Zoek op

blij

blij bijv.naamw.Uitspraak:   [blɛi] met een vrolijk gevoel Voorbeelden:   `Hij is blij met het cadeautje; hij is er blij mee.`, `Ik wordt er helemaal blij van als ze naar me kijkt.`, `blij kijken`, `iemand blij maken`, `blije mensen` © Kernerman Dictionaries. Sp...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/blij

blij

•vrolijk van stemming.
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/blij

blij

vrolijk
Jaar van herkomst: 1152 (Claes )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

blij

in een goede stemming vb: ik ben blij, want de zon schijnt
iemand blij maken met een dode mus [met iets wat geen waarde blijkt te hebben]
blij toe [om aan te geven dat je tevreden bent]
blij zijn voor iemand [je verheugen over iemands geluk]
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=blij

blij

[Nederlands] opgetogen
Gevonden op https://quizlet.com/29681836/nederlands-flash-cards/
Geen exacte overeenkomst gevonden.