Zoek op

Bruiken

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik bruikte, heb gebruikt), gebruiken, zich (van iets), bedienen.
*...KER, m. (-s), pachter; zie BOERENBRUIKER.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0005.htm

bruiken

verwijst naar gebruiken = zich bedienen van (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/gebruiken
Geen exacte overeenkomst gevonden.