Zoek op

Choc

Let op: Spelling van 1858 Fr., schok, stoot, slag; aanval, aangreep, bijzonder het instorten der ruiterij. Choquant, aanvallend; aanstootelijk, beleedi-gend. Choqueren, aanvallen, aanstootelijk zijn, beleedigen
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/weil004kuns01_01/
Geen exacte overeenkomst gevonden.