Kopie van `Onderdelen van de fiets`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Onderdelen van de fiets
Categorie: Transport en verkeer > de fiets
Datum & Land: 06/01/2011, NL
Woorden: 42


Ahead set
[Onderdelen van een fiets] Balhoofdstelconstructie waarbij de schroefdraad op de binnenbalhoofdbuis is vervallen. De lagerspeling wordt afgesteld door de stuurvoorbouw (die op de bbhb zit geklemd) iets te verschuiven. Voordeel is een snelle montage en afstellen met alleen een inbussleuteltje, maar het nadeel is dat de stuurpen niet eenvoudig hoger of lager kan worden gesteld.

Antidive
[Onderdelen van een fiets] Constructie waardoor het duiken in de voorvering bij het remmen -vaak gedeeltelijk- wordt tegengegaan. Bij telescopen nauwelijks toe te passen, bij geschoven swingarmen vrij algemeen. (zie ook lock-out)

Antisquat
[Onderdelen van een fiets] Constructie waardoor het inveren van de fiets bij accelereren wordt tegengewerkt. Kan worden gebruikt om de fiets vlak te houden bij het rijden uit het zadel. Bij achtervering het eenvoudigst te bereiken door een swingarm met een hoogliggend (boven de kettinglijn) draaipunt.

BSC
[Onderdelen van een fiets] British standaard cycle schroefdraad, in de wandeling ook wel BSA draad genoemd. Een van de meest voorkomende standaarden voor oa de schroefdraad van bracketcups.

Buitenbalhoofdbuis
[Onderdelen van een fiets] De framebuis met het merkschildje. De uiteinden worden vlak, in lijn en op maat gefreesd zodat de balhoofdcups met een klempassing gemonteerd kunnen worden. Standaard is een buitendiameter van ca 32mm ( de binnenmaat is dan ongeveer 30) maar er zijn ook een paar oversize maten, voornamelijk bedoeld voor ATB's en tandems. Daar hoort dan ook een oversize balhoofdstel, binnenbalhoofdbuis en oversize stuurpen bij. Tegenwoordig in opkomst: balhoofdbuizen waar de balhoofdlagers direkt inpassen (hiddenset)

Buitenband
[Onderdelen van een fiets] Zie draadband.

Buitenkabel
[Onderdelen van een fiets] Zie bowdenkabel, indexkabel.

Butted Verdikt.
[Onderdelen van een fiets] Term om aan te geven dat een onderdeel (spaak, buis) een aan de belasting aangepast (wand)dikteverloop heeft. Zie ook dubbel- en triplebutted

Centerpull
[Onderdelen van een fiets] Bijna uitgestorven velgrem, nauw verwant aan de cantilever. Bij deze rem liggen de draaipunten van de remarmen boven de velg, en de meeste uitvoeringen worden met een centrale bout aan het frame geschroefd. Op racefietsen verdrongen door verbeteringen aan de makkelijker te monteren zijtrekremmen, en voor de ATB telt dat de ruimte voor hele dikke banden beperkt is.

Dynamo
[Onderdelen van een fiets] Stroombron die d.m.v. draaien op de voorband energie opwekt voor de verlichting.

Ergopower
[Onderdelen van een fiets] Campagnolo aanduiding voor gecombineerde rem-schakelgrepen. Was ook leverbaar onder het label Sachs, maar dan compatibel met Shimano. Prima bruikbaar op een randonneur, maar als je veel met de voorderailleur schakelt zijn crosscommandeurs beter.

ETRTO
[Onderdelen van een fiets] European tyre and rim technical organisation, gestandariseerde aanduiding voor de bandemaat. 32-406 is een 32 mm brede band met een hieldraaddiameter van 406 mm. Dat is handiger dan vragen om een 20" band, want als je pech hebt moet je die 4 keer ruilen voor je de 20" band hebt die om jouw velg past. (20"; 406, 419, 440, 451, 438)

Hieldraad
[Onderdelen van een fiets] Het karkas van de draadband is bevestigd aan de twee hoepelvormige hieldraden. De hieldraden zitten zijdelings opgesloten in het velgbed, zodat de binnenband ook bij hoge druk in de band blijft. Hieldraden zijn of van staaldraad, of van soepel Kevlar. Banden met een Kevlar hieldraad kun je oprollen (vouwband) . Niet te verwarren met banden met een kevlar weefsel onder het loopvlak, dat dient om de lekbestendigheid te verhogen

Hydraulische remmen
[Onderdelen van een fiets] Remmen die met zuigers, leidingen en olie de uitgeoefende kracht overbrengen op het remblok. Komt voor als velg- en schijfrem. Voordeel is de lagere wrijving en daardoor betere dosering. Er zijn remmen op olie en op remvloeistofbasis, en die vloeistoffen mogen niet gemengd worden!

Hysterese
[Onderdelen van een fiets] Het effect dat er voor zorgt dat een veer verschillende ruststanden heeft, afhankelijk van het feit of de ruststand na in- of na uitveren is bereikt. Wordt bv bereikt door wrijving in het systeem.

Klik-pedaal
[Onderdelen van een fiets] Pedaal met een veerbelaste grendel om de schoen(plaat) in te vangen. Door draaien maak je het pedaal weer los. Er zijn veel systemen die niet onderling compatibel zijn. Moderne variant op het systeem toeclips en riemen, met als voordeel zekerder fixatie. Ook is meestal enige rotatie mogelijk zodat de knieen ontzien worden. Dubbelzijdige ATB pedalen zijn handiger op de vakantiefiets dan lichtere, enkelzijdige racepedalen, omdat de achtertassen het omrollen van het pedaal bemoeilijken. Sommige schoenplaatjes (oa SPD) zijn in de schoenzool verzonken, zodat je normaal kunt lopen (of je fiets tegen de berg omhoog kunt duwen!)

Oversize
[Onderdelen van een fiets] Omdat in de industrie tot voor kort uitsluitend met lugs werd gewerkt waar de buizen in werden gestoken, lagen de buitendiameters van fietsbuizen vast. (1"bovenbuis, 1.125" onder- en zitbuis etc) Voor een stijvere fiets werd in het algemeen een grotere wanddikte genomen. Een frame wordt dan net zo veel zwaarder als stijver. Gebruik je een oversize buis, waarbij je de wanddikte van de buis constant houdt, en het extra materiaal gebruikt om de buisdiameter te vergroten, dan vergroot je de stijfheid zonder de fiets zwaarder te maken.

PBS
[Onderdelen van een fiets] Volksmondaanduiding voor een inferieure staalkwaliteit (pisbakkenstaal). Urinoirs worden echter van heel redelijk materiaal gemaakt (RVS, AISI 304) net als de RVS frames uit P&P buis!

Rvs
[Onderdelen van een fiets] Roestvast staal. Met veel chroom gelegeerd staal dat onder atmosferische omstandigheden beschermd wordt door een dichte chroomoxidelaag (ijzeroxide; roest is niet dicht waardoor gewoon staal door blijft roesten). Vloeigrens van normaal RVS ligt op het zelfde lage niveau als dat van aluminium. Onder de 'juiste' omstandigheden kan RVS prima corroderen, maar dat is sterk afhankelijk van het type.

Silent-bloc
[Onderdelen van een fiets] Onderhoudsvrij rubberlager. Kan worden toegepast om veerelementen mee te bevestigen. Een silentbloc vangt scheefstelling op, ontlast zo de zuigerstangafdichting, en is rammelvrij.

Slick
[Onderdelen van een fiets] Profielloze band. Door het ontbreken van het profiel meestal lage rolweerstand (en stil). Niet handig in het terrein of op nat en besmeurd wegdek. Aquaplaning is bij fietssnelheden (< 100 km/h) geen thema.

Sloping frame
[Onderdelen van een fiets] Frame met een naar achteren aflopende bovenbuis en een extra lange zadelpen. Voor kleine mensen en bij mountainbiken aantrekkelijk door de extra kruisvrijheid bij afstappen. Stijfheidsclaims en verhalen dat je met minder verschillende maten toekunt zijn nergens op gebaseerd

Sluitschakel
[Onderdelen van een fiets] Schakel waarmee de kettingeinden verbonden worden. Veel racefietsen hebben tegenwoordig een sluitschakel die met de vingers kan worden geopend (bv Sram Powerlink), waardoor deze kettingen niet meer met een kettingpons hoeven worden gemonteerd. Bij smalle kettingen (10 speed) is dat namelijk erg kritisch.

Spaak
[Onderdelen van een fiets] Op trek belast verbindingselement tussen naaf en velg. Voorzien van een einde met schroefdraad, om de lengte en daarmee de rondloop van het wiel te reguleren. Racewielen doen het met steeds minder spaken, touristen doen daar liever niet aan mee.

Spaaksleutel
[Onderdelen van een fiets] Sleutel om de spaaknippel mee te verdraaien of te verstieren.



Spieloos crankstel
[Onderdelen van een fiets] Crankstel waarbij de cranks met een klemverbinding en een bout op de trapas wordt getrokken. Maakt verschillende materiaalcombinaties mogelijk, crankstellen mét spieen en Ashtabula (BMX) crankstellen zijn altijd van staal.

Swingarm
[Onderdelen van een fiets] Letterlijk boogarm, wielgeleidend element dat een boog beschrijft. Wordt achter veel, voor minder vaak toegepast. Voordelen zijn minimale wrijving, en vaak goedkoop in onderhoud. Zie ook anti-dive en anti-squat.

Threadless
[Onderdelen van een fiets] Draadloos, andere benaming voor Ahead balhoofdstellen.

Uitvalas
[Onderdelen van een fiets] Zie bloccage.

Uitvaleinden
[Onderdelen van een fiets] Zie padden.

V-brake
[Onderdelen van een fiets] Cantileverrem met zulke lange poten dat de remkabel daartussen van links naar rechts kan worden gespannen, zonder dat de band wordt geraakt. Alleen bruikbaar met aangepaste remhandles

Voorbouw
[Onderdelen van een fiets] Ander woord voor stuurpen.

Voorderailleur
[Onderdelen van een fiets] Moet op een vakantiefiets voldoende slag hebben om drie bladen te kunnen schakelen, en een aan het grootste blad aangepaste kooiradius. De kooihoogte is soms een beperkende factor in hoe klein je je kleinste voorblad kunt kiezen. Met Shimano STI (drie standen zonder trimfunctie) zit je vast aan Shimano-derailleurs, en dan nog moet je accepteren dat de ketting in sommige versnellingen tegen de kooi loopt

Voorderailleurnok
[Onderdelen van een fiets] Erg handig op de racefiets omdat de lak niet beschadigd, en iedereen toch met een 52 of 53 rondrijdt. Op een randonneur minder voor de hand liggend, omdat hier de voorbladdiameter fors uit elkaar loopt, verder dan de beperkte instelmogelijkheid vaak toelaat.

Voornaaf
[Onderdelen van een fiets] Zoek maar een mooie uit, want je zult er onderweg nog veel naar kijken!

Vorkkroon
[Onderdelen van een fiets] Lug waarin de binnenbalhoofdbuis en de vorkscheden bij elkaar komen. Moet bij een vakantiefiets breed zijn voor voldoende bandspeling. Zie ook unicrown.

Vorkscheden
[Onderdelen van een fiets] De twee meestal gebogen buizen van de voorvork.

Vouwband
[Onderdelen van een fiets] Een draadband waarbij de hieldraad gemaakt is van soepel kevlar oid in plaats van staal. Vouwbanden moeten op velgen met een groef aan de binnenkant gemonteerd worden, zodat de hieldraad grip vindt.

Wheelrate
[Onderdelen van een fiets] Dit is de veerconstante op het wiel betrokken. Veren worden vaak met een hefboommechanisme ingedrukt. Grijpt de veer halverwege tussen draaipunt en achteras aan, dan moet al een 4 keer zo stijve veer worden toegepast dan wanneer de veer direct op het achterwiel aangrijpt.

Wrijvingsdemping
[Onderdelen van een fiets] Een primitieve methode om de in de gecomprimeerde veer opgeslagen energie te vernietigen. Komt veel voor in vrachtwagens (de roestige bladen van het bladveerpakket knarsen over elkaar heen) en in telescopische veerelementen. Wrijvingsdemping is wegafhankelijk, per mm veerweg wordt een vaste hoeveelheid energie geabsorbeerd. Zolang de stoot op het wiel kleiner is dan de wrijving in de demper zal de vering niet aanspreken.

Zeskantbout
[Onderdelen van een fiets] Bout met zeskantige kop. Ter onderscheiding van inbusbouten en schroeven.

Zijtrekrem
[Onderdelen van een fiets] De bekende knijprem. Bevestiging met een centrale bout boven de band, waardoor de spatbordruimte beperkt wordt door de lengte van de remhoeven.