
opknabbelen, stukbijten, knappen, happen, peuzelen - Voorbeeld: ‘
De jongens knospten en lekten aan 't gekochte goed en verlieten dan de nering’ - Voorbeeld: ‘
Hij blies het licht uit en legde zich boven op zijn bed, daarbinst de peerden hun droge haver tussen de tanden knospten’ (Langs Wegen 9)
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0014.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.