de bruidssluier zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'brœytslœyjər ] Afbreekpatroon: bruids·slui·er Verbuigingen: bruidssluiers (meerv.) 1) sluier die het gezicht van de bruid bedekt Voorbeeld: 'trouwjurk met bijpassende bruidssluier' 2) snel groeiende klimplant met witte bloemen Gevonden op https://woorden.org/woord/bruidssluier
Fallopia **, kielduizendknoop • grote doorschijnende blaasmijn, waarin een of meer grote maden: Pegomya setaria **** • mijn kleiner; larve met gechitiniseerde kop, solitair => 2 Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10690