zaak, nering, bedrijf (met inbegrip van de gebouwen, de grond) - Voorbeeld: ‘De wekedagen was Max verlaan bij zijn werk, aan 't bedrichten van de voorjaarsvrucht op zijn nieuw gedoente’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0010.php