gelouterd bijv.naamw. Uitspraak: [ xə'lɑutərt ] Afbreekpatroon: ge·lou·terd als je moreel beter geworden bent (door een ervaring) Voorbeelden: 'een door het leven gelouterde man' , 'een gelouterd staatsman' Synoniemen: gepokt en gemazeld ... Gevonden op https://woorden.org/woord/gelouterd