter ondersteund of dikker en leveren daardoor ook minder problemen op.

Centerpull
[Onderdelen van een fiets] Bijna uitgestorven velgrem, nauw verwant aan de cantilever. Bij deze rem liggen de draaipunten van de remarmen boven de velg, en de meeste uitvoeringen worden met een centrale bout aan het frame geschroefd. Op racefietsen verdrongen door verbeteringen aan de makkelijker te monteren zijtrekremmen, en voor de ATB telt dat de ruimte voor hele dikke banden beperkt is.

Chroommolybdeen
[Onderdelen van een fiets] Zie 25cromo4.

Columbus
[Onderdelen van een fiets] Fabrikant van framebuizen. Biedt een breed scala van afmetingen en materiaalkwaliteiten aan, varierend van betaalbaar staal tot aluminium tot onbetaalbaar titanium. Voor vakantiefietsen komt staal in aanmerking: 25cromo4, cyclex (iets sterker) of niva- en thermacrom (de topkwaliteit).

Commandeur
[Onderdelen van een fiets] Handeltje voor de derailleurbediening, klassieke positie is op de onderbuis. Licht, goedkoop en betrouwbaar, maar niet zo handig te bereiken in een steile klim.

Compact frame
[Onderdelen van een fiets] Zie Sloping frame.

Crank
[Onderdelen van een fiets] De 'hefboom' tussen pedaal en trapas. Standaard lengte is 170 mm, maar beter is een keuze afhankelijk van beenlengte en gebruik.

Crankstel
[Onderdelen van een fiets] Combinatie van cranks, trapas en voorbladen. De meeste cranks zijn tegenwoordig uit aluminium, en worden met een vierkant gat op een taps toelopende trapas geklemd. Dank zij de grammenjacht zijn er nu ook trapassen met andere dan deze standaard bevestiging. De op het crankstel gemonteerde bladen (meestal twee of drie) zijn in veel gevallen te vervangen. Wel is er weer een grote variatie in boutcirkeldiameter en het aantal boutjes.

Crosscommandeur
[Onderdelen van een fiets] Derailleurcommandeur die in het stuuruiteinde bevestigd wordt. Op een randonneur een m.i.ergonomischer oplossing dan STI-Ergopower, omdat de voorderailleurbediening minder kracht kost en zekerder schakelt. Enige nadeel: bij klimmen kun je met je knieen schakelen. Een valpartij overleven ze meestal goed, en je kunt ze ook in de frictiestand gebruiken.

Dempkarakteristiek
[Onderdelen van een fiets] De eigenschappen van een schokdemper worden meestal in een diagram weergegeven. Op de ene as staat de dempkracht weergegeven, op de andere as de amplitude. Bij de karakteristiek hoort een toerental te worden vermeld. De uitgaande slag is doorgaans iets minder gedempt dan de ingaande. De demping op de in- en uitgaande slag kunnen echter niet teveel verschillen. Stel je hebt een aantal hobbels achter elkaar: als de vering weinig demping in, maar veel demping uit heeft, zal de vering tussen twee hobbels in niet helemaal terug komen. De fiets komt steeds lager te liggen en na een paar hobbels is de veerweg op. De waarde van verstelbare schokdempers is dan ook beperkt: meestal is alleen de uitgaande slag verstelbaar. Wrijvingsdempers hebben meestal een (afgezien van de hysterese) symmetrische karakteristiek

Doortrapper
[Onderdelen van een fiets] Fiets zonder rem. De trappers draaien door zolang de wielen draaien.

Double butted
[Onderdelen van een fiets] De knooppunten in een frame worden het zwaarst belast, terwijl het materiaal door de verhitting bij het solderen meestal niet sterker wordt. Je zou dus in het midden de buis straffeloos dunner kunnen maken. Een double butted buis doet precies dat, de wanddikte aan de uiteinden is een paar tiende millimeter dikker. Zadelbuizen zijn vaak single butted (alleen onder dik) maar je komt ook ingewikkelder buizen tegen met heel veel wanddikte variatie. Een frame uit butted buis is vaak lichter en zal wat beter met trillingen overweg kunnen.

Draadband
[Onderdelen van een fiets] Band opgebouwd uit een karkas met hieldraden. De hieldraden zijn hoepels uit staaldraad, waardoor zo'n band lastig is op te vouwen. Er zijn ook vouwbanden.

Draadvelg
[Onderdelen van een fiets] Velg voor draadbanden, ter onderscheiding van tubevelg, waar de band (tube) op gelijmd wordt. Uitvoeringen met een doos-profiel zijn te prefereren boven de minder stijve en simpeler U-profielen

Dual-pivot
[Onderdelen van een fiets] Variatie op de zijtrekrem waarbij beide remarmen om een eigen scharnier draaien. Geometrie is vaak zodanig dat de bedienningskracht lager is

Dunlop ventiel
[Onderdelen van een fiets] Het klassieke ventiel met het poreuze slangetje, of zonder, als je je fiets op school had geparkeerd.

Dynamo
[Onderdelen van een fiets] Stroombron die d.m.v. draaien op de voorband energie opwekt voor de verlichting.

Eigenfrequentie
[Onderdelen van een fiets] De frequentie waarbij een massa-veersysteem in heftige trilling komt. Bekend als het trucje waarbij een glas kapot wordt gezongen. Door het aanbrengen van demping (volschenken!) kan dit effect onderdrukt worden. Voor mensen belangrijke eigenfrequenties zijn 3-6 Hz (ingewanden), 20-30 Hz (hoofd-nek-schouder) en < 1Hz (wagenziekte).

Energiedissipatie
[Onderdelen van een fiets] Omzetting van beweging in warmte. Als vering veel energie kost, zouden de dempers dus warm moeten worden. Zelfs op de proefstand nauwelijks te constateren.

Ergopower
[Onderdelen van een fiets] Campagnolo aanduiding voor gecombineerde rem-schakelgrepen. Was ook leverbaar onder het label Sachs, maar dan compatibel met Shimano. Prima bruikbaar op een randonneur, maar als je veel met de voorderailleur schakelt zijn crosscommandeurs beter.

ETRTO
[Onderdelen van een fiets] European tyre and rim technical organisation, gestandariseerde aanduiding voor de bandemaat. 32-406 is een 32 mm brede band met een hieldraaddiameter van 406 mm. Dat is handiger dan vragen om een 20" band, want als je pech hebt moet je die 4 keer ruilen voor je de 20" band hebt die om jouw velg past. (20"; 406, 419, 440, 451, 438)

Filletbrazing
[Onderdelen van een fiets] Zie lugloos.

Float
[Onderdelen van een fiets] Een pedaalsysteem heeft float als de schoen kan draaien ten opzichte van het pedaalvlak. Maakt het afstellen van de plaatjes minder kritisch. Kan knieklachten voorkomen als je van nature met je voeten draait bij het trappen. Vaak kun je kiezen uit schoenplaatjes met en zonder float.

Frame
[Onderdelen van een fiets] In zijn klassieke diamantvorm een samenstelling van 11 buizen. De belangrijkste aan een frame te stellen eisen zijn pasvorm en stijfheid. Op een te groot of te klein frame kun je niet lekker zitten, en een te slap frame is een voortdurend gevecht.

Frans ventiel
[Onderdelen van een fiets] Raceventiel met borgmoertje. Heeft weinig weerstand als je het moertje losdraait en eerst even iets lucht laat ontsnappen.

Freehub
[Onderdelen van een fiets] Het gedeelte van een cassettenaaf waar het freewheel in zit en waar de cassette op wordt gestoken. Is meestal vervangbaar.

Freewheel
[Onderdelen van een fiets] Samenstelling van meestal 7 of 8 (20 jaar geleden was 5 al veel) kransjes op een vrijloop. Ook in indexuitvoeringen leverbaar. Wordt op de naaf geschroefd, en moet met een passende freewheelafnemer weer losgedraaid worden om bijvoorbeeld een spaak te vervangen. De kransjes zijn met moeite los leverbaar. Verliest steeds meer terrein aan de cassettenaaf

Gripshift
[Onderdelen van een fiets] Draaigreepschakelaars voor de derailleurs, passend op een vlak stuur. Zijn goedkoper en veel simpeler en robuuster van opbouw dan Shimano Rapidfire drukknoppen. Zijn ergonomisch ook duidelijk anders, veel fietsers hebben een duidelijke voorkeur voor een van beide systemen.

Handvat
[Onderdelen van een fiets] Handgreep op het stuur. Vroeger van hout, tegenwoordig van plastic.

Hieldraad
[Onderdelen van een fiets] Het karkas van de draadband is bevestigd aan de twee hoepelvormige hieldraden. De hieldraden zitten zijdelings opgesloten in het velgbed, zodat de binnenband ook bij hoge druk in de band blijft. Hieldraden zijn of van staaldraad, of van soepel Kevlar. Banden met een Kevlar hieldraad kun je oprollen (vouwband) . Niet te verwarren met banden met een kevlar weefsel onder het loopvlak, dat dient om de lekbestendigheid te verhogen

Hoogflens
[Onderdelen van een fiets] Naafflens diameter van 60-90 mm. Geeft in een aangedreven wiel theoretisch een iets kleinere spaakspanningvariatie door de grotere momentarm. De grotere ingesloten hoek tussen de spaken links en rechts is echter zeker zo belangrijk. De verschillen zijn echter klein, maar het ziet er klassiek en heavy-duty uit.

Hydraulische remmen
[Onderdelen van een fiets] Remmen die met zuigers, leidingen en olie de uitgeoefende kracht overbrengen op het remblok. Komt voor als velg- en schijfrem. Voordeel is de lagere wrijving en daardoor betere dosering. Er zijn remmen op olie en op remvloeistofbasis, en die vloeistoffen mogen niet gemengd worden!

Hysterese
[Onderdelen van een fiets] Het effect dat er voor zorgt dat een veer verschillende ruststanden heeft, afhankelijk van het feit of de ruststand na in- of na uitveren is bereikt. Wordt bv bereikt door wrijving in het systeem.

Inbusbout
[Onderdelen van een fiets] Cilinderkopschroef met binnenzeskant, genoemd naar de Duitse fabrikant Imbus.

Indexkabel
[Onderdelen van een fiets] Variant op de bowdenkabel die onder belasting niet korter wordt. Opgebouwd uit een bos in de lengte lopend staaldraad in een plastic omhulsel. Nodig bij indexschakeling om het schakelcommando nauwkeurig naar de derailleur over te brengen. Indexkabel knalt uit elkaar als je het als remkabel gebruikt!

Indexschakeling
[Onderdelen van een fiets] Schakelsysteem waarbij de schakelhandel in 7-8-9-10 posities inklikt. De derailleur beweegt daardoor een vaste afstand per schakelpositie. Een speciale vormgeving van de ketting en tandwielen zorgt ervoor dat de ketting dan ook in-derdaad het volgende kransje opzoekt. Werkt alleen als de han-del, derailleur en de tussenafstand van de tandwielen op elkaar zijn afgestemd, en alles juist is afgesteld

Integrated balhoofdstel
[Onderdelen van een fiets] Balhoofdstel waarbij de lagerringen direct op passingen in de buitenbalhoofdbuis steunen

Internal balhoofdstel
[Onderdelen van een fiets] Balhoofdstel waarbij de lagers steunen in doppen die in de balhoofdbuis zijn geperst. Als de doppen zijn meegelakt makkelijk te verwarren met een integrated balhoofdstel

Kabelstopper
[Onderdelen van een fiets] Kabeldoorvoer op het frame om de buitenkabel in te vangen.

Kader
[Onderdelen van een fiets] Frame, maar dit Gallicisme klink toch veel charmanter.

Ketting
[Onderdelen van een fiets] Steek van de ketting is 1-2". 20 schakels meten dus 10"; 254 mm. Meet je 3 mm meer dan is de ketting versleten.

Kettingblad
[Onderdelen van een fiets] Benaming van het voortandwiel.

Kettingkast
[Onderdelen van een fiets] Hoes om de ketting. Vroeger van metaal of linnen, tegenwoordig van plastic.

Kettingpons
[Onderdelen van een fiets] Derailleurkettingen werken meestal zonder sluitschakel, maar worden op lengte gemaakt met een kettingpons. Shimanokettingen houden er niet van om zo behandeld te worden, het materiaal is zo zacht dat je de tweede keer een dikkere pen moet gebruiken. De ketting daar (het zwarte pennetje) dus niet meer openmaken. Sachs kettingen hebben daar geen last van, en die trap je ook minder makkelijk open als je vol gas blijft geven tijdens het schakelen.

Klik-pedaal
[Onderdelen van een fiets] Pedaal met een veerbelaste grendel om de schoen(plaat) in te vangen. Door draaien maak je het pedaal weer los. Er zijn veel systemen die niet onderling compatibel zijn. Moderne variant op het systeem toeclips en riemen, met als voordeel zekerder fixatie. Ook is meestal enige rotatie mogelijk zodat de knieen ontzien worden. Dubbelzijdige ATB pedalen zijn handiger op de vakantiefiets dan lichtere, enkelzijdige racepedalen, omdat de achtertassen het omrollen van het pedaal bemoeilijken. Sommige schoenplaatjes (oa SPD) zijn in de schoenzool verzonken, zodat je normaal kunt lopen (of je fiets tegen de berg omhoog kunt duwen!)

Kooi
[Onderdelen van een fiets] Kettinggeleidend element van de voor- en achterderailleur.

Kransje
[Onderdelen van een fiets] Achtertandwiel, derailleurfietsen hebben een hele serie op rij.

Kritische demping
[Onderdelen van een fiets] Zoveel demping dat de veer bij het terugkomen net niet door de evenwichtsstand (middenstand) schiet. Wegvoertuigen zijn altijd onderkritisch gedempt, en zullen dus altijd wel enkele malen door de evenwichtstand schieten

Laagflens
[Onderdelen van een fiets] Naven zijn te verdelen in laag- en hoogflens. Term heeft betrekking op de steekcirkel van de spaakgaten, bij laagflens ca 38-48 mm. De kleine maat geeft minder materiaalverlies in produktie dan bij hoogflensnaven, die daarom praktisch zijn uitgestorven.

Liggende achtervork
[Onderdelen van een fiets] De twee buizen van bracket naar achterpadden. Vaak gebogen, afgeplat of gedeukt om ze tussen de band en het crankstel door te krijgen.

Liniaire veer
[Onderdelen van een fiets] We onderscheiden liniaire en progressieve veren. Een liniaire veer zal steeds evenredig ver inveren met de belasting. Dit geeft problemen bij de bij fietsen beperkte veerweg. Om te voorkomen dat de veer doorslaat (bottoming out) moet de veer erg hard zijn, of moet er een progressieve eindaanslag (bumpstop) worden toegepast. Ook kan er eventueel een hydraulische eindaanslag in de demper worden aangebracht. Een minder vloeiende overgang tussen veren in of uit de bumpstops zal vaak een losbreken van de band (verlies wegcontact) bewerkstelligen.

Lock-out
[Onderdelen van een fiets] Aanduiding van de mogelijkheid om de vering met een handeltje uit te zetten. Kan handig zijn bij sprinten of klimmen, zeker als het draaipunt van de achterste swingarm erg ver boven de kettinglijn ligt, zoals bij diverse downhill ATB's, of bij hele zachte voorvorken.

Lug
[Onderdelen van een fiets] Verbindingstuk om twee of meer buizen onder een bepaalde hoek aan elkaar te verbinden. Bij stalen frames meestal uitgevoerd als soldeerlug, maar gelijmde verbindingen komen ook voor.

Lugloos
[Onderdelen van een fiets] Verbindingsmethode waarbij de pasgemaakte framebuizen stomp op elkaar worden gesoldeerd. Er wordt veel soldeer opgebracht, en de overgang wordt vloeiend bijgevijld. (filletbrazing)

Mannetje
[Onderdelen van een fiets] Dwarsbuisje tussen staande of liggende achtervork, om rem of spatbord aan te bevestigen. Vergroot de zijdelingse framestijfheid.

MIG-lassen
[Onderdelen van een fiets] Metal Inert Gas, oftewel onder een beschermwolk van inert gas (meestal Argon, vroeger CO2) lassen dmv een vlamboog getrokken tussen werkstuk en een dunne lasdraad. De dunne lasdraad wordt van een spoel getrokken en met een handgreep toegevoerd. Wordt geautomatiseerd wel ingezet in de massa fabricage van frames. Handmatig beperkt geschikt voor framereparatie, maar veel garages hebben een CO2 apparaat staan. Meestal kunnen ze daar alleen staal mee lassen, maar soms ook aluminium.

Mixte frame
[Onderdelen van een fiets] Damesframe met een 'bovenbuis' bestaande uit twee dunne staven tussen balhoofd en achterpadden.

Motorfietsen
[Onderdelen van een fiets] Heel wat anders (zwaarder) dan een fiets. Beperkt bruikbaar als voorbeeld voor geveerde fietsen.

Naadloos
[Onderdelen van een fiets] Goede rijwielbuis was altijd naadloos, in tegenstelling tot goedkopere buis met naad, die vervaardigd wordt door een strip rond te walsen en dicht te lassen. Bij Reynolds 501 kun je vaak nog een platte kant (de las) voelen. Bij nagetrokken gelaste buis kun je de naad vaak alleen aan de verkleuring terugvinden (Columbus Cromor-Thron, Poppe & Pothoff)

Natlak
[Onderdelen van een fiets] Lak op basis van oplosmiddelen. Organische oplosmiddelen worden tegenwoordig vervangen door milieuvriendelijk water, maar de verf wordt daar niet beter op. Zie ook poedercoat.

Onderbuis
[Onderdelen van een fiets] Buis van het bracket naar de balhoofdbuis. Heeft grote invloed op de torsiestijfheid, dus een grotere diameter of een paar tienden extra wanddikte is in grote of zwaarbelaste frames een goed idee.

Oversize
[Onderdelen van een fiets] Omdat in de industrie tot voor kort uitsluitend met lugs werd gewerkt waar de buizen in werden gestoken, lagen de buitendiameters van fietsbuizen vast. (1"bovenbuis, 1.125" onder- en zitbuis etc) Voor een stijvere fiets werd in het algemeen een grotere wanddikte genomen. Een frame wordt dan net zo veel zwaarder als stijver. Gebruik je een oversize buis, waarbij je de wanddikte van de buis constant houdt, en het extra materiaal gebruikt om de buisdiameter te vergroten, dan vergroot je de stijfheid zonder de fiets zwaarder te maken.

Padden
[Onderdelen van een fiets] Letterlijk pootjes (Fr.:pattes). De wielklemranden aan het einde van de voor- en achtervork. Voor toerfietsen meestal voorzien van dubbele spatbord-drageroogjes.

Paraplu (gespaakt)
[Onderdelen van een fiets] Bij achterwielen met veel tandwielen moet de rechter naafflens naar het midden opschuiven. De spaken komen rechts dus meer rechtop te staan. In doorsnede krijgt het wiel een parapluvorm. Het wiel wordt er echter niet stabieler op.