inbouwen werkw. Uitspraak: [ ɪmbɑuwə(n) ] Afbreekpatroon: in·bou·wen Vervoegingen: bouwde in (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft ingebouwd (volt.deelw.) tot onderdeel maken van iets anders Voorbeelden: 'een autoradio inbouwen' , 'de in het aanrecht ingebouwde vaatwasser' , 'De camera is in de laptop ingebouwd.' ... Gevonden op https://woorden.org/woord/inbouwen