
het onderste van een schoorsteen, de bodem van een haardstede, de haardplaat waartegen het brandhout ligt en waarlangs de vlam en de rook opstijgen - Voorbeeld: ‘
Hij zat er ontzind, eenklibs en lusteloos voor zich uit te staren, nu eens op de vlammen in de haardschoot van de heerd, dan op zijn verbalde, nutteloze handen’
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0024.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.