gutsen, gutsend uitvloeien, uitstromen - Voorbeeld: ‘Dan eerst zagen zij dat hij gespijkerd lag, vast met een eggetand tussen de ribben, dwars door het lijf, het bloed dat uitgudsde tussen zijn hemd’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0023.php