[Vergeten woorden] (bn. hager of hagger, hagst), hoeg 1) bekwaam, in staat, vaardig, geschikt
2) geslachtelijk vermogend, potent
3) flink, kloek: een hage man [in de voornamen Hage, Hakke en Hoege, = Gronings haag ‘groot’, Noors hag, høg, IJslands hagur, hægur, ~ hagen ‘kunnen; voortbrengen’]
Gevonden op
https://taaldacht.nl/vergeten-woorden/
[Vergeten woorden] (m.) 1) vermogen, kunnen
2) geslachtelijk vermogen, potentie [in hagedroes ‘geslachtsdeel’ en vermoedelijk in hagetus ‘heks, tovenares’, van hagen ‘kunnen; voortbrengen’]
Gevonden op
https://taaldacht.nl/vergeten-woorden/

herbevestigd agrarisch gebied
Gevonden op
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/afkortingenlijst
Geen exacte overeenkomst gevonden.