springen, buitelen, flikkers slaan, dansen en wippen - Voorbeeld: ‘Gezamenlijk vielen zij (= de konijntjes) dan aan 't spartelpoten en 't flikkerwippen rond en over malkaar met blijde zotternije’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0009.php