gijzelen werkw. Uitspraak: [ ˈxɛizələ(n) ] Afbreekpatroon: gij·ze·len Vervoegingen: gijzelde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gegijzeld (volt.deelw.) iemand gevangen houden om je zin te krijgen Voorbeeld: 'Hij heeft twintig mensen in de trein gegijzeld.' Gevonden op https://woorden.org/woord/gijzelen
strafrecht: een persoon wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven en beroofd houden met het doel een ander te dwingen iets ... Gevonden op https://juridischwoordenboek.nl?zoek=gijzelen