buigen werkw. Uitspraak: [ ˈbœyxə(n) ] Afbreekpatroon: bui·gen Vervoegingen: boog (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gebogen (volt.deelw.) 1) de vorm (van iets) veranderen Voorbeeld: 'de knieën buigen' het is buigen of barsten (je kunt beter een beetje toegeven) 2) (voor iemand) je hoofd en schouders naar bene... Gevonden op https://woorden.org/woord/buigen
het krom maken vb: hij buigt het ijzer met een tang het is buigen of barsten [als je niet toegeeft zul je daar spijt van hebben] hij boog als een knipmes voor me [hij was zeer onderdanig] Gevonden op https://mowb.muiswerken.nl/
Buigen is je rug lichtelijk krommen om iets op te kunnen rapen, want je armen zijn gewoon niet lang genoeg als je niet buigt. Buigen zonder iets op te willen rapen komt ook voor als een teken van onderdanigheid of in sommoge landen (in Japan bijvoorbeeld) als gebaar van hoffelijkheid. [basiswoordenlijst groep 3] Gevonden op https://wikikids.nl/Buigen
(in de rotatieoffset) Het plooien van de rand van de plaat in een hoek van 90 graden voor de bevestiging in de plaatcilinder. Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10440
Op specifieke punten draaien, duwen of met kracht drukken met als doel hoekige of gebogen vormen te creëren. Categorie: Procédés en Technieken > vormen. Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10491