Zoek op

Bevattelijk

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), vatbaar, goed van begrip.
~HEID, v. [geen meervoud]
*...VATTEN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik bevatte, heb bevat), omvatten; begrijpen, opvatten.
*...VATTING, v. [geen meervoud] -svermogen, natuurlijke aanleg tot bevatten.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0005.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.