Zoek op

SNORK

1) Geluid in de slaap
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/SNORK/1

Snork

Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. het snorken, snorking.
~ACHTIG, [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), snoevend, grootsprekend.
~EN, ow. [gelijkvloeiend] (ik snorkte, heb gesnorkt), hard snuiven in den slaap; [figuurlijk] pochen, snoeven.
~, o.
~ER, m.,
~STER, v. (-s), die snorkt; (ook) pocher, zwetser.
~ERIJ, v. (-en)...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0022.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.