de gok zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ xɔk ] keer dat je gokt (1) Voorbeeld: 'op de gok een broek kopen en thuis passen of die goed zit' een gokje wagen (proberen of je geluk hebt) 'Ik wil wel een gokje wagen en koop een lot van de loterij.' Synoniemen: gewaagonderneming kans luifel neus risico risicovolonderneming waagstuk Gevonden op https://woorden.org/woord/gok
het proberen van iets terwijl je weet dat het misschien mislukt vb: het examen is een echte gok voor mij een gokje wagen [proberen of je geluk hebt bij een spel] op de gok [zonder dat je weet of het goed uitpakt] Gevonden op https://mowb.muiswerken.nl/
Staat voor ‘gelijke onderwijskansen’. Door de Vlaamse overheid bij wet ( decreet ) geregeld geïntegreerd ondersteuningaanbod dat alle kinderen dezelfde optimale mogelijkheden wil bieden om te leren en zich te ontwikkelen. Het decreet wil tegelijk uitsluiting, sociale scheiding en discriminatie tegengaan en heeft daarom speciale aandacht voor k... Gevonden op https://onderwijstermen.taalunie.org/term/GOK/